Afgelopen week bereikte Cameco de hoogste koers ooit. Op 7 januari schetste Grant Isaac, operationeel directeur van Cameco, tijdens de Goldman Sachs Energy, CleanTech & Utilities Conference een scherp beeld van de huidige uraniummarkt.
Volgens hem is die kwetsbaarder dan ooit voor onverwachte schokken, omdat de buffers die vroeger verstoringen in vraag en aanbod opvingen, zijn verdwenen.
Isaac legde uit dat afnemers van nucleaire brandstof steeds sterker het gevoel krijgen dat ze te laat zijn en straks mogelijk geen materiaal meer kunnen krijgen. Daardoor probeert iedereen tegelijk nieuwe contracten vast te leggen, wat de spanning in een toch al krappe markt verder vergroot. Niemand weet waar de volgende schok vandaan komt. Dat kan een tegenvallende herstart van een mijn zijn, een nieuw project dat vertraging oploopt of een plotselinge stijging van de vraag.
Uranium zonder vangnet
Het grote verschil met vroeger is volgens Isaac dat de traditionele schokdempers zijn verdwenen. Jarenlang kon de markt terugvallen op grote overheidsvoorraden en op het ‘Megatons to Megawatts’-programma, dat in totaal ongeveer 400 miljoen pond uranium uit ontmantelde kernwapens beschikbaar maakte voor civiel gebruik. Die vangnetten zijn er niet meer.
Daardoor werkt elke verstoring nu direct door in de prijs. Volgens Isaac is de uraniummarkt nog nooit zo gevoelig geweest voor onverwachte gebeurtenissen als nu, wat, hoe ongemakkelijk ook voor afnemers, een gunstige uitgangspositie creëert voor de bestaande producenten.
Dat kernenergie ook aan de vraagkant steeds nadrukkelijker wordt omarmd, bleek afgelopen vrijdag 9 januari, toen Meta aankondigde langjarige stroomafnamecontracten te hebben gesloten met meerdere kernenergiebedrijven om zijn snel groeiende AI-datacenters van stabiele nucleaire elektriciteit te voorzien.
De auteur heeft een longpositie.