Daarom zal de Federal Reserve ervoor zorgen dat er aanvullende maatregelen komen om te maken dat het economisch herstel sneller gaat, natuurlijk de prijsstabiliteit in het oog houdend.'
Dit waren de laatste zinnen van de toespraak van Ben Bernanke en ze impliceren dat het geen vraag is óf, maar wannéér de geldpers weer aan wordt gezet om staatsobligaties te kunnen kopen.
Reactie
Anatole Kaletsky stuurde er meteen een nieuwsbrief uit waarin hij reageerde met de opmerking dat de economische argumenten tegen quantitative easing (QE) volledig genegeerd worden. Zijn punt is dat QE zorgt voor hogere prijzen voor voedsel en energie.
Dit maakt dat consumenten minder kunnen uitgeven en dat maakt bedrijven zwakker in plaats van sterker.
Het vreemde is dat Bernanke dit punt niet noemt bij zijn vier risico’s die bij QE horen: verlies van liquiditeiten bij staatsobligaties, het probleem dat je de staatsobligaties ook weer een keer moet verkopen, een grote hefboom voor het kapitaal van de Fed en als laatste het mogelijk verlies als de staatsobligaties minder opbrengen dan bij de aanschaf.
Gevaar
Kaletsky vindt het grootste gevaar van QE dat rente en dergelijke niet meer tot stand komt door vraag en aanbod, maar door de keuze van de Fed.
Kaletsky heeft een punt: schuld valt niet op te lossen met nog meer schuld. Valt de wereld uit elkaar, zoals in 2008 en 2009, dan zijn dit soort QE-acties zinvol.
In de wereld van vandaag, waar Amerikaanse banken beter gefinancierd zijn en met een rente ver onder de 2%, heeft QE alleen het effect dat beurzen stijgen en dat de gewone man het steeds zwaarder krijgt.
Karel Mercx (Twitter), 25 september 2012



