Waarom de eurozone uit elkaar valt
Het einde van de euro is in aantocht. Dat zegt chief investment
officer Alan Brown van Schroders. Dat komt volgens hem vooral omdat
Duitsland de Europese eenheidsmunt zal willen terugwisselen voor
zijn mark.
Het einde van de euro is in aantocht. Dat zegt chief investment
officer Alan Brown van Schroders. Dat komt volgens hem vooral omdat
Duitsland de Europese eenheidsmunt zal willen terugwisselen voor
zijn mark.
De euro heeft zijn langste tijd gehad, denkt Schroders. Het wordt
steeds duidelijker dat de Europese munt ook nadelen kent voor
sommige landen. Duitsland bijvoorbeeld, ondervindt als gezonde
economie steeds meer hinder van zijn mede-euroleden die in de
problemen zijn gekomen. Opnieuw een eigen munt lijkt in de huidige
omstandigheden een betere optie.
Vanuit competitief oogpunt heeft de euro een groot nadeel gebracht
voor de nu in problemen verkerende PIIGS-landen. Volgens de
basistheorie zorgt juist een fluctuerende, en niet een vastgepinde
wisselkoers, voor een behoud van 's lands competitiviteit. Is een
land immers productiever in de productie van bepaalde goederen, dan
zal de prijs van deze goederen - in de lokale valuta - dalen. De
vraag naar de verhandelbare goederen zal derhalve stijgen waardoor
handelspartners meer behoefte hebben aan de valuta van de
producent. Hierdoor zal de wisselkoers - hier gedefinieerd als
valuta producent / valuta importeur - depreciëren, waardoor de
kosten voor het product weer toenemen. Dit principe zal de
productiviteit idealiter weer herstellen.
Vanwege het aannemen van de euro werkt dit principe voor de
PIIGS-landen ten opzichte van andere eurolanden niet langer.
Volgens Schroders is de competitiviteit van deze landen daarom met
zo'n 30% afgenomen ten opzichte van die van Duitsland. Een
vergelijkbare situatie ontstond in de periode van de Duitse
hereniging. Deze scheefgroei hebben de Duitsers moeten bekopen met
tien minder vette jaren.
Om dit scenario deze keer te vermijden, oppert de Duitse minister
van Financiën, Wolfgang Schäuble, deze keer om de Zuid-Europese
landen voor straf in de hoek te zetten. Om hun handelstekorten te
beperken, moeten zij volgens Schauble minder uitgeven, salarissen
bevriezen en hogere werkloosheidpercentages toestaan. Hierdoor
nemen de importen af, wat de tekorten zou terugdringen.
Een minder waarschijnlijk maar desalniettemin mogelijk alternatief
zou zijn om de 'gezonde' economieën te stimuleren, waardoor de
andere kant van de PIIGS-handelsbalansen de beperking van de
tekorten voor zijn rekening zou nemen. Gezien de recente
ontwikkelingen bij onze oosterburen - een wetsaanname om de
schuldpositie voor eind 2016 weg te werken - lijkt de laatste stap
echter niet al te waarschijnlijk. De vraag is echter of de keuze om
de eurozone te verlaten wel reëel te noemen valt.
Volgens Schroders behoort deze optie wel degelijk tot de
mogelijkheden. Het zou de Duitse handelsbalans in eerste instantie
erg schaden, maar uiteindelijk bijdragen tot een 'gezondere'
verhouding tussen de nationale groei en vraag.
Dat laatstgenoemde relatie voor verschillende landen is
scheefgegroeid kunnen wij enkel beamen. Echt onverwacht kan dit
echter niet zijn wanneer de deelnemende landen sterk verschillen.
De 'ideale' omvang van de eurozone lijkt dus overstegen, maar tot
het einde van de munteenheid zal deze volgens ons niet leiden.