Updates

Aandelen Nederland

Unilever

Advies
houden
Aandelen Internationaal

Johnson & Johnson

Advies
houden
Aandelen Nederland

Heineken

Advies
kopen
Aandelen Internationaal

JPMorgan Chase

Advies
houden
Aandelen Internationaal

Bank of America

Advies
verkopen
Aandelen Nederland

TomTom

Advies
houden
Aandelen Nederland

Fagron

Advies
kopen
Aandelen Nederland

DSM

Advies
kopen
Aandelen Internationaal

Alphabet

Advies
houden
Aandelen Internationaal

Apple

Advies
houden
Aandelen Internationaal

Amazon

Advies
houden
Aandelen Internationaal

Facebook

Advies
kopen
image description
Opinie Stephen Hendriks, 14 mrt 14:49

Weet wat je moet doen voordat de beurs instort

0 0 Leestijd ongeveer

Updates

Aandelen Nederland

Unilever

Advies
houden
Aandelen Internationaal

Johnson & Johnson

Advies
houden
Aandelen Nederland

Heineken

Advies
kopen
Aandelen Internationaal

JPMorgan Chase

Advies
houden
Aandelen Internationaal

Bank of America

Advies
verkopen
Aandelen Nederland

TomTom

Advies
houden
Aandelen Nederland

Fagron

Advies
kopen
Aandelen Nederland

DSM

Advies
kopen
Aandelen Internationaal

Alphabet

Advies
houden
Aandelen Internationaal

Apple

Advies
houden
Aandelen Internationaal

Amazon

Advies
houden
Aandelen Internationaal

Facebook

Advies
kopen

Beleggen doe je voor de lange termijn. Maar wie voor de lange termijn belegt, loopt wel kans een keer tegen zware koersverliezen aan te lopen. De beurzen gaan immers niet in een rechte lijn omhoog maar laten regelmatig milde correcties zien van 10-20% en zware crashes van 30-80% en in 1929 zelfs meer dan dat.

Het is goed om uzelf daarop voor te bereiden. Beleggers Belangen helpt u daarbij met een nieuwe artikelenserie. We delen onze ervaringen en brengen in kaart hoe professionele beleggers inspelen op onstuimige tijden.

Noorse openheid

Een van de professionele beleggers die openlijk communiceren over de eigen strategie bij een crash is het grootste beleggingsfonds ter wereld: het Government Pension Fund Global. Het fonds beheert maar liefst €840 mrd namens de gehele Noorse bevolking. Over de afgelopen vijf jaar bedroeg het jaarlijkse gemiddelde rendement van het fonds meer dan 9%. Het aandelensegment van het fonds behaalde over die periode zelfs een rendement van bijna 13%.

De komende tijd in Beleggers Belangen
Dit jaar gaan we dieper in op beleggen voor, tijdens en na de crash. We laten professionele beleggers aan het woord over hun crashstrategieën. Ook kunt u video’s verwachten waarin de beheerders van de modelportefeuilles van Beleggers Belangen hun crisisaanpak delen. We geven dieper inzicht in historische bubbels en crashes, en we bespreken welke aandelen en sectoren een crash kunnen doorstaan en waarom. En we horen natuurlijk graag van u. Wat zijn uw ervaringen met eerdere crashes? Wat heeft u goed gedaan en wat had u anders willen doen? En heeft u vragen? Laat het ons dan weten via beleggersbelangen@onebusiness.nl.

De ervaren Noren weten echter dat de markten ook tegen kunnen zitten. Daarom publiceerden zij recent een uitgebreid rapport over het rendement én het risico van het fonds. Daaruit blijkt dat het Noorse beleggingsfonds in één jaar tijd meer dan 40% van zijn waarde kan verliezen wanneer verschillende vermogenscategorieën tegelijkertijd zwaar terugvallen. Dat komt neer op €336 mrd. ‘We hebben intern flink gedebatteerd of het wel verstandig was om het potentiële verlies van het fonds publiek te maken’, verklaarde Yngve Slyngstad, topbestuurder van het fonds, in The Financial Times.

Bangmakerij

Het is cruciaal voor iedere belegger om rekening te houden met een scenario van zware verliezen. In ieder jaar komen de koersen weleens onder druk te staan. Dat laat de grafiek hiernaast duidelijk zien. Hierin zijn de jaarlijkse rendementen op de MSCI Europe Index sinds 1980 weergegeven. Deze pan-Europese index laat ieder jaar een tussentijds verlies zien, gemeten als het verschil tussen de hoogste en de laagste koers binnen dat jaar. Over de meeste verliezen hoeft de belegger zich niet zo druk te maken. Slechts acht van de afgelopen 38 jaren leverden een negatief rendement op.

