Updates

Aandelen Nederland

OCI

Advies
houden
Aandelen Nederland

Aperam

Advies
kopen
Aandelen Nederland

ASR

Advies
kopen
Aandelen Nederland

Air France-KLM

Advies
houden
Aandelen Nederland

Ebusco

Advies
verkopen
Aandelen Nederland

Alfen

Advies
verkopen
Aandelen Nederland

Prosus

Advies
houden
Aandelen Nederland

Van Lanschot Kempen

Advies
kopen
Aandelen Nederland

ForFarmers

Advies
kopen

Updates

Aandelen Nederland

OCI

Advies
houden
Aandelen Nederland

Aperam

Advies
kopen
Aandelen Nederland

ASR

Advies
kopen
Aandelen Nederland

Air France-KLM

Advies
houden
Aandelen Nederland

Ebusco

Advies
verkopen
Aandelen Nederland

Alfen

Advies
verkopen
Aandelen Nederland

Prosus

Advies
houden
Aandelen Nederland

Van Lanschot Kempen

Advies
kopen
Aandelen Nederland

ForFarmers

Advies
kopen
Verhaal van de Week Harry Geels, 1 nov 2023 17:07

Verhaal van de Week | Zelf pensioen opbouwen in vijf stappen

0 0 Leestijd ongeveer

Vooral zelfstandigen bouwen niet altijd voldoende pensioen op. Gelukkig zijn er sinds dit jaar ruime (fiscale) mogelijkheden om daar iets aan te doen. We loodsen u door een stappenplan om tot de ‘juiste pensioenoplossing’ te komen.

In Nederland werkt het pensioenstelsel volgens drie pijlers. De eerste pijler is de Algemene Ouderdomswet (AOW), een basispensioen dat door de staat wordt uitgekeerd. De tweede pijler omvat het pensioen dat via een werkgever wordt opgebouwd, vaak als onderdeel van de arbeidsvoorwaarden. De derde pijler betreft eigen pensioenaanvullingen, zoals fiscaal aantrekkelijke spaar- en beleggingsgelden, waaronder lijfrenten, koopsommen en levensverzekeringen. Samengevoegd vormen deze pijlers de oudedagsvoorziening van een individu. Hoewel deze drie pijlers officieel zijn erkend, bestaat er informeel nog een vierde pijler, namelijk het vermogen, huis en andere bezittingen die niet noodzakelijk specifiek voor het pensioen zijn bestemd, maar wel een rol spelen in de financiële zekerheid op latere leeftijd.

Het zelf opbouwen van een pensioen is vooral relevant voor zelfstandige ondernemers en zzp’ers die hun eigen pensioen moeten regelen, werknemers zonder of met een beperkte pensioenregeling, personen met een pensioentekort als gevolg van beperkte werkervaring en/of degenen die niet vertrouwen op bestaande pensioenvoorzieningen. Maar hoe bepalen we nu uiteindelijk wat de beste manier is om pensioen op te bouwen? Het volgende stappenplan kan daarbij behulpzaam zijn:

1. Bepaal de huidige persoonlijke situatie;
2. Maak een keuze voor box 1, 2 of 3;
3. Kies voor een bancair of verzekeringsproduct;
4. Maak een keuze tussen laten of zelf beleggen;
5. Selecteer de ‘juiste’ aanbieder

Stap 1:
Bepaal de huidige persoonlijke situatie


Of een extra pensioen nodig is, hangt natuurlijk helemaal af van de persoonlijke situatie. Om als eerste een goed inzicht daarin te krijgen kan op de website mijnpensioenoverzicht.nl worden gekeken welke pensioenuitkeringen worden opgebouwd in pijler 1 (de AOW) en pijler 2 (de pensioenen die via werkgevers worden opgebouwd). Deze website rekent het maandelijkse bedrag uit dat op de pensioengerechtigde leeftijd wordt verkregen, al dan niet voor één persoon of tezamen met een partner in geval van een fiscale eenheid. De belangrijke vraag is of dat voldoende zal zijn, ook kijkend naar de nettobezittingen die naar verwachting aanwezig zullen zijn als het pensioen van start gaat. Het is raadzaam om dat in een Excel-spreadsheet in te vullen, al dan niet met hulp, eventueel van een financieel planner, die daar speciale planningssoftware voor heeft. Wat er aan maandelijkse uitkeringen mogelijk is moet natuurlijk vergeleken worden met de verwachte uitgaven, maandelijks maar ook de eenmalige, bijvoorbeeld die van een wereldreis of schenkingen aan (klein)kinderen. Als er in de toekomst een gat tussen (maandelijkse) inkomsten en uitgaven wordt geconstateerd, ligt het voor de hand om aanvullend pensioen te gaan opbouwen.

