Waar professionele fondsbeheerders naar kijken

De koers-winstverhouding is het meest populaire selectiecriterium van institutionele beleggers. Bèta dat het marktrisico kwantificeert is runner-up en op de derde plaats komt EV/EBITDA, dit is de ratio van de ondernemingswaarde en het ouderwetse bruto bedrijfsresultaat

Al jaren polst Merrill Lynch, sinds september 2008 een entiteit van Bank of America, wereldwijd de mening van institutionele beleggers, zoals pensioenfondsen en verzekeraars, van wat zij van de markten verwachten. Om de zoveel tijd wordt die maandelijkse enquête echter aangevuld met vragen naar hun favoriete selectiecriteria.

Koers-winstverhouding

Uit die bijkomende rondvraag komt naar voren dat 81 procent van de professionele fondsbeheerders zich in eerste instantie laten leiden door de koers-winstverhouding. De koers-winstverhouding geeft weer hoeveel keer men de nettowinst betaalt. Aandelen met een te hoge koers-winstverhouding laten zij vrijwel altijd links liggen.

Bèta

Daarnaast onthult het onderzoek van de Amerikaanse zakenbank dat 68 procent van de institutionele beleggers nadrukkelijk geïnteresseerd zijn in de bèta’s van aandelen. Bèta kwantificeert het marktrisico. Het meet de gevoeligheid van het rendement voor niet-beïnvloedbare risico’s als gevolg van macro-economische ontwikkelingen. Het wordt ook aangeduid als het systematische risico omdat het niet door diversificatie geëlimineerd kan worden.

EV/EBITDA

Zestig procent van de fondsbeheerders kijkt naar de EV/EBITDA, wat in feite een verfijning van de koers-winstverhouding is. EV verwijst naar Enterprise Value, de zogenaamde ondernemingswaarde. Het is de som van de beurswaarde en de nettoschuld. Eigenlijk is het de waarde die men op de beurs betaalt, want ook de schulden van het bedrijf koopt men mee. EBITDA staat voor Earnings Before Interest, Taxes, Depreciation and Amortization, het ouderwetse bruto bedrijfsresultaat. De EV/EBITDA houdt dus rekening met de kapitaalstructuur van het bedrijf en geeft weer hoeveel keer men het bruto bedrijfsresultaat betaalt, rekening houdend met de schulden.

ROE

ROE is de afkorting van het rendement op eigen vermogen. Het geeft weer hoeveel een bedrijf in relatie tot het geïnvesteerde vermogen heeft verdiend. Volgens het onderzoek van Merrill Lynch kijkt 55 procent van de institutionele beleggers ernaar. Het brengt de effectiviteit van het management in kaart. Het eigen vermogen neemt af wanneer een onderneming kosten maakt, verlies lijdt of dividenden betaalt. Het rendement op eigen vermogen neemt toe wanneer het opbrengsten heeft.

Bedrijfsgrootte

In de meeste enge definitie van het woord is bedrijfsgrootte weliswaar geen waarderingsmaatstaf, maar voor institutionele beleggers is het niettemin een belangrijk selectiecriterium. In de regel is de verhandelbaarheid (liquiditeit) van grote bedrijven (largecaps) hoger. Dit wil zeggen dat de aandelen makkelijker gekocht en verkocht kunnen zonder dat die transacties de prijsvorming negatief beïnvloed. Dit punt is voor 54 procent van de ondervraagde fondsbeheerders van belang. Vooral als zij met grote sommen geld in aandelen stappen en nog meer als zij snel hun geld willen terugtrekken.

Synthese

Tegen de achtergrond van al jaren aanslepende financiële crisis is dus het uitgangspunt van institutionele beleggers winstgevendheid, risico, kapitaalstructuur, kwaliteit en liquiditeit.

Wanneer de indexleden van de STOXX Europe 600 op bovengenoemde waarderingsratio's worden doorgelicht worden, dan drijven de onderstaande tien aandelen boven.

Aangezien de Europese top-10 met Unilever slechts een Nederlandse vertegenwoordiger telt, volgt hieronder de Nederlandse top-10.

 

LEES OOK

Robolution

De crash der crashes

Hoger tegen de trend in