Na twee goede jaren bleven kwaliteitsaandelen in 2025 duidelijk achter bij de brede aandelenmarkt. Ze zijn niet langer duur en dat maakt ze weer interessant.
Goed voor 2 minuten leesplezier
Kwaliteitsaandelen weer aantrekkelijk
Mis geen essentiële beleggingskansen
Blijf voor slechts 1 euro per week altijd op de hoogte van marktbewegingen en krijg toegang tot alle premium content.
- Dagelijks op de hoogte van het laatste beleggingsnieuws
- Digitaal toegang tot meer dan 25 topmerken
- Altijd toegang tot de digitale editie én het archief
- Deel uw abonnement met 2 anderen
Kwaliteit komt altijd bovendrijven, ook op de beurs. Ondernemingen met sterke balansen, hoge winstgevendheid en stabiele, goed voorspelbare kasstromen blijken beter bestand tegen economische tegenwind en blijven in onrustige beurzen relatief goed liggen. Kwaliteit is, net als waarde en bedrijfsomvang, een erkende factor die beleggers op lange termijn een hoger dan gemiddeld rendement kan opleveren. Dat blijkt ook uit de cijfers: sinds medio 1994 realiseerde de MSCI World Quality-index, inclusief herbelegd dividend, een gemiddeld jaarrendement van 11,5%, tegenover 8,3% voor de MSCI World-index.
Ook in 2023 en 2024 deden kwaliteitsaandelen het goed. Vorig jaar konden ze hun reputatie echter niet waarmaken. De kwaliteitsindex van MSCI kwam niet verder dan een plus van circa 16% in dollars, waar de wereldindex ruim 21% kon bijschrijven. Volgens een recente studie van UBS behoorden kwaliteitsaandelen in 2025 zelfs tot de slechtst presterende beleggingsstijlen van de afgelopen vijftien jaar.
Terwijl de beurs na de onrust rond Amerikaanse handelstarieven snel terugkeerde naar recordstanden, bleven juist de traditioneel stabiele, winstgevende bedrijven achter. De markt koos vol voor risico, met sterke prestaties van groeiaandelen, momentum en hoogvolatiele namen, terwijl kwaliteit en defensieve sectoren het lieten afweten.
Forse premies
Dat markeert een duidelijke breuk met het verleden. Vooral Amerikaanse kwaliteitsondernemingen hebben een ijzersterk track record. Sinds 2010 versloegen hoogwaardige Amerikaanse bedrijven, gedefinieerd door hoge en stabiele kasstroomrendementen, de brede Amerikaanse markt met meer dan 80%. Die dominantie was geen toeval, aldus UBS. Grote ondernemingen wisten hun winstgevendheid structureel te verbeteren en hun concurrentiepositie te verstevigen. Schaal werkte in hun voordeel: sterke bedrijven werden sterker, terwijl minder rendabele spelers achterbleven. Dit was geen exclusief technologisch fenomeen, maar zichtbaar in vrijwel alle sectoren.
Toch kwam aan die succesreeks een prijskaartje te hangen. In 2023 en 2024 liepen waarderingen van kwaliteitsaandelen op tot historisch hoge niveaus. Beleggers waren bereid forse premies te betalen, in de veronderstelling dat sterke fundamentals elke prijs rechtvaardigden. UBS waarschuwde toen al dat ‘te veel betalen voor kwaliteit’ een reëel risico vormde. Historisch gezien blijken aandelen met extreem hoge multiples van meer dan 50 keer de aangepaste winst zelfs bij stevige groei gemiddeld achter te blijven bij de markt.
Koopmoment
Inmiddels is de premie verdwenen en noteren kwaliteitsaandelen weer rond het marktgemiddelde, zo stelt UBS. Tegelijkertijd zijn de onderliggende fundamentals volgens de zakenbank nauwelijks verslechterd. De kasstroomrendementen blijven hoog en stabiel, en de concurrentievoordelen zijn grotendeels intact.
Voor particuliere beleggers kan dit een interessant koopmoment zijn. De combinatie van intacte kwaliteit en genormaliseerde waarderingen biedt kansen om sterke bedrijven weer tegen redelijke prijzen op te pikken. Zeker als het marktsentiment omslaat, bijvoorbeeld door geopolitieke spanningen, afkoelende economische groei of stress op de kredietmarkten, zullen beleggers opnieuw de veiligheid van kwaliteit opzoeken.