Stap 2:
Maak een keuze voor box 1, 2, of 3


In Nederland kan (pensioen)vermogen in drie boxen worden opgebouwd. Box 3 is het vrije vermogen, waarvan de spaargelden en beleggingen worden belast met een box 3-belasting, waar momenteel veel discussie over is, bijvoorbeeld over de vraag of de fictieve rendementen die verondersteld te worden gemaakt en waarover de vermogensrendementsheffing wordt geheven terecht en juridisch houdbaar zijn. Het voordeel van het opbouwen van (pensioen)vermogen in box 3 is de volledig vrije wijze waarop dat kan worden gedaan. Het kan ook in niet-beursgenoteerde beleggingen. Er zijn geen fiscale spreidingsregels.

Ook in box 2 kunnen vooral zelfstandigen en ondernemers vermogen opbouwen. Het voordeel hiervan is het ontbreken van allerlei soorten vermogensbelastingen. Eventuele winsten van sparen en beleggen zijn echter wel belast, zowel via de vennootschaps- als de dga-belasting (bij uitkering naar privé). Het voordeel van pensioenopbouw in box 1 is dat de inleg aftrekbaar is voor de inkomstenbelasting (die wordt pas betaald bij uitkering bij pensioen) en ook geen vermogensrendementsheffing. Er zit wel een maximum op de inleg in box 1. Raadpleeg de site van de belastingdienst welke ‘jaarruimte’ u heeft om bijvoorbeeld een lijfrente aan te kopen. Het is overigens door een (op belastinggebied) wispelturige overheid op voorhand niet hard te zeggen welke box voor pensioenopbouw te prefereren is. Sommige mensen hanteren daarom een stelregel het aanvullende pensioen bijvoorbeeld gelijkelijk over de drie boxen te verdelen (of ‘fifty-fifty’ over box 1 en 3 als er geen box 2 voor hen bestaat). De verdeling heeft ook te maken met de gewenste flexibiliteit. Vermogen in box 1 zit in principe vast tot aan de pensioengerechtigde lijftijd en kan alleen geïnvesteerd worden in een bancair of verzekeringsproduct.

Stap 3:
Kies in box 1 voor een bancair of verzekeringsproduct


Een bancaire lijfrente en een verzekeringslijfrente zijn beide vormen van een pensioenspaarplan, maar ze worden aangeboden door verschillende soorten financiële instellingen en kunnen verschillen qua regelgeving, risico’s en voordelen. Het eerste belangrijke verschil is de aanbieder. Bancaire lijfrentes worden aangeboden door banken of een andere financiële instelling, meestal een vermogensbeheerder zonder bankstatus. Een verzekeringslijfrente wordt aangeboden door een verzekeringsmaatschappij. Verder draagt bij een bancaire lijfrente de persoon die de lijfrente aanschaft het beleggingsrisico. De opbrengst is afhankelijk van de prestaties van de beleggingen. Bij een verzekeringslijfrente kunnen afspraken worden gemaakt, bijvoorbeeld over gegarandeerde uitkeringen. Bedenk dat garanties geld kosten en daarom is de uitkering op lange termijn hierop vrijwel altijd lager dan een uitkering die met beleggen kan worden behaald. Ook is er sprake van een gekoppelde verzekering. Zo kan extra premie worden betaald om bijvoorbeeld bij voortijdig overlijden 110% van het bestaande kapitaal te laten uitkeren aan de erfgenamen (of bijvoorbeeld 90% maar dan wordt er door de verzekeraar een premie betaald aan de pensioenverzekerde). Bij bancair hoeft dit niet apart verzekerd te worden, daar valt de lijfrente bij overlijden automatisch aan de nabestaanden. Het is ook goed te realiseren dat banken en verzekeraars onder verschillende toezichts- en reguleringsregimes vallen. Ten aanzien van beleggen is de regulering voor verzekeraars strenger. Ze zullen niet snel het concept ‘zelf beleggen’ toestaan, of alleen onder strikte voorwaarden.

