Updates

Aandelen Nederland

Aalberts

Advies
kopen
Aandelen Internationaal

Linde

Advies
houden
Aandelen Nederland

Randstad

Advies
houden
Aandelen Nederland

DSM

Advies
kopen
Aandelen Nederland

Boskalis Westminster

Advies
kopen
Aandelen Nederland

Avantium

Advies
verkopen
Aandelen Internationaal

Novartis

Advies
houden
Aandelen Nederland

Prosus

Advies
kopen

Klimaatverandering evalueren – risico’s en mogelijkheden

advertorial

Klimaatverandering: wat uw standpunt ook is – en iedereen heeft er een, zo lijkt het wel – het is een van de belangrijkste wereldwijde politieke en maatschappelijke problemen van onze tijd. In de financiële berichtgeving vinden we steeds meer experts die waarschuwen dat klimaatgerelateerde uitgaven die bedrijven moeten doen, de komende jaren voor de nodige chaos gaan zorgen. Wij vinden deze pessimistische blik echter te eenzijdig.

Deze recente discussie lijkt gevoed te zijn door een verslag van het Carbon Disclosure Project (CDP), waarin wordt beweerd dat 215 van de grootste bedrijven ter wereld de potentiële kosten voor de komende zeven jaar op zo’n EUR 850 miljard schatten .[i] Ruim 80% van de bevraagde bedrijven verwacht grote gevolgen van milieuvriendelijkere concurrentie, hogere verzekeringspremies, het afschrijven van “stranded assets” (bezittingen die boekhoudkundig gezien waardeloos zijn geworden door economische ontwikkelingen) en andere reglementaire risico’s. In het verslag wordt ongeveer de helft van de kosten als onvermijdelijk bestempeld.

De markten zien de klimaatrisico’s vast niet over het hoofd – en de kansen ook niet

In onze beleving hebben markten een vooruitziende blik en wordt algemeen bekende informatie over bedrijfswinst ingeprijsd – waarschijnlijke kosten, maar ook baten. De verwachtingen worden vervolgens bijgesteld naarmate de daadwerkelijke situatie duidelijker wordt. Hoewel er in financiële publicaties vaak uitvoerig over de risico’s wordt bericht, denken we dat markten over het algemeen door de ruis heen weten te kijken. In hetzelfde CDP-verslag wordt namelijk ook vermeld dat de bevraagde bedrijven inschatten dat zij circa EUR 1,8 biljoen winst kunnen behalen als ze op klimaatverandering inspelen door zo’n EUR 260 miljard te investeren. Investeringen vormen een belangrijke bijdrage aan economische groei en activiteit, waaruit weer meer kansen voor bedrijven kunnen ontstaan. Hoewel deze voorspellingen waarschijnlijk eerder ongegronde schattingen zijn, zien wij het toch als bewijs dat de potentiële economische gevolgen van klimaatverandering niet alleen maar negatief zijn. Dat sluit aan bij wat wij een universele waarheid van kapitalisme vinden: problemen oplossen is vaak rendabel.

We zijn er bovendien niet van overtuigd dat de geschatte kosten en het voorspelde rendement verregaande gevolgen zullen hebben. De marktkapitalisatie van die 215 bedrijven (de totale waarde van hun uitstaande aandelen) bedraagt in totaal circa EUR 15 biljoen.[ii] Grofweg één biljoen in zeven jaar (of EUR 143 miljard per jaar) is in zo’n context niet bepaald wereldschokkend. Zelfs als alles negatief uitvalt – dus zonder enig voordeel – leidt dat nog niet tot een wereldwijde recessie of een bearmarkt in aandelen. Volgens het IMF lag het wereldwijde bruto binnenlands product (bbp, een overheidsschatting van de jaarlijkse economische output) in 2018 op zo’n EUR 75 biljoen. Het IMF voorspelt voor 2019 een bbp van ongeveer EUR 77 biljoen.[iii] EUR 143 miljard zou neerkomen op een klap van minder dan 0,2%. Daarnaast leert de geschiedenis dat markten zich continu aan veranderende omstandigheden aan weten te passen. Klimaatverandering als een uitzonderlijke uitdaging bestempelen lijkt ons ahistorisch.

