Beleggen in aandelen is over een langere periode gemeten lucratiever dan het beleggen in vastrentende waarden.
Zo stelt een oude beurswet dat aandelen goedkoop zijn als het winstrendement (dit is de reciproque van de koers-winstverhouding) hoger is dan het rendement op staatsobligaties.
Dit is in essentie de kern van het zogeheten Fed-model.
Het waarderingsmodel was naar verluidt een van de favoriete economische barometers van Alan Greenspan toen hij nog de bestuursvoorzitter van de Federal Reserve was.
Ben Bernanke staat sinds februari 2006 aan het roer van het Amerikaanse stelsel van centrale banken.
Omdat de verhouding tussen de relatieve winst van aandelen en de 10-jaarsrente van staatsleningen soms jarenlang niet groter is dan 1 en aandelen als belegging toch interessant kunnen zijn, doen beursstrategen vaak een beroep op de regel van 20. Die vuistregel stelt dat aandelen goedkoop zijn als de som van het winstrendement en het inflatiecijfer kleiner is dan 20.
Met de huidige lage rentevoeten is het rendement op staatsobligaties zo laag dat aandelen zelfs in vergelijking met het dividendrendement goedkoop zijn. Hierdoor winnen dividendaandelen almaar aan populariteit. Nochtans is de bron van volatiliteit niet uit de markt. De Europese schuldencrisis is verre van opgelost. Verder kampen veel Westerse landen met economische problemen. Voor een aantal partijen zijn dit voldoende redenen om de komende jaren niet in aandelen te beleggen.
Afgezien van kortstondige intermezzi was in de Verenigde Staten tot eind jaren vijftig het dividendrendement altijd hoger dan het rendement op staatsobligaties. Beleggers eisten dus toen al een hoger dividend ter compensatie van het beleggingsrisico. Aandelen met een betrouwbaar dividend zijn een valabel alternatief voor obligaties die nauwelijks nog rente betalen.
Zekere bron van inkomsten
Tot voor kort werd de rente op obligaties vaak gezien als een zekere bron van inkomsten. Het debacle met de Europese schuldencrisis heeft echter aangetoond dat overheden en banken niet onaantastbaar zijn. Voor beleggers die op inkomsten aangewezen zijn, bieden dividendaandelen uitkomst. Weliswaar niet gegarandeerd, maar het dividend is wel een vorm van inkomen. Beleggers die dividendaandelen kopen als oplossing tegen de lage rente, opteren best voor bedrijven die consistent dividend betalen.
Hoewel dividendaandelen voor de lange termijn altijd interessant zijn, mijdt aandelen met dubbelcijferige dividendrendementen. Vaak koestert de markt tegenover bedrijven met problemen argwaan en een dividendrendement van 10 procent of hoger signaleert dat wantrouwen.
Laag kopen en hoog verkopen, wie droomt er niet van? Een hoog dividendrendement, een lage koers-winstverhouding of een extreem lage koers/boekwaarde is vaak het gevolg van een koersdaling. Een oude beurswet zegt ook dat je de eerste vijf jaar niet in een sector moet beleggen waarin een zeepbel uiteengespat is.
Dus het zou zowaar kunnen dat voor de Amerikaanse huizenmarkt vijf jaar na het uitbreken van de hypotheekcrisis in de Verenigde Staten het ergste achter de rug is en dat aandelen van Europese banken, bouwbedrijven en vastgoed opnieuw interessant worden als belegging.
Goed en degelijk beleggen is niet eenvoudig, zeker in de huidige omgeving. Door schade en schande kunnen de belangrijkste beleggingsfouten en valkuilen ontweken worden, maar sommige beurswetten en vuistregels overleven de tand des tijds en helpen je om een betere belegger te worden.



