Updates

Aandelen Internationaal

Bayer

Advies
houden
Aandelen Nederland

Accell

Advies
houden
Aandelen Nederland

Pharming

Advies
houden
Aandelen Nederland

Basic-Fit

Advies
houden
Aandelen Nederland

TKH

Advies
houden
Aandelen Nederland

RELX

Advies
houden
Aandelen Nederland

IMCD

Advies
houden
Aandelen Nederland

GrandVision

Advies
kopen
image description
Opinie Redactie Beleggers Belangen, 9 jan 2015 15:11

‘Nog veel te verbeteren bij vermogensbeheerders’

0 0 Leestijd ongeveer

Updates

Aandelen Internationaal

Bayer

Advies
houden
Aandelen Nederland

Accell

Advies
houden
Aandelen Nederland

Pharming

Advies
houden
Aandelen Nederland

Basic-Fit

Advies
houden
Aandelen Nederland

TKH

Advies
houden
Aandelen Nederland

RELX

Advies
houden
Aandelen Nederland

IMCD

Advies
houden
Aandelen Nederland

GrandVision

Advies
kopen

Een interview met Hans Dubbeldam, voorzitter van de VEOV en directeur van vermogensbeheerder Index Capital over de in 2014 ingevoerde regels voor banken, vermogensbeheerders en -adviseurs.

Dit is een verkorte versie van een interview met Hans Dubbeldam in Beleggers Belangen nummer 51 van vorig jaar. Lees het hele artikel hier

Op 1 januari 2014 werd een aantal maatregelen ingevoerd met als doel de dienstverlening van banken, vermogensbeheerders- en adviseurs eerlijker en transparanter te maken. Hoewel deze maatregelen een eerste stap in de goede richting zijn valt er nog veel te verbeteren, aldus Hans Dubbeldam (foto). Hij is voorzitter van de Vereniging van Echt Onafhankelijke Vermogensadviseurs (VEOV) en directeur van vermogensbeheerder Index Capital.

Dubbeldam: ‘De perverse prikkels die in de financiële sector aanwezig waren en de belangen van de klanten schaadden, moesten eruit. Het vertrouwen van consumenten in de financiële sector was na de financiële crisis in 2009 sterk gedaald. Sindsdien is dat echter niet hersteld, het vertrouwen is nog steeds even laag. Dat betekent dus dat de sector in de afgelopen jaren echt te weinig heeft gedaan om het vertrouwen van de klant terug te winnen.

De maatregelen die nu zijn genomen zijn een stap in de goede richting, maar voor de oude perverse prikkels zie je nieuwe in de plaats komen. Het is belangrijk om je te beseffen dat de sector zelf helemaal niet wilde veranderen, de maatregelen zijn ingegeven of afgedwongen door externe partijen zoals de AFM. Klanten snappen dat heel goed. Dat het vertrouwen in de sector nog steeds zo laag is zegt genoeg, het lijkt definitief beschadigd. Er was een moment dat de sector echt kon kiezen om het anders te gaan doen, maar men heeft er helaas bewust voor gekozen het bij het oude te laten.

Veel klanten denken dat met de invoering van het provisieverbod na 1 januari 2014 de financiële dienstverlening ineens transparant en okay is geworden. Dat wordt door banken ook krachtig uitgedragen. De werkelijkheid is dat er nog veel te verbeteren valt.

Volgens Dubbeldam wordt door een aantal vermogensbeheerders nog steeds verdiend aan transacties, waardoor er nog een perverse prikkel is om teveel transacties uit te voeren of te adviseren:

Volgens ons zou het zo moeten zijn dat alle kosten voor het advies en operationele kosten voor het uitvoeren van effectentransacties in de adviesvergoeding verwerkt zijn, en dat op transacties dus geen enkele marge zit.’

