Aandelen in de fase van ‘Groei’
Afgelopen woensdag schreef ik over het verloren decennium, dat voor een goed gespreide
belegger helemaal niet verloren was. De komende jaren zouden
aandelen zomaar een verder gevolg op hun revival kunnen geven.
In mijn laatste column toonde ik aan dat de afgelopen tien jaar
eigenlijk alleen een drama was als je je als belegger had
blindgestaard op aandelen. Helaas hebben de meeste beleggers op een
een of andere manier wel een bijziendheid voor aandelen ontwikkeld
en hebben ze dus de pijn van aandelen gevoeld (althans als ze
meeste tijd van het decennium - bijvoorbeeld buy-and-hold - hadden
belegd natuurlijk).
In vele van mijn columns heb ik proberen duidelijk te maken dat
beleggen lang niet altijd een absoluut, maar vooral ook een
relatief spel is. Beleggers moeten altijd een afweging maken wat ze
met hun geld doen. Als ze het niet in het ene beleggingssegment of
-instrument willen stoppen, dan gaat het geld vaak naar een andere
assetcategorie of instrument. Het gaat erom een inschatting te
maken van de relatieve prestaties.
Dat probeerde ik vorige keer uit te leggen door de relatieve
prestaties van aandelen ten opzichte van die van obligaties te
plaatsen. We zien hier duidelijke cycli terug, waarbij dan
aandelen, dan obligaties het weer beter doen. Aandelen hebben het
de afgelopen tien jaar absoluut, maar ook relatief niet goed gedaan
ten opzichte van obligaties (met uitzondering van de periode maart
2003 tot en met juli 2007).
Het zou zomaar kunnen dat het relatieve krachtenveld zich de
komende jaren gaat draaien ten gunste van aandelen. Per slot van
rekening hebben obligaties een bijna dertigjarige bullmarkt achter
de rug, en beginnen er scheuren te ontstaan in het bolwerk van
obligaties. Zie ook het artikel Beleggen in staatsleningen, dat u
kunt downloaden uit de digitale bibliotheek van
Inmaxxa.
De bekende beleggingsgoeroe Marc Faber zei enkele dagen geleden
nog op een seminar georganiseerd door RBS, dat papiergeld als
wc-papier gaat eindigen en dat (Amerikaanse) staatsleningen over
tientallen jaren niets meer waard zullen zijn. Er zit natuurlijk
enig effectbejag in dergelijke woorden, maar de kern van de
boodschap is dat je voor de komende jaren beter je geld in aandelen
en grondstoffen kunt hebben, dan in andere
beleggingscategorieën.
Interessant in dit kader is ook een analyse die Goldman Sachs
laatst maakte. Zij analyseerden de lange cycli van de
aandelenmarkten en kwamen er achter dat er een typisch patroon is
dit zich over zo'n zeven tot achter jaar voltrekt. Dit patroon, dat
bestaat uit vier fasen, is uitgebeeld in onderstaande figuur.

Volgens Goldman Sachs hebben we in 2009 de fase van de 'Hope'
gehad. Dit is fase waarin de aandelenmarkten het sterkst stijgen
(gemiddeld meer dan 50%); er heerst vaak het gevoel van opluchting,
dat het allemaal toch niet zo erg was als de onheilsprofeten ons
hebben willen doen geloven.
Daarna ontstaat er over een periode van gemiddeld drie jaar een
fase van de 'Growth', waarin we meer trendmatig groeien zien, zo'n
10% per jaar. Deze fase is dus net begonnen. Uiteindelijk wordt
deze fase opgevolgd door een periode van 'Optimism', die soms zelfs
verlengd wordt en kan overgaan in een fase van 'Euphoria', zoals we
dat eind jaren negentig hebben gezien.
Voor alle duidelijkheid, dit is natuurlijk geen vaststaand
patroon, maar een gemiddelde. Iedere zeven tot acht jaar zien we
echter steeds een vergelijkbare cyclus. De groeiperiode uit de
laatste cyclus (de jaren 2004 tot en met 2006) kende weer net een
andere verloop: 2004 was min of meer vlak, 2005 en 2006 gestaag
omhoog . De fase van het optimisme dat hierop volgde (eerste helft
2007) was toen maar kort.
Harry Geels is directeur Research en partner bij Inmaxxa
Vermogensbeheer in Naarden. Daarnaast is hij uitvoerend
hoofdredacteur van Technische en Kwantitatieve Analyse (TKA). De
informatie in deze opinie is niet bedoeld als individueel
beleggingsadvies of als aanbeveling tot het doen van bepaalde
beleggingen. De standpunten en vooruitzichten van Geels geven zijn
mening weer in zijn hoedanigheid als directeur Research.
Harry Geels