De perfecte beleggingsstrategie
Koop aan het begin van het jaar de 'Europese dogs', verkoop eind
mei al uw aandelen en koop begin oktober de best presterende
aandelen van het jaar. De combinatie van de sterke punten van drie
afzonderlijke beleggingsstrategiën blijkt zeer succesvol.
Eerder dit jaar schreven wij reeds over de
'Europese Dogs', een strategie afgeleid van de Dogs of the Dow, die
de afgelopen 17 jaar een aanzienlijke outperformance opleverde.
Ivan Snurer van Quantalytica combineerde deze strategie
(waarbij aan het begin van het jaar de aandelen met het hoogste
dividendrendement worden aangeschaft) met het Sell in May (aandelen
presteren zwakker in de zomermaanden) principe en het bekende
Window Dressing (fondsbeheerders kopen aan het einde van het jaar
de best presterende aandelen).
De resultaten dit seizoensgebonden concept
liegen er niet om, waarbij het rendement met name in zeer slechte
beursjaren aanzienlijk beter is.
SELL IN MAY
Volgens een oude beurswijsheid doen beleggers er
verstandig aan om hun aandelen in mei te verkopen om in september
naar de beurs terug te keren. Sell in May and go away, but
remember be back in September, is een wereldberoemde spreuk.
Er zit een kern van waarheid in en was afgelopen maand een goed
advies. Het rendement op aandelen is in de zomer doorgaans
lager dan in de winter (zie onderstaande tabel). Het
zomer-winterpatroon is een verschijnsel dat op de aandelenmarkten
wereldwijd wordt aangetroffen.

WINDOW DRESSING
Beleggers die Sell in May als leidraad gebruiken, zien
zich evenwel geconfronteerd met de vraag wanneer opnieuw
instappen? September is traditiegetrouw de slechtste
beursmaand van het jaar en de maand oktober is berucht om zijn
scherpe koersdalingen.
Met name in de Verenigde Staten kopen fondsbeheerders vlak voor
het einde van elk kwartaal de winnaars van de afgelopen periode,
zodat zij in hun kwartaalrapportage kunnen pronken met een
beleggingsportefeuille waarin snel gestegen aandelen de boventoon
voeren. Window Dressing komt erop neer dat de winnaars er
bijna altijd een mooie eindsprint uitpersen.
Op de Europese aandelenmarkten wordt dit koerseffect evenwel
minder prominent waargenomen dan op Wall Street. Dat neemt
niet weg dat het de moeite loont om eind september met het oog op
oud en nieuw even te kijken welke aandelen bezig zijn aan een goed
jaar.
Tussen 1993 en 2009 persten de dertig grootste stijgers van de
€uro STOXX in de laatste drie maanden van het jaar door de bank
genomen een rendement van 6,5 procent uit. In dezelfde
periode steeg de €uro STOXX gemiddeld met 5,7 procent. Het is
echter geen absolute wetmatigheid: de eindsprint van 2009
resulteerde in een verlies van 4,2 procent, terwijl de index 2,1
procent winst boekte.
Wie overigens bij elke jaarwisseling al de 30 grootste stijgers
uit de €uro STOXX kocht, deed het de afgelopen 17 jaar met een
gemiddeld rendement van 14,5% ook aanzienlijk beter dan de index,
die in die periode op jaarbasis een rendement van 8,7% bij elkaar
sprokkelde (zie onderstaande tabel).

EUROPEAN DOGS
Zoals gezegd schreven wij reeds eerder over de 'Europese
honden', waarbij bleek dat de tien aandelen met het hoogste
dividendrendement aan het begin van het jaar (en die verder ook nog
aan een aantal belangrijke criteria voldeden) die aan het begin van
het jaar werden gekocht, gemiddeld genomen de afgelopen jaren voor
een flinke outperformance zorgden.
Dit principe is afgeleid van de bekende Dogs of the Dow theorie,
waarbij aan het begin van het jaar de tien aandelen met het hoogste
dividendrendement uit de Dow Jones worden aangeschaft, om deze
vervolgens een jaar lang in portefeuille te houden.
Eenzelfde aanpak toegespitst op de €uro STOXX scoorde in de
afgelopen zeventien jaar een jaarrendement van 16,2 procent.
En een aandelenportefeuille die dertig eenheden telt, realiseerde
een gemiddelde 14,9 procent, wat bijna voor de helft te danken is
aan het dividend.

