Proefabonnement

Proefabonnement216x134

Redactieblog

Appels met appels vergelijken

11-1-2010 10:15:18 Harry Geels

Afgelopen woensdag schreef ik over wat een gemiddelde, neutrale, goed gespreide belegger had kunnen verdienen in 2009. Uit de reacties die ik kreeg bleek dat nogal wat beleggers appels met peren vergelijken.

Als ik naar de reacties van veel lezers op mijn laatste column kijk, vinden veel beleggers het blijkbaar niet interessant om af en toe eens te benchmarken. Op de vraag 'wat had ik moeten verdienen, gezien de risico's die ik genomen heb', hoeft naar het zich laat aanzien niet door iedere belegger een goed antwoord gevonden te worden.

Het valt op dat veel beleggers zich blijkbaar alleen om zo hoog mogelijke rendementen bekommeren, zonder acht te slaan op de risico's. En als ze gaan vergelijken, wordt er meestal alleen verwezen naar die beleggingscategorieën of indices die het hardst zijn gestegen. In een aantal reacties werd het door mij genoemde streefrendement van 17,5% voor een goed gespreide portefeuilles slecht genoemd door te vergelijken met de AEX.

Wat mij betreft is de AEX geen goede vergelijkingsmaatstaf; het is een vrij risicovolle index, met veel nadruk op financiële waarden. Daarin ga je niet al je geld stoppen. Je beleeft dan regelmatig een financiële achtbaan en je gaat voorbij aan alle andere beleggingsmogelijkheden die er in de wereld zijn. Voor wie Nederland er dan toch bij wil doen, verwijs ik naar een researchartikel dat ik recent heb geschreven over het beleggen in beleggingsfondsen die zich richten op Nederland.

In mijn column van vorige week schreef ik ook dat als je je als belegger had gericht op CTA-achtige strategieën je een lager benchmarkrendement zou hebben gehad. Met CTA-achtige strategieën bedoel ik strategieën waarbij je meestal met behulp van technische analyse probeert in te spelen op korte en middellange trends in de markt. Op die trends wordt dan met derivaten ingespeeld.

Het rendement van CTA-achtige strategieën kun je ook vergelijken met een benchmark, bijvoorbeeld die van de Barclay CTA Index. De vermogensbeheerder waar ik werk past veel van dit soort strategieën toe aan de portefeuilles van cliënten. Daarom is voor ons de CTA-index een belangrijke vergelijkingsmaatstaf.



Zoals in onderstaande tabel is te zien hadden CTA's het in 2009 moeilijk. De index geeft nu een gemiddeld rendement van 0,18% aan, en dat is een schril contrast met de rendementen die aandelen en obligaties uiteindelijk in 2009 lieten optekenen. Lees ook nog maar even het bericht in het Financieele Dagblad over de bekendste CTA van Nederland, Transtrend van Robeco, die wat betreft rendement vorig jaar uitkwam op -8,36%.

Tabel: jaarrendementen Barclay CTA Index

geels 11 jan 01

Als we dan de juiste appels met appels gaan vergelijken, dan moet je die 17,5% die ik noemde (waarin geen allocatie zat naar CTA-achtige strategieën) corrigeren voor het geval je wel in CTA-achtige strategieën had belegd. Stel, je belegde voor 30% in deze strategieën dan had je benchmarkrendement over 2009 moeten zijn: 70% van 17,5% en 30% van 0,18% = 12,3%.

Er is een goede reden te geven waarom CTA's het in 2009 niet goed hebben gedaan. Een van de CTA's die wij nauwkeurig volgen (maar waarin we niet participeren), te weten Altius van Rho Asset Management, verklaarde dit in zijn jaarbericht over 2009 heel goed. Altius is, net als veel andere CTA's, zoals ook het eerder genoemde Transtrend, een fonds dat met futures inspeelt op trends in diverse markten.

Er worden vaak meerdere posities tegelijkertijd ingenomen in meerdere markten, waarbij we moeten denken aan diverse aandelen-, rente-, valuta- en commoditymarkten. In Altius wordt op trends in 44 verschillende markten ingespeeld. Het is belangrijk voor de winstgevendheid van het handelen dat het merendeel van die markten trends laten zien. Het jaar 2009 liet in algemeen gezien relatief weinig trends zien.

Dit wordt uitgebeeld in onderstaande figuur. Met verschillende indicatoren kunnen we vaststellen of een markt 'trending' of 'non-trending' is. Vervolgens kunnen we, bijvoorbeeld op maandbasis, een percentage berekenen van de in dit geval 44 markten die trending zijn (% T).

In het algemeen is het zo dat als dit percentage boven de 65% ligt (zie bovenste horizontale lijn) er goede winstmogelijkheden zijn. Tussen 30 en 65 zijn er gemiddelde winsten mogelijk. Onder de 30 liggen verliezen meer voor de hand, omdat er dan niet voldoende trends zijn.

Het jaar 2009 heeft vijf maanden gehad met een waarde onder de 30. De laatste keer dat dit in een kalenderjaar voorkwam was in 1995. Dit betekent dus dat het uitermate lastig was om in 2009 met goede trends geld te verdienen. Het is, tot slot, nog even belangrijk om te memoreren, dat de geschiedenis heeft aangetoond dat perioden met weinig trends altijd weer worden opgevolgd door perioden met goede trends.

Figuur:  % T, ofwel het percentage (op maandbasis) van 44 futuresmarkten dat trends laat zien

geels 12 jan 02

Harry Geels is directeur Research en partner bij Inmaxxa met kantoor in Naarden (www.inmaxxa.nl). De informatie in deze opinie is niet bedoeld als individueel beleggingsadvies of als aanbeveling tot het doen van bepaalde beleggingen. De standpunten en vooruitzichten van Geels geven zijn mening weer in zijn hoedanigheid als directeur Research. Geels heeft op het moment van schrijven geen positie in genoemde fondsen.

Harry Geels

Proefabonnement Beleggers Belangen          Nieuwsbrief Beleggers Belangen

Reacties

mj vis dinsdag 16 november 2010 16:36

Goedemiddag Harry , is het misschien een optie om bovenstaande conclusies en aannames eens te projecteren op jouw eigen fondsen , zoals het Alpha Pro fund en het titans Fund , voor een transparante analyse .???


Nieuwe reactie