Beleggers Belangen Live

Top 10 ‘Dogs en Dobermannen’ van de Dow

Dogs of the Dow
Ivan Snurer
Ivan Snurer Expert

De Dobermann-strategie is een variant op de theorie van The Dogs of the Dow. Terwijl bij de klassieke benadering aandelen enkel op het dividend worden geselecteerd, speurt de Dobermann-methode naar kwaliteitsaandelen met een aantrekkelijke waardering.

De klassieke benadering van The Dogs of the Dow is een snelle manier om dividendaandelen uit de Dow Jones te selecteren. De theorie van The Dogs of the Dow is de meest simpele dividendstrategie ter wereld.

De theorie schrijft voor om na de slotbel van de laatste handelsdag van het jaar de aandelen uit de Dow Jones te rangschikken op het dividend. Van die lijst koopt u op de eerste beursdag van het volgende kalenderjaar de tien aandelen met het hoogste dividendrendement. Deze aandelen houdt u voor de rest van het jaar aan en bij de volgende jaarwisseling begint u opnieuw. De aandelen die niet langer tot de top-10 behoren worden verkocht en vervangen door de nieuwkomers in het rijtje van hoogste dividendrendementen. Bij die gelegenheid wordt ook het gewicht van de overige aandelen terug in lijn gebracht, conform een evenredige gewichtsverdeling.

De achterliggende gedachte van de theorie van The Dogs of the Dow is dat grote bedrijven bij de eerste economische tegenvaller niet meteen hun dividend aanpassen, omdat zij financieel gezond zijn. De dividendstrategie stamt wel uit een tijd dat alle indexleden van de Dow Jones dividend betaalden. Wat je de laatste jaren ook ziet, is dat bedrijven steeds vaker eigen aandelen inkopen of dat indexleden geen dividend betalen.

Dobermannen

De Dobermann-strategie is een variant op de klassieke Dogs of the Dow en iets complexer van aard. De indexleden van de Dow Jones worden niet langer geselecteerd op de hoogte van de dividendrendement. Omdat het dividendrendement bij bedrijven met verlies of met te lage cashflows zijn doel voorbij kan schieten, richt de Dobermann-strategie zich nadrukkelijk op kwaliteitsaandelen met een aantrekkelijke waardering.

Hoewel er meer rekenwerk bij komt kijken, zijn de regels relatief eenvoudig. De eerste stap is de voorselectie op basis van het rendement op eigen vermogen. Daarna filtert u de top-20 op hun free-cashflow yield, die als percentage de verhouding van de vrije kasstroom en de aandelenkoers weergeeft. Hieruit weerhoudt u de top-10. Ook hier worden net als bij de klassieke Dogs de aandelen bij elke kalenderwisseling opnieuw gewikt en gewogen.

Rendementsvergelijking

Van de Dogs of the Dow is bekend dat de klassieke benadering de Dow Jones op lange termijn verslaat, maar wat levert het meerwerk van de Dobermann-strategie op? Als we naar het rendement van het lopende kalenderjaar kijken, dan maakt het niet zoveel uit. In een beursklimaat waarin de Dow Jones in 2025 per 21 november goed was voor een opbrengst van 11,6%, bewerkstelligde de Dobermann-strategie een rendement van 19,1% tegenover 18,9% voor de klassieke Dogs.

De prestaties van een beleggingsstrategie meet je echter niet af over een jaar. In de 25 jaar tot aan ultimo 2024, realiseerden de Dow Jones een gemiddeld jaarrendement van 8,9%. De klassieke variant van de Dogs deed daar een schep bovenop, maar het jaargemiddelde van 9,5% verbleekt bij het jaarrendement van de Dobermann-strategie. Op jaarbasis harkte de verbeterde dividendstrategie 11,5% aan rendement binnen.

Qua percentage lijkt 2% niet veel, maar in absolute bedragen zijn de verschillen groot. Een startkapitaal van $10.000 groeide bij de Dobermann-strategie uit naar $113.311 tegenover $73.527 voor de Dogs. De Dow Jones maakte er $66.093 van.
Maar er is meer. Wie een blik op de jaarrendementen werpt, ziet dat de Dobermann-strategie door de band genomen het in positieve én negatieve beursjaren beter doet dan de klassieke dividendstrategie en de Dow Jones.

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier

Ivan Snurer

Ivan Snurer

Expert

Ivan Snurer (1965) studeerde in Brussel autotechnieken aan de Hogeschool voor Wetenschap en Kunst. Bij Volvo Cars was hij als productingenieur en later als kwaliteitsingenieur nauw betrokken bij de ontwikkeling en de assemblage van de Volvo 400-reeks in Born. Via een omweg in de Europese nucleaire industrie kwam hij medio jaren negentig terecht in de financiële wereld, nadat hij aan Nyenrode Business Universiteit zijn MBA-titel had behaald en zich aan de Erasmus Universiteit Rotterdam had verdiept in quantitative finance. Snurer publiceert sinds eind jaren negentig met enige regelmaat in de Belgische en Nederlandse financiële pers en schrijft sinds 2002 voor Beleggers Belangen. Hij is directeur van Quantalytica, een onafhankelijk adviesbureau dat onderzoek verricht naar de efficiëntie van beleggingsstrategieën en selectiemethodieken.

Meer artikelen van deze expert