Onlangs meldde de Amerikaanse regering dat het 433,3 miljoen aandelen Intel heeft gekocht voor $20,47 per stuk, wat neerkomt op een belang van 9,9%.
De deal wordt gefinancierd met subsidies die de chipfabrikant in het vooruitzicht waren gesteld in het kader van de CHIPS Act en middels aparte overheidsgelden voor programma’s rond de productie van veilige chips. TF Securities wijst erop dat de VS afstand hebben gedaan van de gebruikelijke aandeelhoudersrechten van preferente aandelen, waaronder een plek in de raad van bestuur en bestuur privileges.
Door deze keuze wordt volgens TF Securities politieke inmenging voorkomen en vaste dividendverplichtingen vermeden. De analisten zien de investering als een aanwijzing dat de Amerikaanse regering Intel te groot vindt om failliet te gaan en dat zij vertrouwen heeft in de toekomst van de chipfabrikant. Het stelt de markten gerust over de rol die Intel op zich kan nemen bij de wederopbouw van de Amerikaanse halfgeleiderindustrie.
Geen onmiddelijke oplossing
Wel waarschuwt TF Securities dat de investering niet onmiddellijk een oplossing zal bieden voor de achterstand die Intel heeft op het gebied van geavanceerde halfgeleidertechnologie. De deal zorgt er volgens TF Securities voor dat de risicopremie van Intel daalt, met name door verhoging van de koers-boekwaardeverhouding. Verder ligt de waarderingsboden van het bedrijf nu aanzienlijk hoger, wat wordt ondersteund door het schrappen van terugvorderingsbepalingen die gekoppeld waren aan eerdere overheidsfinancieringen.
TF Securities verwacht niet dat de VS soortgelijke deals zal sluiten met andere belangrijke spelers in de halfgeleiderindustrie, zoals TSMC of Samsung Electronics. Als een buitenlandse regering een aandelenbelang neemt in deze bedrijven, kan dat namelijk politieke risico’s met zich meebrengen.