De paradox van prijs en waarde

Op de beurs worden vraag en aanbod bij elkaar gebracht. Meer vraag laat de koersen stijgen, meer aanbod doet ze zakken. Als de koersen dalen, stijgt de waarde van aandelen en wordt de beurs goedkoper en omgekeerd. Zijn aandelenmarkten nu goedkoop of juist duur?

De wet van vraag en aanbod houdt in dat op een competitieve markt de prijs van een product tot stand komt onder invloed van het handelen van kopers en verkopers. Als het aanbod groter is dan de vraag, dan blijven de verkopers met een overaanbod zitten, dat ze enkel kunnen verkopen als ze bereid zijn hiervoor de prijs te laten zakken.

De vraag naar en het aanbod van economische goederen hangt af van de prijs die ervoor gevraagd wordt. Over het algemeen veroorzaakt een hogere prijs een daling van de vraag, maar niet op de aandelenmarkten. Hier trekken stijgende beurskoersen de aandacht van nieuwe kopers, waardoor zij nog verder omhoog worden gestuwd. Omgekeerd trekken veel beleggers hun geld uit aandelen wanneer zij dalen, waardoor de koersen verder inzakken en de beurs ogenschijnlijk goedkoper wordt.

Goedkoop of duur

Of de beurs goedkoop is of juist duur blijkt niet uit de koers van aandelen, noch uit de stand van de index, maar kan worden afgelezen aan de koers-winstverhouding. Dit verhoudingsgetal geeft aan hoeveel keer beleggers de winst betalen.

Voor de AEX komt die nu uit op 10,2. Omdat dit onder het 10-jarig gemiddelde van 11,5 ligt, mag gesteld worden dan Nederlandse aandelen goedkoop zijn. Wanneer de huidige koers-winstverhouding lager is dan het langetermijngemiddelde dan is de markt duur.

Een andere manier van meten is het dividendrendement. Wanneer het rendement hoger is dan het gemiddelde van de afgelopen tien jaar, dan zijn aandelen goedkoop en vice versa.

Uit onderstaande grafiek komt naar voren dat het dividendrendement van Nederlandse aandelen in lijn ligt met het historische gemiddelde, net als in Denemarken (KFX) en op Wall Street (SPX). Ierse aandelen (ISEQ) zijn stevig aan de prijs. Het dividendrendement ligt onder het 10-jaars gemiddelde.

Naast de koers-winstverhouding en het dividendrendement, kunnen we ook kijken naar de koers/boekwaarde. Veel beleggers houden rekening met de boekwaarde bij de waardebepaling van aandelen, het is dus ook niet meer dan logisch dat het een element is bij de beoordeling van markt.

De hoogte van het eigen vermogen, de zogeheten boekwaarde is een eerste benadering van de waarde van de onderneming en daaruit blijkt dat de markten goedkoop zijn. Enkel de koers/boekwaarde van de Deense hoofdindex KFX ligt in lijn met zijn 10-jarig gemiddelde. Daarmee is echter niet gezegd dat Deense aandelen duur zijn.

Grosso modo zijn de markten dus goedkoop. De reden dat aandelenbeurzen goedkoop zijn, kan verband houden met de kwaliteit van de onderliggende bedrijven. Als zij weinig winst maken, is bijgevolg het rendement op eigen vermogen laag.

Een blik op onderstaande grafiek leert dat het rendement op eigen vermogen momenteel 8,1 procent bedraagt, terwijl het 10-jaars gemiddelde uitkomt op 11,9 procent.

Dat achter gemiddeldes grote verschillen schuilgaan, blijkt uit de tweeling binnen Europa. In de €-zone is het huidig rendement overwegend lager dan zegmaar het historische gemiddelde en in de niet-eurolanden is het rendement op eigen vermogen veelal hoger dan het 10-jarig gemiddelde.

Maar als het huidig rendement op eigen vermogen lager is dan het gemiddelde van de voorbije tien jaar dan is dit in de eerste plaats een teken dat bedrijven minder rendabel zijn geworden. Het betekent ook dat zij minder geld overhouden om autonoom hun groei te financieren, een zorgwekkende ontwikkeling.

Vier op een rij

Er bestaat geen eenduidig of wetenschappelijk correct antwoord op de vraag of aandelen duur of goedkoop zijn. Maar wanneer alle verhoudingsgetallen en rendementen op een rij worden gezet, dan blijkt dat de hoofdaandelen van Denemarken (KFX) en Ierland (ISEQ) aan de dure kant zijn. En Duitse (DAX), Britse (UKX), Noorse (OBX) en Zweedse (OMX) erg goedkoop.

Per saldo mag gesteld worden dat Europese aandelen (SXXP) goedkoop zijn, maar zij delven het onderspit van Amerikaanse (SPX). Ook Japanse aandelen (NKY) zijn goedkoop en ook aandelen uit Brazilië (IBOV), Rusland (RTSI), India (SENSEX) en China (SHASHR), de zogeheten BRIC-landen, waar Russische aandelen de voorkeur verdienen.

Nederlandse markt

Ook Nederlandse hoofdaandelen zijn interessant. De AEX is op basis van de koers-winstverhouding en koers/boekwaarde goedkoop, qua dividendrendement niet goedkoop, maar ook niet peperduur en onderscheidt zich gunstig wat betreft het rendement op eigen vermogen.

Weliswaar hinkt het huidig rendement achter op het 10-jarig gemiddelde, maar het rendement dat bedrijven op hun eigen vermogen genereren, is van groot belang. Op termijn realiseren beleggers zelden een hoger rendement op aandelen dan het rendement op eigen vermogen dat de bedrijven zelf behalen en het rendement op eigen vermogen van Nederlandse hoofdfondsen ligt boven het Europese gemiddelde.

LEES OOK

Advieswijzigingen uitgelicht

Tien aandelen met goed dividend

NASDAQ 5.000