Ook heeft hij kritiek op beleggingsfondsen, die distributievergoedingen niet altijd volledig hebben teruggegeven aan de klant. Daarnaast is hij geen voorstander van zogeheten multi-manager paraplufondsen:

Het probleem hier is dat de kosten van die fondsen worden opgestapeld, waardoor het duurder wordt voor de consument. De multi-managermandaten zijn niet kostenefficiënt en veelal is voor de klant niet duidelijk hoe hoog de kosten daadwerkelijk zijn. De sector vaart er wel bij, maar de klant betaalt de rekening.’

 

Reactie DUFAS

We vroegen Hans Janssen Daalen, voorzitter van de Dutch Fund & Asset Management Association (DUFAS), om een reactie:

Daalen: ‘Door de bij DUFAS aangesloten marktpartijen wordt er hard aan gewerkt om het vertrouwen in de financiële sector terug te winnen, die van fonds- en vermogensbeheerders in het bijzonder. Dat is een zaak van lange adem. Helaas is het nog steeds zo dat incidenten de trend bepalen, en afstralen op de financiële sector als geheel. Ook al heeft zo’n incident slechts betrekking op bepaalde marktpartijen. Er bestaat een grote diversiteit binnen de financiële sector. Die verscheidenheid wordt door politici en publiek vaak niet onderkend. Er zijn heel veel vermogensbeheerders die dag in dag uit geweldig hun best doen om de beste resultaten voor hun klanten te behalen.

In de DUFAS Code Vermogensbeheerders die dit jaar is vastgesteld, hebben wij aangegeven wat de consument van een goede vermogensbeheerder mag verwachten. Transparantie en openheid staan daarin centraal. Wij verlangen ook van marktpartijen dat zij in hun jaarverslag of op hun website verantwoording afleggen over de wijze waarop zij het belang van de klant centraal zetten. De sector zal meer bewust deze positieve cultuur naar buiten moeten uitdragen. Het publiek herkent dat niet als vanzelfsprekend. Die verantwoording door vermogensbeheerders zal in de jaarverslagen over 2014 voor de eerste maal geschieden. Daarnaast wordt er in overleg met de AFM gewerkt aan het verbeteren van de beleggingsdienstverlening aan de consument. Het zichtbaar worden van die positieve effecten van deze nieuwe marktbenadering bij het grote publiek, kost tijd.’

Beide heren zijn het eens over de mandatenfondsen:

Daalen: ‘De opkomst van de zogenaamde ‘mandatenfondsen’ is een fenomeen waar DUFAS geen voorstander van is. Hiermee wordt in feite een van de doeleinden van het provisieverbod, het scheiden van kerncompetenties van fondsbeheerder, adviseur en bemiddelaar, teniet gedaan. De bank zet hiermee eigenlijk drie petten op, die van fondsbeheerder, beleggingsadviseur en distributeur, en er ontstaat (weer) een grote prikkel voor het adviseren van het eigen ‘huisfonds’. Hoe onafhankelijk is zo’n advies van de bank? De verschillende vergoedingen die hiervoor moeten worden betaald, worden ook weer op een hoop geveegd. Dat gaat ook ten koste van het inzicht in afzonderlijke kostencomponenten dat wij de consument willen bieden met het provisieverbod.’

‘De aanbieder moet volstrekt transparant zijn over de bijzondere constructie van het fonds, de kosten en waarom dit een goed aanbod is voor de klant.’

 

Concluderend, waar moet een klant van een vermogensbeheerder nu op letten?

Dubbeldam: ‘Je wilt echt een goed beeld krijgen van wat de dienstverlening kost en waar de beheerder aan verdient. Hiervoor moet je vragen naar de Total Cost of Ownership (TCO). Dit zijn echt álle kosten van de beleggingsdienstverlening, dus inclusief de beheervergoeding, transactiekosten en productkosten. Dat een beheerder transparant is over kosten is essentieel, want kosten en rendement zijn direct met elkaar gecorreleerd. De sector heeft laten zien misbruik te maken van non-transparantie. Het is helaas een illusie om te denken dat dit na de invoering van het provisieverbod anders is.’

 

Tekst: Pepijn Schreurs