Flink overgewaardeerd
Het probleem met kwartaalcijfers is, zo schreef de Financial
Times twee weken geleden, dat beleggers vier keer per jaar in
dezelfde val trappen.
Voor de langetermijnbelegger is het kwartaalspel tussen bedrijf
en analistenverwachtingen echter minder interessant. En al helemaal
niet na lezing van een onderzoek dat McKinsey deed naar door de
analisten afgegeven winsttaxaties.
De kwaliteit daarvan is niet best, aldus de consultant. Analisten
voorspelden een jaarlijkse winstgroei van 10-12% over de afgelopen
25 jaar, maar de daadwerkelijke winstgroei bedroeg slechts 6%, zo
concludeert McKinsey.
De enige periode waarin de werkelijke winsten de analistentaxaties
overtreffen is na een zware recessie.
Precies dat fenomeen lijkt zich volgens de bekende Amerikaanse
econoom Jeremy Siegel - auteur van 'Stocks for the Long Run' - nu
opnieuw voor te doen. Onder meer op basis van de winsttaxaties van
analisten voor het lopende en het komende jaar kwam hij recent tot
de conclusie dat de Amerikaanse beurs 25-30% is
ondergewaardeerd.
Deze visie staat haaks op die van zijn vriend Robert Shiller,
auteur van een andere beleggingsklassieker, 'Irrational
Exuberance'. Shiller waardeert de beurs op basis van de gemiddelde,
voor inflatie gecorrigeerde historische winst over een periode van
tien jaar.
Zo gemeten is de Amerikaanse beurs helemaal niet ondergewaardeerd,
maar Siegel zet de methodiek van zijn vriend Shiller weg als
'achteruit kijken', terwijl het juist gaat om vooruit
kijken.
Maar uit het McKinsey - onderzoek blijkt hoeveel - of eigenlijk
weinig - waarde beleggers aan dat vooruitkijken moeten hechten. De
maatstaf van Shiller is daarentegen gebaseerd op harde data in
plaats van te optimistische verwachtingen.
Daarnaast heeft de Shillerwaardering een betrouwbaar
langetermijngemiddelde, waarmee de huidige waardering vergeleken
kan worden.
En die vergelijking zegt ons dat de Amerikaanse beurs op dit
moment nog altijd flink overgewaardeerd is.
Flink overgewaardeerd
Het probleem met kwartaalcijfers is, zo
schreef de Financial Times twee weken geleden, dat beleggers vier
keer per jaar in dezelfde val trappen.
Voor de langetermijnbelegger is het
kwartaalspel tussen bedrijf en analistenverwachtingen echter minder
interessant. En al helemaal niet na lezing van een onderzoek dat
McKinsey deed naar door de analisten afgegeven winsttaxaties.
De kwaliteit daarvan is niet best, aldus de
consultant. Analisten voorspelden een jaarlijkse winstgroei van
10-12% over de afgelopen 25 jaar, maar de daadwerkelijke winstgroei
bedroeg slechts 6%, zo concludeert McKinsey.
De enige periode waarin de werkelijke winsten
de analistentaxaties overtreffen is na een zware recessie.
Precies dat fenomeen lijkt zich volgens de
bekende Amerikaanse econoom Jeremy Siegel - auteur van 'Stocks for
the Long Run' - nu opnieuw voor te doen. Onder meer op basis van de
winsttaxaties van analisten voor het lopende en het komende jaar
kwam hij recent tot de conclusie dat de Amerikaanse beurs 25-30% is
ondergewaardeerd.
Deze visie staat haaks op die van zijn vriend
Robert Shiller, auteur van een andere beleggingsklassieker,
'Irrational Exuberance'. Shiller waardeert de beurs op basis van de
gemiddelde, voor inflatie gecorrigeerde historische winst over een
periode van tien jaar.
Zo gemeten is de Amerikaanse beurs helemaal
niet ondergewaardeerd, maar Siegel zet de methodiek van zijn vriend
Shiller weg als 'achteruit kijken', terwijl het juist gaat om
vooruit kijken.
Maar uit het McKinsey - onderzoek blijkt
hoeveel - of eigenlijk weinig - waarde beleggers aan dat
vooruitkijken moeten hechten. De maatstaf van Shiller is
daarentegen gebaseerd op harde data in plaats van te optimistische
verwachtingen.
Daarnaast heeft de Shillerwaardering een
betrouwbaar langetermijngemiddelde, waarmee de huidige waardering
vergeleken kan worden.
En die vergelijking zegt ons dat de
Amerikaanse beurs op dit moment nog altijd flink overgewaardeerd
is.