Updates

Aandelen Nederland

BAM

Advies
houden
Aandelen Nederland

ArcelorMittal

Advies
houden
Aandelen Nederland

ICT Group

Advies
houden
Aandelen Nederland

Heijmans

Advies
houden
Aandelen Internationaal

General Electric

Advies
verkopen
Aandelen Nederland

Avantium

Advies
verkopen
Aandelen Nederland

Aegon

Advies
houden
Aandelen Nederland

NN Group

Advies
kopen
Opinie Michiel Pekelharing, 12 mei 2018 07:54

De valkuil van de olierally

0 0 Leestijd ongeveer

Updates

Aandelen Nederland

BAM

Advies
houden
Aandelen Nederland

ArcelorMittal

Advies
houden
Aandelen Nederland

ICT Group

Advies
houden
Aandelen Nederland

Heijmans

Advies
houden
Aandelen Internationaal

General Electric

Advies
verkopen
Aandelen Nederland

Avantium

Advies
verkopen
Aandelen Nederland

Aegon

Advies
houden
Aandelen Nederland

NN Group

Advies
kopen

De olieprijs is deze week verder omhooggeschoten door de oplopende spanningen in het Midden-Oosten. De olierally mag echter geen argument zijn om in energiebedrijven te beleggen.

De olieprijs is opgelopen tot het hoogste niveau sinds 2014 na de beslissing van Trump om de stekker uit het nucleaire akkoord met Iran te trekken. Een vat WTI-olie kost momenteel iets meer dan $71. Dat is 13% meer dan aan het begin van het jaar en bijna driemaal zoveel als 27 maanden geleden. In het verleden zou een dergelijke koersspurt toch voor wat onrust zorgen onder beleggers. Consumenten en bedrijven die meer geld kwijt zijn aan de pomp, houden minder over voor andere uitgaven en investeringen. De laatste jaren wordt de link tussen de olieprijs en de economische groei beduidend minder vaak gelegd. Dat heeft voor een deel te maken met de forse daling van de olieprijs na juni 2014. In anderhalf jaar tijd daalde de prijs van een vat WTI-olie van ruim $100 tot iets meer dan $25. Dat leidde echter niet tot een flinke groeiversnelling van de wereldeconomie.

Groei-impuls

Een belangrijke reden voor het uitblijven van een groei-impuls zijn de enorme bezuinigingen in de energiesector. Grote olieconcerns schroefden hun investeringsbudget met tientallen miljarden dollars terug. In de Verenigde Staten nam het aantal installaties voor het aanboren van olie- en aardgasbronnen met 80% af. Dat had een negatieve impact van circa 0,5% op de Amerikaanse economie. Inmiddels wordt de booractiviteit op schalievelden in de Verenigde Staten overigens juist weer flink opgevoerd. De productie op het Amerikaanse vasteland komt sinds begin februari voor het eerst sinds de jaren ’70 weer uit op meer dan 10 miljoen vaten per dag. Dat is ongeveer dubbel zoveel als het niveau van negen jaar geleden. Door de groei van de Amerikaanse schalieproductie is het onwaarschijnlijk dat de rally lang doorzet. Op de futuremarkt wordt bijvoorbeeld $62 betaald voor de levering van een vat WTI-olie in december 2019.

Uit het verdomhoekje

Voor veel beleggers is de recente stijging van de olieprijzen aanleiding om weer eens te kijken naar de grote energiebedrijven. De afgelopen jaren zaten de oliegiganten in het verdomhoekje. Het Zwitserse fondsenhuis Pictet becijferde in een recente beleggingsbarometer dat olieaandelen sinds maart 2016 per saldo 10% zijn achtergebleven bij de MSCI World Index, ondanks een stijging van de olieprijs met ruim 60% binnen dezelfde periode. Een belangrijke reden is de twijfel of deze concerns ook bij nieuwe schokken van de olieprijs het dividendbeleid kunnen handhaven. Daar komt bij dat met name institutionele partijen meer oog kregen voor de milieurisico’s van deze sector. Als er in de toekomst een steeds groter prijskaartje komt te hangen aan de uitstoot van CO2, is het mogelijk niet langer lucratief om bepaalde energiereserves boven de grond te halen. Inmiddels trekt juist de enorme cashontwikkeling van de olieconcerns weer volop de aandacht.

Energieaandelen populair

Uit de Binck Beleggersbarometer van mei komt naar voren dat de energieaandelen de technologiesector hebben afgelost als populairste beleggingscategorie. Richard Turnill, chief investment strategist van BlackRock, voorspelde zelfs al dat de energiebranche de topperformer van 2018 kan worden. Volgens Turnill gingen olieconcerns gemiddeld uit van een olieprijs van $55 bij het maken van prognoses voor het lopende jaar. Hierdoor is er in zijn ogen volop ruimte voor financiële meevallers. Voor beleggers is het nu zaak om zich niet te veel te laten leiden door de recente olierally en door voorspellingen van onder meer Bank of America dat de prijs voor een vat kan oplopen tot $100.

Tijdelijk karakter

Geopolitieke spanningen in het Midden-Oosten hebben vaak een tijdelijk karakter. De kans is dan ook groot dat deze risicopremie vroeg of laat uit de olieprijs loopt. De futureprijs voor 2019 van iets meer dan $60 weerspiegelt in dat opzicht beter de (genormaliseerde) verhouding tussen de onderliggende vraag en aanbod op de oliemarkt. Beleggers moeten dan ook niet in energieaandelen stappen in een poging om mee te liften op de olierally. Toch kan de energiesector wel degelijk een interessante belegging zijn. De meeste oliebedrijven hebben de kostenstructuur zo ver verlaagd dat ze ook bij een olieprijs van $60 meer dan voldoende ruimte hebben om het dividendbeleid te handhaven. Door de prijsschok van 2014 houden ze bovendien nieuwe investeringsmogelijkheden veel scherper tegen het licht. Kortom: hoewel de olierally geen aanleiding is om in de energiesector te investeren, zijn de goede vooruitzichten voor de lange termijn dat wel.

Alert

Selecteer de onderwerpen waarover u een Beleggers Belangen alert wilt ontvangen. Uw selectie wordt direct bewaard en kunt u op ieder moment zelf aanpassen.

Verder lezen?

Blijf dagelijks op de hoogte van het laatste beleggingsnieuws. Ontdek Beleggers Belangen nu vanaf €10,95 per maand. Bent u nieuw en wilt u eerst meer informatie? Klik dan hier! 

 Bekijk onze abonnementen hier!