Updates

Aandelen Nederland

TomTom

Advies
houden
Aandelen Internationaal

Walmart

Advies
houden
Aandelen Nederland

NN Group

Advies
kopen
Aandelen Nederland

Pharming

Advies
houden
Aandelen Nederland

ABN Amro

Advies
houden
Aandelen Nederland

ArcelorMittal

Advies
houden

Zal de Italiaanse economie verzwakken en een daling van de wereldwijde aandelenmarkten veroorzaken?

advertorial

Doordat het Italiaanse bbp (bruto binnenlands product, een maatstaf van de overheid voor de economische output van een land) in het 3e en 4e kwartaal van 2018 is gekrompen, verkeert het land volgens een algemeen gebruikte definitie (twee opeenvolgende kwartalen van krimp) in een recessie. Bij het bestuderen van de financiële media constateerden we dat sommige deskundigen vrezen dat dit nog maar het begin is van de economische problemen van Italië en dat de wereldwijde aandelenmarkten gevaar lopen. Maar op basis van de informatie waarover we beschikken op het moment van schrijven, denken we dat de Italiaanse recessie waarschijnlijk van tijdelijke en gematigde aard is. Zelfs als de recessie aanhoudt, is het volgens ons onwaarschijnlijk dat deze een langdurige negatieve impact op de wereldwijde markten zal hebben.

De factoren die de Italiaanse recessie hebben veroorzaakt, lijken van tijdelijke aard. Het lijkt erop dat er drie probleemgebieden zijn: export, industriële productie en investeringen in vaste activa. De meeste Europese landen hadden te lijden van zwakke exportcijfers, die het gevolg lijken te zijn van de afnemende vraag in de Chinese particuliere sector. Toen de Chinese overheid vorig jaar probeerde om de kredietverlening buiten het traditionele bancaire systeem tegen te gaan, ontstond er een gebrek aan kapitaal bij kleine particuliere bedrijven – de belangrijkste bron van groei voor de Chinese economie. Door de fiscale en monetaire stimuleringsmaatregelen die de Chinese regering onlangs heeft genomen, waaronder belastingverlagingen en maatregelen om de kredietstroom naar kleine bedrijven te bevorderen, zou de binnenlandse vraag zich moeten herstellen, waardoor Europese exporterende bedrijven weer wat lucht zouden moeten krijgen. De terugvallende industriële productie houdt waarschijnlijk verband met de EU-emissienormen voor auto’s, die op 1 september van kracht werden en nadelige gevolgen hadden voor fabrikanten van auto’s en auto-onderdelen in heel Europa, waaronder Italië. Autofabrikanten uit de EU waarschuwden dat de nieuwe normen tot een productieverlaging zouden leiden,[i] en uit de registratiegegevens van nieuwe auto’s blijkt dat veel consumenten vóór de invoeringsdatum tot aankoop zijn overgegaan. Het aantal registraties in juni, juli en augustus liet namelijk een forse stijging zien van respectievelijk 5,2%, 10,5% en 31,2%.[ii] De verkoopcijfers vielen vervolgens in september terug met -23,5% op jaarbasis en zijn sindsdien elke maand gedaald.[iii] De derde negatieve factor, de stagnerende investeringen in vaste activa, is meer een specifiek Italiaans probleem dat waarschijnlijk zijn oorzaak vindt in de rentestijging die plaatsvond tijdens de impasse tussen Italië en de EU over de begroting van het land. De Italiaanse 10-jaarsrente schoot omhoog van 2,6% op 29 mei 2018, de laatste handelsdag voordat de Italiaanse populistische coalitie een regering vormde, naar 3,6% op 18 oktober 2018.[iv] Wanneer ondernemers worden geconfronteerd met een plotselinge rentestijging en vermoeden dat die tijdelijk is, is het logisch dat veel van hen wachten tot de rente weer gaat dalen alvorens een langetermijnlening voor de financiering van hun investeringen af te sluiten. Het vastleggen van hoge kredietkosten kan de winstmarge op lange termijn negatief beïnvloeden. Als de bedrijven verwachten dat de rente gaat dalen, hebben ze alle redenen om een afwachtende houding aan te nemen. Nu de rentestijging achter de rug is, zal het ons niet verbazen als de zakelijke kredietverlening en de investeringen zich herstellen. Op grond hiervan verwachten we dat de economie binnenkort weer gaat groeien. Maar zelfs als de recessie aanhoudt of de groei zwak is, blijkt uit het verleden dat dergelijke probleemfactoren – zelfs een inkrimping – niet het eind van de bullmarkt betekenen.

