Dividendbelegger lijdt
Beleggers in aandelen met een hoog dividendrendement hebben de
wind tegen. Veel bedrijven verlagen hun dividend of keren helemaal
niets meer uit. 'Hoogrenderende' aandelen zijn sinds de crisis dan
ook achtergebleven. Op lange termijn blijft dividend echter
cruciaal.
Ondanks het herstel op de aandelenmarkt sinds maart van dit
jaar, heeft de financiële crisis er ook bij aandelen met een hoog
dividendrendement zwaar ingehakt. Vanaf het begin van de crisis
zijn de (wereldwijd) hoogrenderende aandelen nipt achtergebleven
bij de algemene wereldindex (zie linkergrafiek). Sinds november
2008 hebben Europese aandelen met een hoog dividendrendement zelfs
de indices van Europese bedrijfsobligaties maar net weten te
verslaan (zie rechtergrafiek).
De reden voor de teleurstellende prestaties van aandelen met een
hoog dividendrendement is volgens kwantitatief strategen van
Société Générale (SG) en de Britse beleggingsconsultant Smithers
& Co meervoudig. Om te beginnen was er onder beleggers sinds de
scherpe koersstijgingen sinds maart van bijna 60% op de MSCI World
Index weinig belangstelling voor een in dit klimaat wat schamel
ogend divi-dendrendement van 2,6%.
Daarnaast spelen natuurlijk de vele dividendverlagingen een rol.
Volgens Smithers & Co hebben niet-financiële Amerikaanse
ondernemingen in de eerste helft van dit jaar 21% minder dividend
uitgekeerd dan in de eerste helft van (pre-crisisjaar) 2007. Angst
voor verdere dividendverlagingen is volgens SG met name voor
Europese (niet-Britse) aandelen terecht. In Europa wordt het
dividendbeleid volgens de broker namelijk vooral gebaseerd op een
vast uitkeringspercentage van de winst (de pay-outratio). Aangezien
SG ook voor 2010 een winstdaling verwacht, is een daling van het
dividend te verwachten.
Rendementsmotor
Dit alles neemt niet weg dat dividend een van de
belangrijkste bronnen van het rendement op aandelen is, zo weet ook
SG. De broker onderzocht voor een aantal landen - onder meer de VS,
het Verenigd Koninkrijk, Duitsland en Japan - welke factoren tussen
1970 en augustus 2009 het meest bepalend waren voor het rendement
op aandelen. Voor al deze landen - op Japan na - geldt dat
dividendrendement of de groei van het dividend de belangrijkste
verklaring voor het rendement op aandelen vormt.
De vraag is dan waar beleggers nog een houdbaar, en bij voorkeur
groeiend dividend kunnen vinden. De financiële sector was voor
dividendbeleggers traditioneel de belangrijkste sector. Financials
keerden niet alleen een bijzonder genereus dividend uit, maar
lieten dat ook nog eens bovengemiddeld snel groeien. Dat was - zij
het achteraf gezien - eigenlijk al verdacht, zo constateert SG.
Gezien de nog niet volledig opgeloste problemen en aanstaande
strengere regelgeving voor financials lijkt het SG verstandig om
een aantrekkelijk en groeiend dividend in andere sectoren te gaan
zoeken. In de voorstellen van de G20-landen voor de hervorming van
de financiële sector is immers onder meer afgesproken dat
financials minder ruimte krijgen om de aandeelhouders te paaien met
inkoop van eigen aandelen óf 'excessieve' dividenduitkeringen.
Beleggers zullen dus (ook) buiten de financiële sector op zoek
moeten naar een aantrekkelijk en groeiend dividend. Dat is volgens
de broker met name te vinden in defensieve sectoren en onder
largecaps. Denk aan nutsbedrijven, industrials, telecombedrijven en
de sector Basismaterialen. Er is onder de hoogrenderende bedrijven
zelfs een groep ultra-defensieve namen te vinden, zo blijkt uit een
onderzoek van Citi.
Er zijn namelijk bedrijven met een dividendrendement dat boven
de coupon op de bedrijfsobligaties ligt. De broker noemt onder meer
Belgacom, BP, France Telecom en Vivendi als voorbeeld hiervan.
Dividendbeleggen lijkt nu even minder aantrekkelijk, maar voor
de lange termijn blijft het een van de belangrijkste pijlers onder
het rendement op de aandelenmarkten.
Stephen Hendriks, 9 oktober 2009