Appels met appels vergelijken
Afgelopen woensdag schreef ik over wat een gemiddelde, neutrale,
goed gespreide belegger had kunnen verdienen in 2009. Uit de
reacties die ik kreeg bleek dat nogal wat beleggers appels met
peren vergelijken.
Als ik naar de reacties van veel lezers op mijn laatste column
kijk, vinden veel beleggers het blijkbaar niet interessant om af en
toe eens te benchmarken. Op de vraag 'wat had ik moeten verdienen,
gezien de risico's die ik genomen heb', hoeft naar het zich laat
aanzien niet door iedere belegger een goed antwoord gevonden te
worden.
Het valt op dat veel beleggers zich blijkbaar alleen om zo hoog
mogelijke rendementen bekommeren, zonder acht te slaan op de
risico's. En als ze gaan vergelijken, wordt er meestal alleen
verwezen naar die beleggingscategorieën of indices die het hardst
zijn gestegen. In een aantal reacties werd het door mij genoemde
streefrendement van 17,5% voor een goed gespreide portefeuilles
slecht genoemd door te vergelijken met de AEX.
Wat mij betreft is de AEX geen goede vergelijkingsmaatstaf; het
is een vrij risicovolle index, met veel nadruk op financiële
waarden. Daarin ga je niet al je geld stoppen. Je beleeft dan
regelmatig een financiële achtbaan en je gaat voorbij aan alle
andere beleggingsmogelijkheden die er in de wereld zijn. Voor wie
Nederland er dan toch bij wil doen, verwijs ik naar een
researchartikel dat ik recent heb geschreven over het beleggen in
beleggingsfondsen die zich richten op Nederland.
In mijn column van vorige week schreef ik ook dat als je je als
belegger had gericht op CTA-achtige strategieën je een lager
benchmarkrendement zou hebben gehad. Met CTA-achtige strategieën
bedoel ik strategieën waarbij je meestal met behulp van technische
analyse probeert in te spelen op korte en middellange trends in de
markt. Op die trends wordt dan met derivaten ingespeeld.
Het rendement van CTA-achtige strategieën kun je ook vergelijken
met een benchmark, bijvoorbeeld die van de Barclay CTA Index. De
vermogensbeheerder waar ik werk past veel van dit soort strategieën
toe aan de portefeuilles van cliënten. Daarom is voor ons de
CTA-index een belangrijke vergelijkingsmaatstaf.
Zoals in onderstaande tabel is te zien hadden CTA's het in 2009
moeilijk. De index geeft nu een gemiddeld rendement van 0,18% aan,
en dat is een schril contrast met de rendementen die aandelen en
obligaties uiteindelijk in 2009 lieten optekenen. Lees ook nog maar
even het bericht in het Financieele Dagblad over de bekendste CTA
van Nederland, Transtrend van Robeco, die wat betreft rendement
vorig jaar uitkwam op -8,36%.
Tabel: jaarrendementen Barclay CTA Index

Als we dan de juiste appels met appels gaan vergelijken, dan
moet je die 17,5% die ik noemde (waarin geen allocatie zat naar
CTA-achtige strategieën) corrigeren voor het geval je wel in
CTA-achtige strategieën had belegd. Stel, je belegde voor 30% in
deze strategieën dan had je benchmarkrendement over 2009 moeten
zijn: 70% van 17,5% en 30% van 0,18% = 12,3%.
Er is een goede reden te geven waarom CTA's het in 2009 niet
goed hebben gedaan. Een van de CTA's die wij nauwkeurig volgen
(maar waarin we niet participeren), te weten Altius van Rho Asset
Management, verklaarde dit in zijn jaarbericht over 2009 heel goed.
Altius is, net als veel andere CTA's, zoals ook het eerder genoemde
Transtrend, een fonds dat met futures inspeelt op trends in diverse
markten.
Er worden vaak meerdere posities tegelijkertijd ingenomen in
meerdere markten, waarbij we moeten denken aan diverse aandelen-,
rente-, valuta- en commoditymarkten. In Altius wordt op trends in
44 verschillende markten ingespeeld. Het is belangrijk voor de
winstgevendheid van het handelen dat het merendeel van die markten
trends laten zien. Het jaar 2009 liet in algemeen gezien relatief
weinig trends zien.
Dit wordt uitgebeeld in onderstaande figuur. Met verschillende
indicatoren kunnen we vaststellen of een markt 'trending' of
'non-trending' is. Vervolgens kunnen we, bijvoorbeeld op
maandbasis, een percentage berekenen van de in dit geval 44 markten
die trending zijn (% T).
In het algemeen is het zo dat als dit percentage boven de 65%
ligt (zie bovenste horizontale lijn) er goede winstmogelijkheden
zijn. Tussen 30 en 65 zijn er gemiddelde winsten mogelijk. Onder de
30 liggen verliezen meer voor de hand, omdat er dan niet voldoende
trends zijn.
Het jaar 2009 heeft vijf maanden gehad met een waarde onder de
30. De laatste keer dat dit in een kalenderjaar voorkwam was in
1995. Dit betekent dus dat het uitermate lastig was om in 2009 met
goede trends geld te verdienen. Het is, tot slot, nog even
belangrijk om te memoreren, dat de geschiedenis heeft aangetoond
dat perioden met weinig trends altijd weer worden opgevolgd door
perioden met goede trends.
Figuur: % T, ofwel het percentage (op maandbasis)
van 44 futuresmarkten dat trends laat zien

Harry Geels is directeur Research en partner bij
Inmaxxa met kantoor in Naarden (www.inmaxxa.nl). De informatie in
deze opinie is niet bedoeld als individueel beleggingsadvies of als
aanbeveling tot het doen van bepaalde beleggingen. De standpunten
en vooruitzichten van Geels geven zijn mening weer in zijn
hoedanigheid als directeur Research. Geels heeft op het moment van
schrijven geen positie in genoemde fondsen.
Harry Geels