Houdt men de aandelen echter maar vijf maanden vast, dan daalt
het gemiddelde weliswaar naar 10,5 procent, maar u vermijdt wel dat
in de tradtionele zomerflauwte van de maanden juni, augustus en
september een deel van de ongerealiseerde winst wordt
afgeroomd. Weliswaar trekken later op het jaar de
beurskoersen weer aan, maar omdat het gros van het dividend in de
periode april-mei wordt uitbetaald (zie onderstaande tabel),
sprokkelen de aandelen met een hoog dividendrendement nadien
relatief gezien weinig extra aan koersrendement bijeen.

BUNDELING STRATEGIËN: HET SEIZOENSGEBONDEN CONCEPT
Het ligt voor de hand om de sterke punten van de drie
afzonderlijke strategieën te bundelen in één autonoom
beleggingsconcept. Wanneer een en ander met elkaar wordt
opgeteld, dan komt u zonder de rentecomponent (In de maanden dat u
niet in aandelen zit, kunt u uw geld rentedragend beleggen,
waardoor het daadwerkelijk behaalde resultaat een kwart procent
hoger uitvalt). uit op een rendement van 17,8 procent, in
theorie.
Dit is om en bij de drie procentpunt beter dan de
dividendstrategie (European Dogs) of de momentumstrategie (Window
Dressing), maar wel voor kosten. Inclusief transactiekosten
(ter hoogte van een procent per verrichting) daalt het resultaat
van de seizoensgebonden beleggingstrategie naar 13,8 procent.
Om tot hetzelfde nettoresultaat te komen, mag het
rendementsverlies als gevolg van de transactiekosten bij de
dividendstrategie niet hoger zijn dan 1,1 procentpunt en bij het
momentummodel maximaal 0,7 procentpunt. In de praktijk blijkt
echter dat het rendementsverlies van de dividendaanpak toevallig
net uitkomt op 1,1 procentpunt en dat de gebeurlijke
transactiekosten het rendement van de momentumstrategie zelfs met
1,7 procentpunt afromen.

LAGER RISICO
Het nettorendement van de dividendstrategie is van
dezelfde orde van grootte als dat van het autonome
beleggingsconcept, ogenschijnlijk.
Een blik op traditionele risicomaatstaven zoals bèta en
standaarddeviatie leert dat het resultaat van de seizoensgebonden
concept totstandkwam met een lager risico. Meer nog: wanneer
de jaarrendementen ontleed worden in goede en slechte jaren, dan
blijkt dat het concept met name in de slechte jaren goed uit de
verf komt.
In 2001 en 2002, jaren waarin de Europese effectenbeurzen met
dubbelcijferige percentages onderuitgingen, liet het drieledige
beleggingsconcept dubbelcijferige winstpercentages optekenen.
En in het rampjaar 2008 toen wereldwijd de koersen op de
aandelenmarkten halveerden, wist het model de verliezen tot de
helft te beperken (zie onderstaande tabel).
In turbulente tijden is zelfs de beste rationele
beleggingsstrategie niet bestand tegen het zog van de dalende
beurskoersen, helaas.

SUMMA SUMMARUM
De seizoensgebonden aanpak houdt in dat men aan het begin
van het jaar (de dertig) aandelen (uit de €uro STOXX) koopt met een
hoog dividendrendement en ze vervolgens vijf maanden lang
aanhoudt.
Begin juni wordt de opbrengst voor vier maanden rentedragend
belegd op een zichtrekening, waarna tot oud en nieuw het kapitaal
geïnvesteerd wordt in (de dertig) grootste stijgers (uit de €uro
STOXX) van het lopende kalenderjaar.
Strikt genomen, betreft het hier een actieve strategie.
Het concept leent zich desondanks voor beleggers die weinig tijd of
zin hebben om zich met hun beleggingsportefeuille bezig te
houden. Er zijn immers slechts drie momenten waarbij er
aandelen worden gekocht of verkocht: oud en nieuw, eind mei en aan
het begin van het vierde kwartaal.
Daarnaast vergen de onderliggende aandelenselecties geen
specialistische kennis. Aan het begin van het jaar koopt u
simpelweg de aandelen met het hoogste dividendrendement en in
oktober laat u uw oog vallen op de koerskampioenen van de voorbije
negen maanden.
BRON: www.quantalytica.com
Tekst: Ivan Snurer en Menno van Hoven
GERELATEERD
- Europese honden zeer succesvol
- Dogs of the Dow 2010
- Dividendrendement scoort in
2010
Dogs of the Dow