Updates

Aandelen Internationaal

Walmart

Advies
houden
Aandelen Nederland

NN Group

Advies
kopen
Aandelen Nederland

Pharming

Advies
houden
Aandelen Nederland

ABN Amro

Advies
houden
Aandelen Nederland

ArcelorMittal

Advies
houden
Aandelen Internationaal

Allianz

Advies
kopen
image description
Opinie Ivan Snurer, 5 feb 2014 09:18

Het begin en het einde

0 0 Leestijd ongeveer

Updates

Aandelen Internationaal

Walmart

Advies
houden
Aandelen Nederland

NN Group

Advies
kopen
Aandelen Nederland

Pharming

Advies
houden
Aandelen Nederland

ABN Amro

Advies
houden
Aandelen Nederland

ArcelorMittal

Advies
houden
Aandelen Internationaal

Allianz

Advies
kopen

Na jaren van crisis gloorde in 2013 eindelijk licht aan het einde van de tunnel. De westerse economieën herstellen stilaan en aandelen scheren hoge toppen. Maar in januari was rood de modekleur. Op de beurs opent een slecht begin de deur naar een min.

De maand januari is vernoemd naar Janus, de Romeinse god van het begin en het einde, van het openen en het sluiten. De deur Ianua droeg daarom zijn naam. In de Romeinse mythologie werd hij voornamelijk afgebeeld als een man met twee gezichten óf als tweeling. De maand januari neemt op de aandelenmarkten eveneens een bijzondere positie, een sleutelrol in.

Zo is er het januari-effect. Het fenomeen waarbij koopjesjagers in de Verenigde Staten achtergebleven aandelen oppikken die kort voor de jaarwisseling verkocht zijn teneinde fiscale verliezen te kunnen realiseren. Het januari-effect wordt vooral waargenomen bij small-caps die het voorbije kalenderjaar met forse verliezen hebben afgesloten.

Januari-indicator(en)

En dan is er nog zoiets als de januari-indicator. In 1972 ontdekte Yale Hirsch, de uitgever van The Stock Trader’s Almanac, dat het rendement van de maand januari een goede voorspeller is van het jaarrendement. Meestal als de S&P 500 in januari voortvarend start, eindigt het beursjaar in schoonheid en andersom. Gegevens van de afgelopen 86 jaar voor de S&P 500 bevestigen de geldigheid van de stelregel. Van de 55 jaren waarin januari met winst eindigde, was dat 44 keer met winst (gemiddeld 20,1 procent). Dat is een slaagkans van 80 procent. Omgekeerd in de 31 jaren dat het rendement in januari negatief was, eindigen 18 in verlies (gemiddeld -13,8 procent), een slaagkans van 58,1 procent. Bij elkaar opgeteld: een slaagkans van 72,1 procent.

De januari-indicator kent echter ook een snelle variant die al vroeg in de maand vooruitkijkt naar het beursjaar. Als de S&P 500 na de eerste vijf handelsdagen hoger noteert dan het jaar ervoor, dan is de (slaag)kans (76,8 procent) groot dat Wall Street een mooi jaar tegemoet gaan (gemiddelde winst: 19,6 procent). Omgekeerd in de jaren dat de S&P de eerste vijf dagen met verlies afsluit, worden in de regel (56,7 procent) de verliezen verder uitgediept (tot een gemiddelde van -12 procent). Al met al, voorspelden de eerste vijf handelsdagen in de afgelopen 86 jaar 60 keer de uitkomst. Dat is een voorspelkracht van 69,8 procent.

Alle goede dingen komen in drieën: er bestaat een derde variant op de januari-indicator. In Seasonal Stock Market Trends brengt Jay Kaeppel de laatste vijf handelsdagen voor het voetlicht. Als de S&P 500 in de laatste vijf beursdagen van januari stijgt/daalt, dan eindigt het beursjaar in de regel met winst/verlies. De voorspelkracht is weliswaar minder groot dan die van de eerste vijf handelsdagen of de maand januari zelf, maar bedraagt immer nog 60 procent. Bij winst zet de S&P 500 een jaarwinst van 20,1 procent neer en bij verlies kleurt de index 17 procent rood.

Drie-eenheid

Uiteindelijk destilleerde Jay Kaeppel hieruit de JayNewary Indicator, een binaire beursbarometer die de eenheid meet onder bovenvermelde indicatoren. Er gaat een krachtig signaal vanuit wanneer alle januari-indicatoren elkaar bevestigen. In de jaren dat de signalen van de drie januari-indicatoren laten uitschijnen dat het een goed beursjaar zal worden, stijgt de S&P 500 gemiddeld 20,9 procent. Omgekeerd in de jaren dat alle signalen op rood staan, dalen op Wall Street de koersen gemiddeld met -9,2 procent. Het gebeurt echter niet zo vaak, in de voorbije 86 jaar slechts 34 keer. Niettemin of juist daarom bedraagt de slagkracht van de JayNewary-indicator 91,4 procent. Critici zullen stellen dat de statistische relevantie van de negatieve jaren met zeven waarnemingen verwaarloosbaar is. Ook bij plusjaren loopt het aantal waarnemingen met 27 observaties niet over. Maar hoe je het ook keert of wendt, linksom of rechtsom: de teller van het aantal foute uitkomsten stokt op telkens één. In zijn totaliteit dus twee op 34 waarnemingen.

Back to the future

Of in goed Nederlands: Terug naar de toekomst. In 2014 is de maand januari beleggers helemaal niet goed gezind. Op Wall Street resulteerden zowel het maandrendement alsook de eerste en de laatste vijf handelsdagen in verlies. Dat is een veeg teken. Zolang de S&P 500 in de eerste drie maanden van het nieuwe jaar niet het dieptepunt van december onderschrijdt, is er niets aan de hand, toch? Begin deze week dook echter de leidende index van de Amerikaanse aandelenmarkten onder de laagste koers van 18 december jl. waardoor de kans groot is dat 2014 een verloren beursjaar wordt. Of dat daadwerkelijk het geval is, zal blijken op 31 december 2014, want de decemberregel is ook geen wet van Meden en Perzen.

Blik op oranje

En hoe zit het nu met de AEX in 2014? Afgezien van de eerste vijf handelsdagen waarschuwen dit jaar de vijf laatste handelsdagen en het maandrendement nadrukkelijk voor een moeilijk beursjaar. Wanneer alle seinen of op groen of op rood staan, dan boekt de hoofdindex in dat kalenderjaar overduidelijk winst dan wel verlies, maar in zogenaamde twijfeljaren is de voorspelkracht mager en neemt de S&P 500 zijn functie als leidende rol waar. Zo ook in 2014?   @  Ivan  Snurer