Analisten kiezen duidelijk voor Amerikaanse aandelen. Hoewel zijn uitdager sinds deze week voor staat in de peilingen, lijkt Wall Street de kant te kiezen van de zittende president. Het verleden leert dat als augustus, september en oktober goede beursmaanden zijn dat dan de kans groot is dat de zittende president herverkozen wordt. Het is echter geen uitgemaakte race. Inmiddels kleuren op Wall Street de koersenborden licht in het rood, maar de maand oktober is niet eens halfweg. Het kan dus nog alle kanten uit.
Terug naar de beurs, analisten hebben volgens dataleverancier Bloomberg een afgetekende voorkeur voor Amerikaanse aandelen. Zij verwachten dat over een maand of twaalf op Wall Street de koersen ongeveer 11 procent hoger noteren. Een jaar geleden rekenden zij op een winst van 32 procent. Een consensus die op een half procentpunt na behaald werd.
Voor de Europese aandelenbeurzen becijferde Bloomberg op basis van het gemiddelde koersdoel van analisten begin oktober 2011 eenzelfde opwaarts potentieel. De voorgespiegelde stijging van 30 procent stokte echter bij een maximale winst van 24 procent. Op zich zeker niet verkeerd, wel een beduidend verschil. Ook blijkt uit de grafiek dat analisten hun koersdoelen nauwelijks hebben opgetrokken. Afgaande op de consensus rekenen zij voor de Europese aandelenmarkten op een gemiddelde winst van 9 procent.
Omwille van de Europese schuldencrisis kun je of moet je een onderscheid maken tussen de lidstaten van de muntunie en niet-eurolanden. Vorig jaar oktober liet de consensus uitschijnen dat in de €-zone de beurskoersen rond de 36 procent zouden stijgen en in Denemarken, Groot-Brittannië, Noorwegen, Zweden en Zwitserland gemiddeld met 29 procent. Aangezien de aandelenmarkten in de voornoemde vijf landen rond de 27 procent zijn gestegen werd het beoogde koersdoel min of meer gehaald, maar in de eurolanden kwam de gemiddelde winst niet verder dan 22 procent.
En hoewel van Europese aandelen verwacht wordt dat zij in de komende twaalf maanden gemiddeld met 9 procent zullen stijgen, toont onderstaande grafiek dat het koerspotentieel in de €urozone hoger is dan in de andere Europese landen. De €-beurzen zouden rond de 10 procent moeten en aandelenmarkten buiten de €-zone van bijna 9 procent. De facto is het gemiddelde koersdoel in de Europese muntunie wel met 6 procent verlaagd!
Op zijn beurt is het logisch om zowel binnen als buiten de eurozone naar de verschillen te kijken. De Europese aandelenmarkten waar het gemiddelde koersdoel bijzonder trefzeker was en waar het verst ernaast zat zijn respectievelijk Ierland en Griekenland. Warempel twee probleemlanden uit de €-zone.
De consensus laat nu uitschijnen dat voor de komende twaalf maanden de Portugese beurs het grootste winstpotentieel voorwijst, maar vanuit fundamenteel oogpunt bieden zij weinig waarde. Ook Griekse aandelen ogen niet interessant zowel wat betreft koerspotentieel als de waardering. Qua waardering zien vooral de Europese aandelenmarkten die niet tot de eurozone behoren en dan vooral Groot-Brittannië, Noorwegen en Zweden aantrekkelijk uit. De eurozonale top bestaat uit Frankrijk, Nederland en Duitsland.
Wanneer én het gemiddelde koersdoel én de fundamentele waarde op een rij worden gezet, dan zouden in de komende twaalf maanden Noorse, Franse, Britse en ook Nederlandse aandelen de beste kansen moeten bieden. Griekenland is de hekkensluiter van dienst. Zolang de eurocrisis het nieuws domineert, is voorzichtigheid geboden met aandelenbeleggingen in de periferie.
Een blik op de tabel leert dat Amerikaanse aandelen in een goedgespreide beleggingsportefeuille zeker niet mogen ontbreken. Het dividendrendement en de koers/boekwaarde mogen dan wat aan de lage dan wel hoge kant zijn, in zijn totaliteit zijn zij ronduit aantrekkelijk gewaardeerd.

.jpg)

