Oktober heeft de naam, september de faam. De maand september is traditiegetrouw de slechtste maand van het jaar. De S&P 500 daalt in de negende maand van het jaar vaker wel dan niet.
Sinds het ontstaan van de S&P 500 in 1957 daalde de index met de 500 belangrijkste bedrijven op Wall Street 31 keer, waardoor september in 55 jaar per saldo de verliesmaand bij uitstek is.
Zelfs als we voorbij gaan aan de grote verliezen in 2001, 2002, 2008 en nog verder terug in 1974.
Volgens sommigen worden beleggers in september door de duidelijk korter en kouder wordende dagen somber. Dit zou de koers van aandelen drukken.
De werkelijke reden dat in september de aandelenmarkten zo makkelijk onderuit gaan, zijn de winstcijfers over het tweede semester. Vooral na een moeilijk eerste halfjaar moeten bedrijven in september met de billen bloot.
Indien na de zomermaanden blijkt dat de eerder afgegeven prognoses andermaal een brug te ver zijn, dan trekken beleggers hun geld vliegensvlug terug, zeker als de onderneming daar niets concreets tegenover kan stellen.
Volatiliteitsindex
De VIX is de maatstaf van de impliciete volatiliteit. Het is de volatiliteitsindex van de S&P 500 en peilt aan hand van aandelenopties de verwachte koersschommelingen van de index. Hoe groter de volatiliteit, des te duurder opties zijn en des te hoger de VIX.
De volatiliteitsindex wordt ook wel de angstindex genoemd omdat het de nervositeit van beleggers weergeeft. De VIX beweegt in de regel omgekeerd aan de S&P 500. Vooral de grote koersdalingen gaan gepaard met angst, waardoor de impliciete volatiliteit stijgt.
Een VIX van 25 of meer duidt op nervositeit in de markt en boven de 40 is er sprake van paniek. Normaal schommelt het tussen de 15 en 25 en als beleggers zich weinig of geen zorgen maken, dan durft de VIX onder het niveau van 15 punten te zakken.
Vorige week dobberde de VIX enige tijd op 13 punten. Dit kan betekenen dat beleggers genoegzaam, te gerust zijn Zij mogen zich opmaken voor lagere beurskoersen. Er zijn voorbeelden te over dat een grote koersdaling voorafgegaan werd door een lage VIX, maar de volatiliteitsindex is niet onfeilbaar.
De relatie tussen de VIX en de koersontwikkeling van de S&P 500 is niet stabiel. In een volle stierenmarkt is een lage VIX vaak de voorbode van lagere beurskoersen. In een dalende markt is het een vingerwijzing dat het beursklimaat vriendelijker wordt, waarin beleggers beter beloond worden voor het risico.
Erop of eronder
Inmiddels zit de VIX terug in zijn normale bandbreedte. Op dit ogenblik wijst dus niets in de richting dat aandelenmarkten in de komende vier à vijf weken onderuit gaan. De VIX meet immers de verwachte volatiliteit voor de komende 30 dagen. Een put is echter nooit verkeerd.
Het lijkt erop dat beleggers zich door centrale bankiers en politici in slaap hebben laten wikkelen. De prijzen van opties vertellen echter een ander verhaal. Aandelenopties met een langere looptijd zijn rijkelijk aan de prijs.
De volatiliteit lijkt aan de lage kant, maar optiehandelaren houden er ernstig rekening mee dat de eurocrisis of een ander probleem andermaal roet in het eten zal gooien.



