Toename angst op 19 maands hoogtepunt
Vorige week ging het hard omlaag op de Amerikaanse beurzen. De
grootste koersdalingen sinds maart 2009 vonden plaats. Dat zorgde
ervoor dat de VIX-index zijn grootste stijging beleefde sinds 19
maanden.
De
VIX-index meet de prijs die de belegger moet betalen om zich te
verzekeren tegen koersdalingen van de S&P500. Deze prijs is de
laatste drie handelsdagen van de vorige week gestegen met 55% omdat
de VIX-index steeg van 17,58 tot 27,31.

Sinds februari 2007 nam de angst op de beurzen niet meer zo snel
toe. Op 27 februari 2007 daalde de
Dow Jones met 3,3%. Dat was de eerste keer sinds vijf jaar dat
de Dow Jones met meer dan 2% daalde, dat was de langste
onafgebroken reeks sinds 100 jaar.
Dit gebeurde nadat de Chinese overheid de investeringen met
geleend geld wilde beperken en dat zorgde ervoor dat de Chinese
beurs op één dag met 10% onderuit ging. Het gevolg was dat de
VIX-index bijna verdubbelde.
Volgens data van Bloomberg bewegen de Amerikaanse beurzen in 80%
van de gevallen tegengesteld aan de richting van de
VIX-index.
De huidige beurscorrectie
die samen ging met de stijging van de VIX-index was dus geen toeval
en zorgde er voor dat de Dow Jones op een stand terecht kwam die al
tien weken niet meer gezien was.

Koopmoment?
Om te weten of dit een mooi koopmoment is kijken wij naar de
waardering van de S&P500.
Wij kiezen voor de S&P500 omdat 500 aandelen een beter beeld
geven dan de 30 aandelen die in Dow Jones zitten. De waardering
valt uit te rekenen door de koers van de S&P500 te delen door
de gemiddelde winst van de afgelopen tien jaar van de bedrijven die
in deze index zitten.
Het is belangrijk om de afgelopen tien jaar te nemen omdat dan
elke extreme (piek en dal) in de cyclus wordt meegenomen.
Neemt de belegger één jaar dan is het gevolg dat op de top van
de cyclus aandelen minder duur lijken dan dat ze werkelijk zijn.
Immers door de niet houdbare winsten valt de koers-winstverhouding
dan lager uit.
Het zelfde probleem vindt plaats op de
bodem van de cyclus. Omdat winsten helemaal in elkaar gezakt zijn,
komen de koers-winstverhoudingen dan hoger uit. Met als logisch
gevolg dat aandelen minder goedkoop lijken, dan dat ze werkelijk
zijn op de bodem.
In de volgende grafiek die is bijgewerkt tot de slotkoersen van
afgelopen vrijdag staan de koers-winstverhouding sinds de bodem van
maart vorig jaar. Te zien is dat de waardering door de
beurscorrectie maar iets is afgenomen.

Het gemiddelde van deze
koers-winstverhoudingen van de afgelopen 200 jaar staat op 16. Dat
betekent dat de prijs die het kost om de S&P500 aan te schaffen
hoger is dan gemiddeld in het verleden het geval is geweest.
Het gevolg hiervan is dat de lange termijn buy & hold belegger
waarschijnlijk rendementen zal gaan krijgen die lager liggen dan
dat hij gemiddeld in het verleden gekregen heeft.
Wij zien deze correctie dus niet als een mooi instapmoment om te
beginnen met aandelen kopen of een mooi moment om het percentage
aandelen in de portefeuille uit te breiden.
Gerelateerd:
• Beurscorrectie
komt eraan (24 jan)
• Griekenland
verslechtert snel (22 jan)
• VS is
één groot IJsland (22 jan)