Wat is het optimale bezuinigingstempo?

Een strakker bezuinigingsbeleid heeft gevolgen voor de groei. De vraag is dus hoe hard er nu op de rem moet worden getrapt. Voor beleggers is het debat hierover hoopgevend.

Vele jaren geleden moest ik tijdens mijn economiestudies het boek Macro-economie van Jan Pen lezen. Op het einde bleef ik als jong student met een gevoel van frustratie achter want de auteur beklemtoonde dat er nog veel vragen waren waar de economische wetenschap geen antwoord op had. Hoe kon dat nou? Sindsdien weet ik beter…

Een vraagstuk waar de economie als wetenschap haar onmacht bewijst betreft dit van de optimale bezuinigingssnelheid: moeten overheden hard op de rem gaan staan of kunnen ze dit geleidelijk aan doen om de groei niet te zeer af te remmen? Het economenantwoord is steevast ‘het hangt er van af’.

Bezuinigen heeft gevolgen voor de groei

Zo wordt het onder andere bepaald door de visie of gezinnen al dan niet toekomstige belastingen incalculeren in hun gedrag. Doen ze dit wel, dan maakt het geen verschil uit of de overheid een belastingverhoging uitstelt, want gezinnen weten dat de druk in de toekomst omhoog gaat, dus gaan ze vandaag reeds meer sparen. Omgekeerd zal een belastingverhoging vandaag niet op de consumptie wegen want er wordt gewoon minder gespaard (men anticipeert lagere belastingen in de toekomst).

Deze redenering gaat echter voorbij aan de vraag of gezinnen überhaupt hun consumptie op peil kunnen houden wanneer de werkloosheid toeneemt en banken voorzichtiger worden bij kredietverstrekking. Het lijkt dan ook veilig te veronderstellen dat een strakker bezuinigingsbeleid wel degelijk op de groei zal wegen.

Het tweede budgettaire gebod

Niets doen is echter geen optie, want dan loopt de schuld exponentieel op. De hamvraag is dus hoe hard men op de rem moet staan: alles dicht of geleidelijk? Opmerkelijk is het beleidsadvies vanuit het IMF: Olivier Blanchard en Carlo Cotarelli formuleerden in juni 2010 hun Tien Geboden voor Budgettaire Aanpassing in Ontwikkelde Landen. Gebod 2 luidde: u zal geen ‘front-loading’ van de budgettaire aanpassing doen (dus niet te hard op de rem staan), tenzij financieringsbehoeften dit noodzakelijk maken. Met dit laatste bedoelt men ‘tenzij de toegang tot de financiële markten afgesneden zou worden’ (iets waar ik later op terug kom). Bovendien is het advies niet eensluidend voor alle landen, want het IMF stelde in zijn World Economic Outlook van oktober 2011 dat in bepaalde ‘systematisch belangrijke landen’ (lees de USA)  het herstel nog te broos was zodat een te brutaal begrotingsbeleid voor nieuwe stagnatie zou kunnen zorgen…

In de Eurozone speelt wat landen als Spanje en Italië betreft het tweede gebod van Blanchard en Cotarelli ten volle: ‘front loading’ wordt nodig geacht omdat de toegang tot de internationale kapitaalmarkten anders moeilijker en moeilijker wordt.

Probleem is echter dat ‘front loading’ landen dieper in recessie duwt en daarmee het vertrouwen van de markt dat deze lijn zal worden volgehouden ondermijnt.  Er is echter geen duidelijk beeld over hoe sterk men op de rem mag of moet gaan staan. Niets doen is een slecht idee, dat is evident. Te agressief zijn weegt op de activiteit en de geloofwaardigheid, dus tussen beiden moet er een optimum bestaan.

Dat er wel degelijk ruimte voor interpretatie is, bleek uit een video-interview dat David Riley, hoofd sovereign credit ratings bij Fitch, had met de Financial Times op 8 mei. Hierin stelde hij dat ratingagentschappen schizofreen zijn en austeriteit als groei willen zien, eraan toevoegend dat het vertragen van de begrotingsdoelstellingen met één jaar door Frankrijk voor hem geen probleem was.

Hoop voor beleggers

Tegen de achtergrond van een verzwakkende conjunctuur en onder andere de Franse verkiezingen is in de voorbije weken het debat over de Europese groei in een stroomversnelling gekomen. Men realiseert zich daarbij dat schuldstabilisering zowel gaat om de teller (de overheidsschuld) als om de noemer (het bruto binnenlands product).

Mario Draghi van de ECB benadrukt daarbij de noodzaak het budgettaire pact te combineren met een groeipact, zeg maar een tweesporenbeleid met een component van structurele hervormingen. Managing director Christine Lagarde van het IMF stelde interessant genoeg op 7 mei dat standvastigheid erin bestaat de aangekondigde budgettaire maatregelen uit te voeren in plaats van koste wat kost de doelstellingen te willen realiseren (’stick to announced fiscal measures, rather than announced fiscal targets’) want dit laatste zou in een tegenvallende conjunctuur wel eens moeilijk kunnen zijn. Voor de risicoafkerige belegger vormt het groeidebat een bron van hoop. Weliswaar zal het tijd vergen vooraleer structurele maatregelen vruchten afwerpen, maar de focus erop is al een verademing en kan, wie weet, nog voor positieve verrassingen zorgen. 

LEES OOK

Uitdagende tweede jaarhelft voorzien

Europa glijdt weg

Daling EUR/USD nog maar net begonnen