Is de publicatie van het potentiële verlies door het Noorse beleggingsfonds daarmee onnodige bangmakerij? Zeker niet. Bekende beleggers houden rekening met sombere scenario’s. Jeffrey Sherman van vermogensbeheerder DoubleLine ziet bijvoorbeeld parallellen in het huidige beursklimaat met dat van 1987, zoals toenemende onrust op de aandelenmarkt, een stijging van de rente, een nieuwe voorzitter van de Federal Reserve en een zwakke dollar. Deze factoren vormden de opmaat naar de grootste daling van de Dow Jones Index binnen een dag ooit – op Zwarte Maandag, 19 oktober 1987 – aldus Sherman in een recent interview. Fondsbeheerder John Hussman maakt zich zelfs op voor koersdalingen van 45 tot 65%, schreef hij in een rapport getiteld Het meten van de bubbel.

Vier soorten bubbels

Het begrip bubbel wordt vaak gebruikt, maar niet iedere belegger verstaat daar precies hetzelfde onder. James Montier, strateeg bij vermogensbeheerder GMO, onderscheidt vier soorten bubbels. De eerste vorm wordt gekenmerkt door een manie of gekte. Tijdens dit type bubbel denken beleggers dat er een ‘nieuwe tijd’ is aangebroken waarin oude wetten niet meer gelden. De technologiebubbel van eind jaren negentig is daar een goed voorbeeld van.

Een ander type is de ‘intrinsieke bubbel’. Hierbij zijn fundamentele factoren de drijvende kracht achter de koersstijgingen. Montier noemt de koersstijgingen van financials tijdens de kredietcrisis van 2007-2009. Die waren gebaseerd op de enorme winststijgingen van financials en de verwachting van beleggers dat daar geen eind aan zou komen. Die winststijgingen waren echter niet houdbaar. Ze waren het gevolg van een bubbel op de Amerikaanse huizenmarkt die door veel beleggers niet werd opgemerkt.
Deze bubbelvorm overlapt iets met de ‘informatiebubbel’, die ontstaat wanneer beleggers niet op basis van hun eigen informatie maar volledig op de informatie van anderen handelen.

De laatste bubbelvorm staat bekend als de ‘rationele bubbel’. Montier spreekt echter liever van een ‘cynische’ bubbel, waarin beleggers willens en wetens in zwaar overgewaardeerde markten investeren maar denken dat zij hun overgewaardeerde beleggingen aan anderen kunnen verkopen voordat de bubbel barst. Volgens de strateeg is de cynische bubbel op dit moment de beste beschrijving van de aandelenmarkt in de VS.

Euforie of niet

Maar volgens Montiers collega Jeremy Grantham is er geen sprake van een bubbel zonder euforie en duidelijke versnelling van de koersstijgingen. Grantham baseert dit inzicht onder meer op een studie van drie Harvard-economen uit 2017. Het drietal onderzocht veertig episoden waarin de koers van een bepaalde sector binnen twee jaar tijd met 100% of meer steeg; hun definitie van een bubbel. Van die veertig voorbeelden eindigden er 21 in een crash, waarmee de economen een daling van 40% of meer binnen twee jaar na het bereiken van de piek bedoelen.

Volgens de economen leidt een crash van een bepaalde sector ook tot grote koersdalingen voor de beurs als geheel. Dat werd bijvoorbeeld duidelijk tijdens het uiteenspatten van de technologiebubbel in 2000. Zelfs een aandeel als Unilever verloor in die crash meer dan 40%. Een sterk stijgende koers alleen is niet voldoende om van een bubbel te spreken. Volgens het Harvard-trio is de kans op crashes veel groter wanneer er een versnelling is in de koersstijgingen – met name van relatief jonge bedrijven – en de beweeglijkheid van de koersen toeneemt.

Timing is duur

Het verschil van mening tussen de beide GMO-strategen is geen academische kwestie. Montier meent immers dat de (Amerikaanse) aandelenmarkt zich al in een bubbel bevindt, terwijl Grantham stelt dat de bubbel zich nog aan het vormen is.

Montier erkent dat hij in het verleden te vroeg het barsten van eerdere bubbels heeft aangekondigd. En te vroeg zijn is duur. Dat laat niet alleen het onderzoek van de Harvard-economen zien. Ook Bank of America Merrill Lynch (BofAML) weet dat op basis van eigen onderzoek naar de Amerikaanse beurskoersen vanaf 1929. Volgens de bank stijgen de koersen twaalf maanden voor de top van de bubbel met gemiddeld 25%. In de laatste zes maanden naar de top bedraagt de gemiddelde stijging 16%. Te vroeg verkopen is pijnlijk, concludeert BofAML. En short gaan nog pijnlijker.

Niettemin probeert de bank het gevaar van bearmarkten in kaart brengen aan de hand van negentien alarmsignalen (zie kader). De bank waarschuwt nog niet voor een crash. Maar die valt zeker niet uit te sluiten. De afgelopen twaalf maanden zijn steeds meer van BofAML’s alarmbellen gaan rinkelen. Inmiddels geven dertien van de negentien een crashwaarschuwing af. Een jaar geleden waren er dat nog slechts acht.