Stap 4:
Maak een keuze tussen laten of zelf beleggen


In de tabel staat een (niet uitputtend) overzicht van aanbieders van bancaire lijfrentes. Vaak wordt hierbij de term pensioenbeleggen gebruikt. Dit wekt soms enige verwarring, omdat pensioen ook via pijler 1 en 2 wordt opgebouwd. Maar hier gaat het nu uitdrukkelijk om pensioenopbouw in pijler 3, hoe de aanbieders dat ook noemen. De eerste belangrijke keuze die gemaakt moet worden is die tussen twee vormen van dienstverlening, namelijk ‘zelf beleggen’ of ‘laten beleggen’. Helaas is het onderscheid niet zo heel gemakkelijk gemaakt. Sommige aanbieders spreken van ’zelf beleggen’, maar de keuzevrijheden variëren van de beperkte keuze uit eigen huisfondsen tot volledig vrij beleggen, waarbij zelfs individuele aandelen en obligaties mogelijk zijn. Er zijn twee redenen waarom sommige dienstverleners alleen ‘laten beleggen’ aanbieden: ten behoeve van de interne efficiëntie, of omdat ze vinden dat de doe-het-zelf belegger de neiging heeft niet goed voor zichzelf te zorgen, bijvoorbeeld door onvoldoende spreiding toe te passen, wat in het kader van pensioenopbouw wel als gewenst wordt gezien. Het is tot slot nog goed op te merken dat bepaalde aanbieders naast een opbouwende lijfrente ook een uitkerende aanbieden. Meestal wordt als de opbouwfase voorbij is een verzekerde oplossing met een vaste, gegarandeerde uitkering gekozen. Maar er zijn de laatste jaren ook mogelijkheden om door te beleggen in de uitkerende fase. Deze mogelijkheid is vooral populair geworden toen de rente erg laag stond en verzekeraars gepensioneerden een lage vaste uitkering boden.

Stap 5:
Selecteer de ‘juiste’ aanbieder


Als de keuze is gemaakt tussen laten en zelf beleggen blijft er vanzelf een lijstje aanbieders over. Bij de uiteindelijke keuze is het raadzaam te letten op een aantal zaken. Ten eerste de kosten: hoe lager hoe beter. Ten tweede de in het verleden behaalde rendementen. Sommige aanbieders zijn daar direct transparant over op hun website, andere niet. Ten derde de gewenste keuzevrijheid uit de beleggingen. Eigenlijk biedt alleen DeGiro de meest uitgebreide vrijheid aan. De Pensioenportefeuille van Beleggers Belangen (zie kader) kan eigenlijk alleen daar zelf bijgehouden worden. Maar dat wil niet zeggen dat er geen andere partijen zijn die interessante mogelijkheden bieden. Zo biedt OAKK naast marktportefeuilles (met passieve fondsen), ook een ‘Solid’-oplossing met een deelallocatie naar ‘alternatives’ en speciale portefeuilles met bepaalde fondsaanbieders. Een vierde criterium betreft de betrouwbaarheid van de achterliggende partijen, hoewel dit argument eigenlijk vooral geldt voor verzekeraars die garanties geven. Voor beleggingsproducten ligt het risico toch bij de pensioenopbouwer of reeds gepensioneerden. Een vijfde selectiecriterium betreft een eventuele samenwerking met een financieel adviseur. Enkele aanbieders zijn namelijk alleen toegankelijk via een adviseur. Die kan helpen bij de juiste keuze voor de aanbieder en de daar aangeboden modelportefeuilles. Een adviseur kan ook assisteren bij de keuzes die gemaakt moeten worden bij de eerste vier stappen.

Pensioenportefeuille Beleggers Belangen
Feitelijk zijn alle zeven voorbeeldportefeuilles van Beleggers Belangen geschikt om op de lange termijn uw vermogen te laten groeien, maar de Pensioenportefeuille is speciaal in het leven geroepen voor abonnees die met het oog op hun pensioen zelf een portefeuille willen opbouwen en beheren bij een van de bekende banken of brokers. De Pensioenportefeuille van Beleggers Belangen is sinds 2011 belegd in een beperkt aantal beleggingsfondsen en ETF’s. Het doel van de portefeuille is een gestage vermogensopbouw op de lange termijn waar niet dagelijks naar omgekeken hoeft te worden; de belegger hoeft dus niet perse iemand te zijn die beleggen ook als hobby ziet. De Pensioenportefeuille streeft een absoluut positief rendement na. Er wordt belegd in verschillende vermogenscategorieën, zoals aandelen, obligaties, goud en cash. Regionaal zijn de beleggingen gespreid over Europa, de Verenigde Staten en opkomende landen. De beheerder van de Pensioenportefeuille is Stephen Hendriks, tevens beheerder van de Hoogdividendportefeuille en medebeheerder van de Dividendportefeuille.

Verder lezen?

Blijf dagelijks op de hoogte van het laatste beleggingsnieuws. Ontdek Beleggers Belangen nu vanaf €10,75 per maand. Bent u nieuw en wilt u eerst meer informatie? Klik dan hier! 

 Bekijk onze abonnementen hier!
Meer uitleg over inloggen? Lees de FAQ