Op voorhand waren de verwachtingen voor de zoveelste eurotop laag gespannen. Concrete actieplannen die moeten leiden tot een verdere integratie in de vorm van een bankenunie en fiscale unie werden niet voorzien.
De financiële markten waren dan ook positief verrast nu wel degelijk de eerste stappen zijn gezet richting een bankenunie. Naar verwachting zal de Europese Centrale Bank nog dit jaar versterkt toezicht krijgen op de banken. Zodra dit toezicht er is, kunnen banken zich direct herkapitaliseren bij het noodfonds ESM.
Daardoor gaat de bankensteun niet ten laste van de overheidsschulden, wat bij de steun aan de Spaanse banken het geval was, waarmee de regeringsleiders de vicieuze cirkel tussen banken en overheidsschulden hopen te doorbreken.
Verder is afgesproken dat de leningen van het ESM geen senioriteit hebben ten opzichte van andere schuldeisers van de Spaanse banken en kan het ESM ook makkelijker staatsobligaties opkopen om de rente van Spanje en Italië te drukken.
Keerpunt in schuldencrisis?
Beleggers reageerden laaiend enthousiast op de maatregelen en zetten de aandelenmarkten flink hoger. Risico-opslagen van de Europese staatsleningen ten opzichte van de Duitse bunds liepen duidelijk terug. De Spaanse en Italiaanse tienjaarsrente daalde met respectievelijk 60 en 39 basispunten naar 6,3% en 5,8%. Medio juni bereikte de Spaanse rente nog een recordhoogte van 7,3%.
Tegelijkertijd steeg de Duitse tienjaarsrente met 11 basispunten tot 1,63%, alweer ruim 50 basispunten hoger ten opzichte van het dieptepunt van 1,12% begin juni.
De solvabiliteitsproblemen in de periferie van de eurozone zijn echter dermate groot dat het te voorbarig is om te spreken van een keerpunt in de schuldencrisis, maar de maatregelen zijn een duidelijk signaal dat Europa er alles aan gelegen is om de euro te redden. Dit moet beleggers weer een beetje extra vertrouwen geven in de toekomst van de eurozone.
Historisch lage waardering
Ondertussen prijzen de Europese aandelenmarkten wel doemscenario’s in. Zo heeft de eurostoxx 50, die het koersverloop van blue chips van de 17 eurolanden weerspiegelt, sinds februari vorig jaar circa 30% verloren. De index noteert nu tegen 8,9 keer de verwachte winst voor dit jaar en biedt een dividendrendement van 5,7%.
Ondernemingen in de index noteren gemiddeld tegen 0,96 keer de boekwaarde: het laagste niveau sinds maart 2009. Een dergelijk lage waardering vormt vaak de opmaat naar een sterke rally. Dat was drie jaar geleden ook het geval: na het dieptepunt in maart steeg de index met bijna 70%.
Zoals al eerder aangegeven biedt vooral Europa op waarderingsgronden kansen voor beleggers. Het waarderingsverschil met de Verenigde Staten is in elk geval erg groot: de S&P 500 noteert tegen circa 13 keer de winst.
Via de fysieke tracker iShares Euro Stoxx 50 kunnen beleggers eenvoudig blootstelling aan de index verkrijgen. Een aandachtspunt is wel dat financiële waarden nog altijd goed zijn voor 21,6% van de index. Banken ogen weliswaar goedkoop, maar er kunnen wel degelijk nog meer downgrades volgen.
Minder financials
Een alternatief is de iShares stoxx 50, die tegen 9,6 keer de winst noteert en ook in Europese bedrijven van buiten de eurozone belegt. Het aandeel van financials ligt hier op 17%. Britse en Zwitserse bedrijven wegen relatief zwaar in deze index.
Voorts hebben financiële waarden ook in de Duitse DAX een betrekkelijk laag gewicht van 17%. Met een koers-winstverhouding van 8,5 tegenover gemiddeld 15 in de laatste 20 jaar is ook de DAX historisch laag gewaardeerd. De iShares DAX is eveneens een fysieke tracker.
De auteur heeft een positie in de hier genoemde trackers.