De markten hebben eerdere paniek om hulpbronnen zonder kleerscheuren doorstaan

Kijk maar naar het verleden: in 1972 publiceerde de Club van Rome De grenzen aan de groei. In dat rapport werd betoogd dat de beperkte hoeveelheid natuurlijke hulpbronnen op aarde op termijn niet voldoende is om de continu groeiende wereldbevolking te ondersteunen, met verregaande gevolgen voor de bevolking en de wereldeconomie. Op dat moment was de Groene Revolutie, met de agronoom Norman Borlaug als kopstuk, echter al volop aan de gang: de opbrengst uit de landbouw werd vermenigvuldigd door de introductie van innovatief dwergtarwe, dat ook in minder vruchtbare omgevingen gedijt. In de loop der tijd bleken de opvattingen van de Club van Rome eerder misvattingen te zijn. Sinds 1972 is de wereldbevolking ongeveer verdubbeld.[iv] Over de gehele breedte is het aantal mensen dat in honger en extreme armoede leeft in deze periode gedaald.[v] Daarnaast blijken voorspellingen van duizelingwekkend hoge prijzen door schrijnende grondstoffen- en olieschaarste onjuist, omdat de technologische vooruitgang het aanbod heeft verhoogd, de vraag heeft verlaagd of beide.[vi]

Wij denken dat de markten rekening houden met milieuomstandigheden en de relatieve schaarste of overvloed van hulpbronnen – onderdeel van de economische getijden die we altijd zien. Vraag en aanbod bepalen de prijs voor alle hulpbronnen die we gebruiken en dat heeft weer zijn weerslag op zakelijke beslissingen. Ze kunnen zich aanpassen! We vermoeden dat lineaire voorspellingen – en angsten – over bevolkingsgroei en grondstoffenschaarste om die reden eigenlijk altijd onjuist blijken. De geschiedenis leert ons dat de mens met goede redenen – zoals winst – verrassend creatief kan zijn en daarbij grote problemen op kan lossen. Met een blik op de economische geschiedenis durven we te stellen dat klimaatverandering ook geen onoverkomelijk probleem is.

Voorspellingen voor de lange termijn zijn ook niet onveranderlijk

Het blijft belangrijk om voorspellingen nooit als absolute waarheden te beschouwen en ook de aannames die eraan ten grondslag liggen te begrijpen. De schattingen van bedrijven over de impact van klimaatveranderingen volgden in het CDP-verslag bijvoorbeeld geen standaard methodologie. Er werd simpelweg gevraagd welke klimaatrisico’s en -mogelijkheden zij zagen en hoe waarschijnlijk zij die achtten. Antwoorden op zulke open enquêtevragen leveren op zijn best beredeneerde inschattingen op, die per definitie subjectief zijn. In het verslag werden bijvoorbeeld “opmerkelijke” regionale verschillen ontdekt. “Bedrijven uit de VS, Brazilië, Mexico, Argentinië en Chili noemen minder substantiële risico’s of kansen dan bedrijven uit andere regio’s. […] Bedrijven die gevestigd zijn in de VS […] signaleren potentiële kansen ter hoogte van een indrukwekkende USD 450 miljard, bijna een kwart van het totaal van USD 2,1 biljoen. Het bedrag dat bedrijven uit de EU noemen ligt echter meer dan dubbel zo hoog.”

