Beleggers Belangen Live

Beurs en Economie: Gevaarlijke afdaling

Stephen Hendriks

De daling van de Duitse tienjaarsrente tot onder de 0% was niet onverwacht, maar laat wel zien hoe lastig het is om een redelijk rendement te realiseren. Financiële partijen bieden kunstgrepen aan om het rendement op de portefeuille te verhogen, maar voorzichtigheid is daarbij geboden.

Het is nu ruim zeven jaar geleden dat de wereldwijde financiële crisis zijn dieptepunt bereikte. In deze periode hebben centrale banken ongekende maatregelen genomen om het financiële systeem en de wereldeconomie te herstellen. In de jaarlijkse publicatie ‘The longest pictures’ somt strateeg Michael Hartnett van Bank of America Merrill Lynch deze maatregelen op. Sinds het faillissement van Lehman Brothers (in september 2008) hebben centrale banken liefst 654 renteverlagingen doorgevoerd, is er door hen voor $12,3 bln aan financiële activa (voornamelijk obligaties) gekocht en is hun balanstotaal gestegen tot $23,4 bln. De treurige conclusie na deze kolossale steunmaatregelen is dat de mondiale economische groei al jarenlang op een zeer mager niveau blijft hangen en dat het deflatiespook nog niet is verdreven. In combinatie met het extreem expansieve beleid van centrale bankiers heeft dit geleid tot een daling van het effectief rendement op de obligatiemarkt. Toen Hartnett vorige week zijn – boeiende – rapport publiceerde waren er wereldwijd obligaties met een waarde van bijna $10 bln die een negatief effectief rendement lieten zien. Na de daling van het effectief rendement op tienjarige Duitse staatsleningen tot onder de 0% is die $10 bln nu ver overschreden.

De toekomstige rendementen zullen langer laag blijven waardoor fondsbeheerders onder druk staan om nieuwe bronnen van rendement te vinden

Einde van beleggen
Vincent Chaigneau, vastrentend- en valutastrateeg van Société Générale (SG), liet zijn klanten weten dat zij zich moeten instellen op een langdurige periode van lage rendementen. Zijn collega, kwantitatief strateeg Andrew Lapthorne, ging nog een stap verder. ‘Het einde van beleggen’ luidde de kop van zijn laatste rapport. Volgens Lapthorne levert een breed gespreide portefeuille – die voor 50% uit aandelen uit de MSCI World Index, voor 40% uit wereldwijde staatsobligaties, voor 5% uit bedrijfsobligaties en voor 5% uit cash bestaat – nog slechts een inkomensrendement van nog geen 2% op. Medio jaren tachtig genereerde een dergelijke portefeuille nog een inkomen van 6% per jaar, zo berekende de kwantitatief strateeg. Zijn vastrentende collega Chaigneau ziet dan ook dat zogeheten ‘multi-asset fondsen’ – beleggingsfondsen die niet in één maar juist in verschillende vermogenscategorieën zoals aandelen, obligaties en vastgoed beleggen – het steeds lastiger hebben. Dat zal voorlopig zeker niet veranderen, meent Chaigneau. De toekomstige rendementen zullen langer laag blijven waardoor fondsbeheerders onder druk staan om nieuwe bronnen van rendement te vinden. Een van die bronnen is het toevoegen van actief valutabeheer aan een portefeuille, krijgt Chaigneau vaak te horen.

Voor Nick Gartside, ‘chief investment officer’ vastrentende waarden van fondsaanbieder J.P. Morgan Asset Management is deze trend niet nieuw. Gartside heeft deze ontwikkeling al eerder gezien, tien jaar geleden in Japan. De scherpe daling in het effectief rendement op Japanse staatsobligaties leidde ook tot veranderingen in het productaanbod van de fondsaanbieders. Een van de oplossingen was het aanbieden aan particuliere beleggers van obligaties in valuta’s van landen waar de rente hoger lag dan in Japan. Dit is een manier om tot een hoger rendement te komen, maar alleen voor beleggers die het extra risico dat hierbij komt kijken begrijpen en er in voldoende mate voor worden gecompenseerd. Het toevoegen van een valutacomponent om extra rendement te genereren, voegt aan het kredietrisico van de obligatie ook nog eens een valutarisico toe dat nog volatieler kan zijn dan het kredietrisico, waarschuwt Gartside. De voortdurende daling van het effectief rendement op de obligatiemarkt – niet alleen voor staatsobligaties, maar ook voor bedrijfsobligaties (zie grafiek) – zet beleggers tot steeds risicovoller gedrag aan om toch nog enig aantrekkelijk rendement te behalen. Maar er is ook nog een andere optie, zo laat Jeffrey Gundlach – oprichter van de zeer succesvolle vermogensbeheerder DoubleLine Capital – zien. Hij liet recent aan het Amerikaanse beleggersmagazine Barron’s weten dat het goed is om ‘veel cash aan te houden’. ‘Dit is een ‘houd-je-kruit-droog-markt’, aldus Gundlach. Dat klinkt als een verstandig advies, dat we onder meer in de defensieve en pensioenportefeuille in de praktijk brengen.

Lees ook: Beurs & Economie: Europese toestanden

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier

Stephen Hendriks

Stephen Hendriks

Expert

Stephen Hendriks (1970) werkt sinds 1998 voor Beleggers Belangen. Na een studie Economie met specialisaties Macro-Economie en Financiering wilde hij de beleggerswereld in. Zijn keuze viel op Beleggers Belangen, een platform waar hij in volledige onafhankelijkheid zijn analyses zou kunnen schrijven. Stephen begon als redacteur, en is sinds 2001 adjunct-hoofdredacteur. Hij richt zich bij Beleggers Belangen vooral op assetallocatie en beleggingsstrategie. Zijn kennis op deze terreinen zet hij niet alleen in bij het beheer van verschillende portefeuilles, maar ook bij de door hem opgezette rubriek Beurs & Economie. Stephen is beheerder van de Hoogdividendportefeuille, de Pensioenportefeuille en beheert samen met Karel Mercx de Defensieve portefeuille. Ook maakt hij deel uit van het team dat de ETF-portefeuille beheert. Daarnaast schrijft hij sinds eind jaren ’90 over de sectoren Farmacie en Nutsbedrijven en is hij specialist op het terrein van bedrijfsobligaties. Zijn boekenkast is gevuld met alles wat maar met beleggen te maken heeft, van de klassiekers tot financieel-historische en kwantitatieve werken.

Meer artikelen van deze expert