Het Vanguard FTSE All-World ex- US Index Fund is een prima alternatief voor beleggers die wereldwijd willen beleggen, maar niet in de vaak dominant aanwezige Amerikaanse aandelen willen zitten.
Alhoewel deze ETF, die de gelijknamige index volgt, in dollars genoteerd staat, wordt er enkel belegd in aandelen buiten de Verenigde Staten. In totaal bestaat de portefeuille uit zo'n 2200 verschillende aandelen die genoteerd staan aan de effectenbeurzen van niet minder dan 46 verschillende landen.
Met een totaal belegd vermogen van $6,7 mrd en een gemiddeld volume van ruim 500.000 stuks behoort deze ETF tot de grotere en meer liquide fondsen op Wall Street.
PLUSSEN EN MINNEN
Sinds de eerste notering, in 2007, is deze ETF (ticker: VEU) goed voor twee positieve jaren en twee jaren waarin het rendement (exclusief wisselkoerseffecten) negatief was. In het eerste volledige jaar, 2008, werd er, overigens in lijn met de toen zeer negatieve markten, een verlies geboekt van ruim 43%, gevolgd door een winst van 37,6% in 2009 en 11,8% in 2010. Vorig jaar was er een min van 14%, terwijl er dit jaar tot dusverre weer een positief rendement van 3,9% (peildatum: 1 augustus) op het bord staat.
Voor de Europese belegger komt dat rendement natuurlijk nog hoger uit, aangezien deze ETF gekocht wordt in dollars. Een stijgende dollar drukt zodoende het rendement voor de (buitenlandse) aandelen in portefeuille, maar resulteert wel in valutawinst voor de Nederlandse belegger, die zijn belegging in dollars immers ziet toenemen. In euro's gerekend komt het totale rendement in 2012 dan ook aanmerkelijk hoger uit, met een mooie winst van 9,5%.
In tegenstelling tot de Amerikaanse beurzen, die het met 9% winst voor de S&P500-index en zelfs 12% voor de Nasdaq, uitstekend doen dit jaar, presteren veel andere effectenbeurzen slecht. Zo staat de Eurostoxx50 in 2012 op verlies, net als bijvoorbeeld de Canadese beurs, die voor 7% meeweegt in deze ETF.
De slechte performance levert in veel gevallen aantrekkelijke waarderingen op voor zowel ontwikkelde als opkomende markten, waarbij er al veel slecht nieuws ingeprijsd lijkt. In totaal is het grootste deel van het fondsvermogen belegd in Japanse aandelen, met een weging van 13,5%, gevolgd door het Verenigd Koninkrijk (12,8%), Canada (7,0%), Frankrijk (6,3%) en Zwitserland (6,0%).
De opkomende markten zijn samen goed voor 21,3% van het totaal belegde vermogen. Als we naar de tien grootste posities kijken, zien we louter kwalitatief hoogwaardige namen, die vrijwel stuk voor stuk bekend staan als betrouwbare dividendbetalers, aangevoerd door Nestlé. Toyota treffen we als eerste Japanse aandeel aan op plaats 13, met een weging van 0,6%. Dat financials met een weging van 23% de dominante sector vormen, is geen reden tot zorg, aangezien een groot deel belegd is in meer solide financials uit landen als Canada en Australië.
Het grote aantal bekende dividendaandelen in portefeuille resulteert in een relatief hoog dividendrendement van 3,3%. Het dividend werd sinds 2007 elk jaar stevig verhoogd, van $0,51 tot $1,37. Gezien de portefeuillesamenstelling is dat niet vreemd, aangezien veel aandelen jaarlijks hun dividend verhogen. De expense ratio van 0,18% is bovendien erg laag.
CONCLUSIE
Voor wie wereldwijd wil beleggen in een portefeuille van niet-Amerikaanse aandelen is VEU een uitstekende mogelijkheid. De grootste posities worden gevormd door kwaliteitsaandelen, resulterend in dividend dat al vijf jaar op rij groeit. Ook de lage kosten, het aanzienlijke fondsvermogen en de goede verhandelbaarheid zijn pluspunten.
Tekst: Menno van Hoven, 17 augustus 2012