Waardering is een van die alarmsignalen. De waardering van de Amerikaanse beurs is hoog. Niet alleen op basis van de Shiller-koers-winstverhouding, die op basis van de gemiddelde winst per aandeel over tien in plaats van over één jaar wordt berekend. Ook andere waarderingsmaatstaven als de koers-omzetverhouding of de verhouding tussen beurswaarde en bbp zijn zeer hoog. Zowel Jeremy Grantham als John Hussman weten uit hun eigen – pijnlijke – ervaring dat overwaardering alleen onvoldoende aanleiding voor een crash is. Het is echter wel een voorwaarde en aan die voorwaarde voldoet de Amerikaanse markt nu zeker. Ook de hoogte van de schulden van het Amerikaanse bedrijfsleven en de stoom van fusies en overnames stemt ons voorzichtig. Langzaam maar zeker bereiden we ons voor op mindere beurstijden.

Iedere crash is anders

Die voorbereiding start met een blik op eerdere crashes. J.P. Morgan Asset Management heeft de tien grootste bearmarkten in de VS – waarvoor de meeste data beschikbaar zijn – in kaart gebracht. Dat is geen vrolijk makend overzicht, maar dat is geen reden voor beleggers om de ogen ervoor te sluiten. Omdat iedere bubbel anders is, is iedere crash dat ook. Uit de berekeningen van J.P. Morgan blijkt dat de gemiddelde crash 21 maanden duurt en een verlies van 42% oplevert. Maar de verschillen zijn groot. De grote crash van 1987 duurde slechts drie maanden en was met een verlies van 34% mild. Aan de andere kant van het spectrum staat de moeder aller crashes, uit 1929, die tot verliezen van 86% leidde.Ook binnen de sectoren zijn de verschillen groot en dat biedt wijze lessen voor beleggers. Sectoren die de crash inleiden – zoals Technologie in 2000 en Banken in 2007 – weten de verliezen lang niet altijd goed te maken. Zelfs niet als de beurs als geheel dat wel doet. Zo behaalde de Stoxx Europe 600 Index een rendement van 22% tussen de toppen van maart 2000 en juli 2007. Dat was echter niet weggelegd voor de Europese technologiesector die de crash van 2000 had ingeleid. Zeven jaar na de top uit maart 2000 was het rendement van deze sector -67%. U moet dus weten waarom sommige sectoren een crash wel doorstaan, en andere niet.

Zo kiest u een strategie

Het komende jaar diepen we dit onderwerp verder uit via een reeks artikelen en video’s. We leggen de anatomie van crashes bloot, laten bubbel & crash-experts aan het woord en laten zien hoe beleggers zich op een crash kunnen voorbereiden en hoe ze tijdens de crash het beste kunnen handelen. Dat doen we niet alleen voor de aandelen- maar ook voor de obligatiemarkt. Ook laten de beheerders van de verschillende modelportefeuilles van Beleggers Belangen zien wat hun crashstrategie is.

Via de website kunt u uw vragen of opmerkingen aan ons voorleggen. We vernemen ook graag uw eigen ervaringen met crashes. Zware koersdalingen horen bij beleggen. Maar wie goed is voorbereid en een heldere strategie heeft, kan de schade ervan beperken. Dat biedt u de kans volop van de daaropvolgende stijging te profiteren.

Kwantitatief model dat voor bearmarkten waarschuwt
Bank of America Merrill Lynch (BofAML) heeft een model ontwikkeld dat moet waarschuwen voor een bearmarkt. Het model bestaat uit negentien indicatoren, zoals renteverhogingen van de Federal Reserve, consumentenvertrouwen en strengere kredietvoorwaarden van banken aan bedrijven die geld willen lenen. De data van de alarmsignalen gaan niet allemaal even ver terug. Zo zijn cijfers over het consumentenvertrouwen pas vanaf 1967 beschikbaar. Hoe meer seinen er op rood staan, hoe betrouwbaarder de crashwaarschuwing van het model is. Sinds de jaren zestig zijn er zeven bearmarkten geweest, aldus BofAML. Voorafgaand aan zes van die zeven bearmarkten stonden alle beschikbare seinen op rood. Tot 1980 waren dat er zes, vanaf 1987 veertien en vanaf 2007 negentien. Daarvan staan er nu dertien op rood. Voorafgaand aan de zwarte maandag van oktober 1987 gingen dertien van de veertien alarmbellen af.

 

 

Alert

Selecteer de onderwerpen waarover u een Beleggers Belangen alert wilt ontvangen. Uw selectie wordt direct bewaard en kunt u op ieder moment zelf aanpassen.

Verder lezen?

Dit artikel kunt u alleen lezen met een (proef)abonnement. U leest Beleggers Belangen vanaf €1,50 per week. Wat krijgt u zoal:

  • Concreet en onafhankelijk beleggingsadvies
  • Direct toepasbare beleggingsinformatie
  • Succesvolle voorbeeldportefeuilles
  • En aandacht voor beleggen in onstuimige tijden