De economische problemen in Italië zijn niet nieuw. Toch gaat het over het algemeen goed met de wereldeconomie. De huidige wereldwijde aandelenbullmarkt begon op 9 maart 2009, toen de eurozone en Italië nog in een recessie verkeerden. Beide economieën begonnen weer te groeien in het 3e kwartaal van 2009. Sindsdien waren er in de eurozone zes kwartalen waarin het bbp is gedaald – alle tijdens de door de staatsschuldencrisis veroorzaakte recessie.[v] Het Italiaanse bbp is in dat tijdsbestek 11 keer gedaald.[vi] De recessie in de eurozone eindigde na het 1e kwartaal van 2013 en sindsdien is het bbp van de eurozone 23 opeenvolgende kwartalen gestegen (waaronder het 4e kwartaal van 2018). En dat terwijl het Italiaanse bbp het moeilijk bleef hebben en tussen het 2e kwartaal van 2013 en het 4e van 2014 in vier van de zeven kwartalen een daling liet zien. Desondanks realiseerden eurozone- en wereldwijde aandelen een sterk rendement. In die periode stegen wereldwijde aandelen met 30,9%.[vii] Eurozone-aandelen boekten een winst van 25,8%.[viii] Als uit het verleden blijkt dat een zwakke Italiaanse economie niet in staat is de hele eurozone omlaag te trekken, zien wij niet in waarom het dit keer anders zou zijn, vooral omdat de groei in Spanje en andere landen voortdurend stijgt. Over het algemeen worden zwakke landen uiteindelijk omhooggetrokken door de sterke.

Deze stelling gaat zelfs op als de groei in een hele regio of een groot land krimpt. Tijdens de recessie in de eurozone van het 4e kwartaal van 2011 tot het 1e kwartaal van 2013 bleef het wereldwijde bbp groeien. Uiteindelijk werd de eurozone uit het slop getrokken door de vraag in Noord- en Zuid-Amerika en Azië, die ervoor zorgde dat de Europese economie weer ging groeien. Hetzelfde verschijnsel deed zich voor toen het Europese vasteland in een recessie belandde als gevolg van de crisis rond het Europees wisselkoersmechanisme (ERM), begin jaren ’90. In 1993 kromp het Europese bbp, terwijl het wereldwijde bbp met 1,5% groeide. Het jaar daarop herstelde de Europese groei zich echter doordat de wereldwijde groei versnelde naar 3%.[ix]De regio Azië/Pacific belandde eind jaren ’90 in een regionale crisis toen diverse landen – vooral Thailand, Zuid-Korea en Indonesië – geconfronteerd werden met een valutacrisis. In 1998 viel het regionale bbp terug met -0,1%.[x] Dit resulteerde niet in een daling van het wereldwijde bbp, dat in dat jaar een groei van 2,5% liet zien. Het jaar daarop begon Azië weer te groeien doordat de zwakke landen omhoog werden getrokken door de wereldeconomie. Meer recentelijk kreeg Japan, dat gemeten naar het bbp de op twee na grootste economie van de wereld is, drie recessies te verwerken sinds het begin van de huidige wereldwijde aandelenbullmarkt. Toch had dit geen desastreuze gevolgen voor de aandelenkoersen en de groei van de wereldeconomie.[xi]

Hoewel de Italiaanse recessie volgens ons waarschijnlijk een geïsoleerd en tijdelijk verschijnsel is, zijn er redenen om aan te nemen dat de wereldeconomie kan blijven groeien, ook als de economische situatie in Italië (of een ander land) op korte termijn verslechtert. Probleemgebieden zijn er bijna altijd, ook als de wereldeconomie als geheel in een groeifase zit. De aandelenmarkten hebben in het verleden vaak dit soort situaties overleefd en we vermoeden het dit keer niet anders zal zijn, temeer daar het aantal landen met een relatief gezonde economie groter is dan het aantal zwakke landen.