Of neem het concept stranded assets – potentiële afschrijvingen door fysieke schade of door beleidswijzigingen die de marktwaarde van bedrijven schaden. Dit is het domein van de boekhouding en geen onderdeel van de economische realiteit. We zien olievelden bijvoorbeeld vaak genoemd worden als potentiële stranded asset. Energiebedrijven tellen de waarde van onaangeboorde olievelden nog steeds bij hun waardevolle activa. Maar mochten overheden CO2-belastingen verhogen of gaan heffen, dan bestaat de angst dat de olieprijzen astronomisch worden, waardoor de vraag naar olie instort en olievelden dus waardeloos worden. We denken dat er te veel onbekende factoren in de weg staan om te kunnen schatten of, wanneer en in welke mate zulke activa worden getroffen. Ten eerste weet niemand welk klimaatbeleid in de toekomst de overhand heeft, maar in ons voorbeeld is dat doorslaggevend. Ten tweede, als de vraag inderdaad keldert, dan zakt de prijs normaal gesproken evenredig mee. Herstelt de vraag naar olie zich dan weer? Ten derde, hoe moeten we olie vervangen? Op korte termijn zien wij geen geschikt alternatief, dus het lijkt ons niet erg waarschijnlijk dat de wereldwijde vraag naar olie in de komende jaren plotseling enorm terug zal lopen. Dat maakt alle voorspellingen voor de lange termijn en wij denken dat dat alleen maar tot nóg meer onzekerheden en onbekenden leidt. Dus, schattingen van stranded assets lijken meestal niet meer dan giswerk en speculatie.

De toekomst ligt niet vast, maar van de meeste experts horen we overduidelijk negatieve klimaatprognoses. Maar de precieze gevolgen zijn nog onbekend en wij merken dat de meeste bedrijven niet alleen actief de risico’s beoordelen, maar ook toekomstige kansen omarmen.

Fisher Investments Nederland is het Nederlandse bijkantoor van Fisher Investments Europe Limited. Fisher Investments Nederland is ingeschreven bij de Nederlandse Kamer van Koophandel onder nummer 57731446. Als Nederlands bijkantoor van Fisher Investments Europe Limited staat Fisher Investments Nederland onder toezicht van de Britse toezichthouder FCA en, op basis van kennisgeving, van de Autoriteit Financiële Markten (AFM). Fisher Investments Europe Limited is geautoriseerd en gereguleerd door de Britse toezichthouder Financial Conduct Authority (FCA-nummer 191609). Het is geregistreerd in Engeland (ondernemingsnummer 3850593). Fisher Investments Europe Limited heeft als maatschappelijke zetel: 2nd Floor, 6-10 Whitfield Street, London, W1T 2RE, Verenigd Koninkrijk.

Fisher Investments Europe Limited besteedt het portefeuillebeheer uit aan zijn moedermaatschappij, Fisher Asset Management, LLC, dat opereert onder de naam Fisher Investments, gevestigd is in de VS en onder toezicht van de Amerikaanse Securities and Exchange Commission staat. Beleggen op de beurs brengt het risico van verlies met zich mee en er is geen garantie dat het belegde kapitaal geheel of gedeeltelijk terugbetaald zal worden. In het verleden behaalde resultaten bieden geen garantie of betrouwbare indicatie van toekomstig rendement. De waarde en opbrengst van de beleggingen volgen de schommelingen van de wereldwijde aandelenmarkten en van de internationale wisselkoersen.

[i] “CDP Climate Change Report 2018, Global Edition”, Staff, CDP, 4/6/2019. https://www.cdp.net/en/articles/media/worlds-biggest-companies-face-1-trillion-in-climate-change-risks

[ii] Ibid.

[iii] “World Economic Outlook”, Staff, IMF, april 2019. https://www.imf.org/external/datamapper/NGDPD@WEO/WEOWORLD

[iv] Bron: De Wereldbank, per 11/6/2019. https://data.worldbank.org/indicator/sp.pop.totl

[v] “Hunger and Undernourishment”, Max Roser and Hannah Ritchie, Our World in Data, 2019. https://ourworldindata.org/hunger-and-undernourishment

[vi] “The Simon Abundance Index 2019”, Marian L. Tupy and Gale L. Pooley, Cato, 31/5/2019. https://www.cato.org/blog/simon-abundance-index-r-2019