Belegger vraagt om klappen
De Amerikaanse beurs was in 75 jaar niet zo overgewaardeerd als
nu, zo berekende een Duits onderzoeksinstituut. Op die berekening
valt wel wat af te dingen, maar dat de Amerikaanse beurs (te) duur
is staat wel vast. Wie deze overwaardering negeert vraagt om
klappen, koersklappen wel te verstaan.
Een
historische overwaardering.
Zo omschrijft het onafhankelijke Duitse onderzoeksbureau Fairesearch
de huidige staat van de Amerikaanse beurs.
De S&P500-index heeft namelijk een koers-winstverhouding van
bijna 140 en dat is in 75 jaar niet meer voorgekomen.
Deze opmerkelijke hoge waardering is berekend op basis van de
gerapporteerde winst per aandeel over de afgelopen vier kwartalen.
In de berekening zijn dus ook de hoge afschrijvingen van financials
over het vierde kwartaal van 2008 meegenomen.
Toch is Fairesearch van mening dat deze berekening van de
koers-winstverhouding wel degelijk iets zinnigs zegt over de
waardering van de Amerikaanse beurs. Bijvoorbeeld over de verwachte
winstgroei die nodig is om de waardering van de S&P500 tot
enigszins normale verhoudingen terug te brengen. Die benodigde
winstgroei is namelijk buitengewoon hoog. Want zelfs wanneer
Amerikaanse bedrijven de komende jaren een groei van de winst per
aandeel van jaarlijks 100% behalen, dan duurt het bijna vier jaar
voordat de waardering van de S&P500-index tot een 'normaal'
niveau van rond de 16 is gedaald.
Een dergelijk extreem hoge winstgroei is volgens Fairesearch nog
nooit voorgekomen, zo liet het onderzoeksbureau aan de Duitse krant
Handelsblatt weten. Ook na het uiteenspatten van de internetbubble
aan het begin van dit decennium was het winstherstel niet zo sterk.
Tussen 2003 tot en met 2006 nam de winst per aandeel van de
bedrijven uit de S&P500-index met 'slechts' gemiddeld 86% per
jaar toe, aldus Fairesearch.
Nu valt er wel wat op deze berekeningsmethode af te dingen. Na
een enorme winstimplosie aan het eind van een recessie zijn de
koers-winstverhoudingen wel vaker optisch hoog. Dus is het
berekenen van een koers-winstverhouding op basis van een dieptepunt
in de winstgevendheid van bedrijven niet zo waardevol. Er zijn
echter waarderingsmethoden dit probleem ondervangen, dat is het
goede nieuws. Het slechte nieuws is dat ook op basis van deze
maatstaven de Amerikaanse beurs is overgewaardeerd.
Dat blijkt uit een eind vorige maand verschenen rapport van de
Britse beleggingsconsultant Andrew Smithers. Hij gebruikt twee
waarderingsmethoden. De eerste is een koers-winstverhouding
berekend op basis van de gemiddelde winst per aandeel over de
afgelopen tien jaar. De andere methode gaat schuil onder de letter
'q'. De q-ratio geeft de verhouding weer tussen de beurswaarde van
niet-financiële bedrijven en hun nettovermogenswaarde (tegen
vervangingskosten).
De door Smithers gebruikte koers-winstverhouding wijst op een
overwaardering van de S&P500-index van 36%, de q-ratio laat een
overwaardering van 41% zien. Smithers maakte deze berekeningen
overigens op 21 september toen de S&P500-index op 1064,66
punten stond. Er is de afgelopen dagen al een begin gemaakt met het
wegwerken van de overwaardering, maar volgens de berekeningen van
Smithers - een buitengewoon scherp beursanalist - is er dus nog een
lange, pijnlijke, weg te gaan.
SenP500