 

Fisher Investments Nederland is het Nederlandse bijkantoor van Fisher Investments Europe Limited. Fisher Investments Nederland is ingeschreven bij de Nederlandse Kamer van Koophandel onder nummer 57731446. Als Nederlands bijkantoor van Fisher Investments Europe Limited staat Fisher Investments Nederland onder toezicht van de Britse toezichthouder FCA en, op basis van kennisgeving, van de Autoriteit Financiële Markten (AFM). Fisher Investments Europe Limited is geautoriseerd en gereguleerd door de Britse toezichthouder Financial Conduct Authority (FCA-nummer 191609). Het is geregistreerd in Engeland (ondernemingsnummer 3850593). Fisher Investments Europe Limited heeft als maatschappelijke zetel: 2nd Floor, 6-10 Whitfield Street, London, W1T 2RE, Verenigd Koninkrijk. 

Fisher Investments Europe Limited besteedt het portefeuillebeheer uit aan zijn moedermaatschappij, Fisher Asset Management, LLC, dat opereert onder de naam Fisher Investments, gevestigd is in de VS en onder toezicht van de Amerikaanse Securities and Exchange Commission staat. 

Beleggen op de beurs brengt het risico van verlies met zich mee en er is geen garantie dat het belegde kapitaal geheel of gedeeltelijk terugbetaald zal worden. In het verleden behaalde resultaten bieden geen garantie of betrouwbare indicatie van toekomstig rendement. De waarde en opbrengst van de beleggingen volgen de schommelingen van de wereldwijde aandelenmarkten en van de internationale wisselkoersen.

 

[i] “VW Says 250,000 Cars Could Be Delayed by New Testing Rules,” Andreas Cremer en Jan Schwartz, Reuters, 8/6/2018. https://www.reuters.com/article/us-volkswagen-emissions-production/vw-says-250000-cars-could-be-delayed-by-new-testing-rules-idUSKCN1J42A4

[ii] Bron: FactSet, per 15/2/2019. Registratiegegevens nieuwe personenauto’s in de EU, juni 2018 – augustus 2018.

[iii] Bron: FactSet, per 15/2/2019. Registratiegegevens nieuwe personenauto’s in de EU, september 2018 – januari 2019.

[iv] Bron: FactSet, per 13/2/2019. 10-jaarsrente op Italiaanse staatsobligaties, 29/5/2018 – 18/10/2019.

[v] Bron: Eurostat, per 12/2/2019. Driemaandelijkse reële (naar inflatie gecorrigeerde) bbp-groei in de eurozone, voor seizoensinvloeden en kalendereffecten gecorrigeerd, 3e kwartaal 2009 – 4e kwartaal 2018.

[vi] Bron: Eurostat en FactSet, per 12/2/2019. Driemaandelijkse reële (naar inflatie gecorrigeerde) bbp-groei in Italië, voor seizoensinvloeden en kalendereffecten gecorrigeerd, 3e kwartaal 2009 – 4e kwartaal 2018.

[vii] FactSet, per 14/2/2019. Rendement van de MSCI World-index met nettodividenden in EUR, 31/3/2013 – 31/12/2014.

[viii] FactSet, per 14/2/2019. Rendement van de MSCI EMU-index met nettodividenden in EUR, 31/3/2013 – 31/12/2014.

[ix] Bron: De Wereldbank, per 14/2/2019. Bbp-groei op jaarbasis van de eurozone en de wereld, 1993 – 1994.

[x] Ibid. Bbp-groei op jaarbasis van de regio Oost-Azië & Pacific en de wereld, 1998 – 1999.

[xi] Bron: FactSet, per 14/2/2019. Bbp-groei per kwartaal van Japan, 1e kwartaal 2009 – 4e kwartaal 2018.