Na een uitstap naar zalmteelt heeft Nutreco zich toegelegd op minder volatiele activiteiten. Daarbij komt de nadruk steeds meer te liggen op hogere marges. Het bedrijf werkt hiertoe met vijfjarenplannen en is daardoor zeer transparant voor de belegger.
In de eerste fase van het beursbedrijf werden de activiteiten uitgebreid door de aankoop van veevoerproducent UTD (1998), die leidde tot de oprichting van mengvoederfabrikant Hendrix. Deze aankoop werd gevolgd door die van Marine Harvest (1999) en Hydro Seafood (2000), waardoor Nutreco een grootmacht werd op het gebied van zalmkweek. Dat leek een logische verticale uitbreiding, omdat het bedrijf met dochter Skretting ook zalmvoer produceerde.
Toch bleek het geen gelukkige keuze te zijn. Door een forse daling van de zalmprijs zag Nutreco zich genoodzaakt in 2003 een forse afboeking te doen op kweeklicenties en op Hydro Seafood, in combinatie met een herstructurering. 2003 was trouwens toch een moeilijk jaar, want er heerste ook vogelpest. Het jaar werd dan ook afgesloten met een verlies van €137 mln.
Nieuwe groeidoelstellingen
Dat verlies vormde de hoofdreden om terug te komen op het acquisitiebeleid van voorgaande jaren. De strategie werd minder ambitieus met de erkenning dat de organisatie niet in alle markten een leidende positie kon behouden.
In 2011 kwam Nutreco met een duurzaamheids- en groeiprogramma voor een periode van vijf jaar. Bij diervoeding ligt de nadruk op premixen/voedingsadditieven: die moeten in 2016 de helft van de omzet bij diervoeding uitmaken, waarvan meer dan de helft uit opkomende markten en met een ebitamarge van meer dan 7%. Bij visvoer streeft het bedrijf naar een verdubbeling van de omzet, voor een groot deel te realiseren in opkomende markten.
Een belangrijke doelstelling is ook dat het aandeel van voer voor andere vissoorten dan zalm moet stijgen van 28% in 2010 naar 45% in 2016, bij een gemiddelde groeivoet van de zalmvoeractiviteiten van 5%. De ebitamarge zou er in 2016 voorts 7% moeten zijn. Die marge werd in 2011 bij visvoer al gehaald (en in 2010 bij premixen en voedseladditieven). De algehele ebita zou op €400 mln moeten uitkomen, bij een ebitamarge van 5 tot 6%. Kijkend naar de overige activiteiten komt Diervoeding Canada met 5,3% dus al in de buurt, maar Mengvoer Europa en de Vleesactiviteiten (met nu toch weer fokkerijen in Spanje en Canada) zaten er in 2011 met marges van respectievelijk 2,2 en 3,6% ver onder. Kortom, Nutreco heeft de lat hoog gelegd, zij het niet onhaalbaar hoog.
De nieuwe strategische doelstellingen zijn te beschouwen als een verscherping van die voor de periode 2006-2011, met als constanten de grotere nadruk op de activiteiten met hogere marges en die in opkomende markten. Vorige maand werd een eerste stap gezet met de vergroting van de deelneming (van 51 naar 97%) in een Braziliaans bedrijf in premix/voedingsadditieven en visvoer.
Conclusie:
Nutreco toont zich met de meerjarenplannen een ambitieus bedrijf. Belangrijker nog is dat die plannen tot nu toe zijn gerealiseerd. De operationele groei heeft echter niet geleid tot eenzelfde winstgroei. Bij een waardering van ruim 11 geven wij daarom een houdadvies.
Tekst: Jaap Barendregt, 6 april 2012.
De volledige analyse van Nutreco is te vinden in Beleggers Belangen nr. 14



