Onbekend, onbemind en ondergewaardeerd

De Europese effectenbeurzen zijn sinds het dieptepunt van december 2011 beduidend gestegen en toch noteren tal van aandelen onder hun boekwaarde. Zij kunnen analisten niet bekoren en staan bijgevolg ook niet op het netvlies van beleggers gebrand. Onbekend maakt onbemind.

De STOXX Europe 600 noteert gemeten vanaf het dieptepunt van 19 december 2011 pakweg 12 procent hoger, vanaf het dieptepunt van 25 november zelfs ongeveer 20 procent. Desondanks is de koers/boekwaarde van 137 fondsen kleiner dan 1, vorig jaar december waren dit er zelfs 154, maar dit terzijde. Er is dus sprake van een forse onderwaardering. Wanneer deze onderwaardering ook tot uitdrukking komt in de beleggingsopinies van analisten dan is het sentiment rondom die aandelen uitgesproken negatief. Indien uit hun winsttaxaties naar voren komt dat de onderliggende trend positief is, dan is dit wellicht een teken dat de verwachtingen onrealistisch laag zijn, zeker als kredietbeoordelaars er fiducie in hebben.

Kredietstatus

Standard & Poor's haalde medio januari de kredietwaardigheid van negen Europese landen omlaag en in het kielzog daarvan verlaagde het ook de status van een groot aantal bedrijven, veelal financiële waarden. Dus als er in de voorbije drie maanden voor de Amerikaanse kredietbeoordelaar geen aanleiding was om de status te verlagen, dan bestaat de mogelijkheid dat de ondergewaardeerde aandelen met een positieve winstontwikkeling door analisten onterecht miskend worden.

Afgewaardeerd

Met een ratio van 0,18 als koers/boekwaarde legt Banca Populare di Milano onder de indexleden van de STOXX Europe 600 de grootste onderwaardering aan de dag. Nochtans is er duidelijk sprake van een postieve winstontwikkeling: in 2010 was er een verlies van 8 eurocent per aandeel en voor 2011 en 2012 laat de consensus uitschijnen dat winst per aandeel uit zal komen op 1 en 3 eurocent. Niettemin vinden slechts 4 analisten Banca Populare di Milano koopwaardig, 12 hebben het fonds op houden staan. Het wantrouwen van de aandelenanalisten wordt echter ook gedeeld door kredietbeoordelaar Standard & Poor’s, dat in de voorbije drie maanden de status van Italiaanse bank twee keer verlaagde: van BBB+ naar BBB medio december en vervolgens medio februari naar BBB-.

3x o

Momenteel voldoen slechts 4 van de 600 indexleden aan alle voorwaarden, te weten: de Zweedse staalproducent SSAB, Danske Bank uit Denemarken, het Spaanse energiebedrijf Iberdrola en Commerzbank uit Duitsland. Van die vier heeft de Duitse bank de laagste koers/boekwaarde en verwachten analisten dat Danske Bank de grootste winstgroei zal boeken. Het aantal kopen/verkopen laat uitschijnen dat zij het somberste zijn over de kansen van de Zweedse staalproducent: 6 koopadviezen versus 9 verkoopadviezen. Danske Bank doet het met 7 tegen 9 iets beter. Een blik op de koersdoelen leert echter dat analisten ervan uitgaan dat de onderliggende aandelen in de komende maanden 9 procent zullen stijgen. Enkel het vooropgestelde koersdoel van Danske Bank signaleert dat analisten ernstig met een koersdaling rekening houden.

Dankse Bank lijdt onder de problemen van haar Ierse dochter en de problemen in eigen land op de vastgoedmarkt. Bij Commerzbank maakt de markt zich dan weer zorgen om de blootstelling aan Griekenland en de hoogte van het kernkapitaal. Bij Ibedrola baart de hervorming van de Spaanse energiemarkt zorgen en de koers van het staalbedrijf SSAB staat onder druk omdat de expansie naar Azië toe minder voorspoedig verloopt dan verhoopt. Een muur van zorgen dus, op de beurs verdient men echter het meeste geld met aandelen die beter zijn dan de markt denkt.

LEES OOK

Volume bevestigt de trend of niet

Vraag op vraag

Risk on of risk off