De Griekse beurs is hard, snoeihard geraakt. Sinds oktober 2009, toen de eurocrisis losbarstte, zijn aandelen met 78 procent gedaald. Ondanks alle zorgen over een faillissement noteert de beursindex echter sinds het dieptepunt van 10 januari 25,5 procent hoger.
Beleggers namen alvast een voorschot op de besparingsmaatregelen van de Griekse regering en het financiële noodplan van de Europese Centrale Bank, de Europese Unie en het Internationaal Monetair Fonds.
Op papier zit Griekenland in de laatste rechte lijn. Het parlement heeft de besparingsmaatregelen goedgekeurd. Omdat nadere gegevens ontbreken, wacht de trojka (ECB, EU en IMF) met de definitieve toekenning van het tweede steunpakket ter waarde van 130 miljard euro tot maandag.
Naar het koersverloop van Griekse aandelen te oordelen, is Griekenland op weg naar beterschap. De beurskoersen verrekenen ogenschijnlijk al een betere toekomst.
Nochtans kijkt men vanuit Brussel zeer wantrouwend naar de nieuwe Griekse beloften. De echo van niet nagekomen afspraken galmt volop na. Het is dus zeker niet uitgesloten dat de definitieve toekenning van het steunpakket uitblijft. Een snel akkoord zou de zaak wel voor een tijd stabiliseren. Het zal echter nog jaren duren vooraleer de Griekse economie weer vlot is getrokken.
Precedentwerking
Tot voor kort was een faillissement van Griekenland uit den boze. De laatste tijd doen steeds meer geruchten de ronde dat Duitsland het land uit de euro wil. Het uitgangspunt daarbij is dat Griekenland sowieso failliet gaat en teert op de vrees voor een domino-effect. Immers als zij een nieuw reddingsplan krijgen, klopt mogelijk ook Ierland opnieuw voor hulp aan en daarna Portugal, Spanje en misschien ook Italië.
Een ongecontroleerd faillissement van Griekenland is voor iedereen onbekend terrein. De financiële gevolgen voor Nederland worden geschat op 80 tot 120 miljard euro. Bij een ongecontroleerd bankroet slaat de crisis over naar andere zwakke eurolanden als Ierland, Portugal, Spanje en mogelijk ook Italië. Maar dit is net het scenario van het domino-effect. Bij een gecontroleerd faillissement verliezen de grote beleggers het geld dat zij in Griekse staatsobligaties hebben gestopt en kan Griekenland weer met een schone lei verder.
Het risico van een ongecontroleerd faillissement ligt vooral bij de precedentwerking. Als Brussel Griekenland laat vallen, dan geldt dat ook voor andere landen. Op de financiële markten wordt nu al druk tegen Portugal gespeculeerd. De onrust is zichtbaar in de beursindex en in de marktrente voor staatsleningen. Ondanks een sterke maand januari profiteerden aandelenbeleggers nauwelijks van het beursherstel en noteren Portugese staatsobligaties met een looptijd van tien jaar op de helft van de nominale waarde, een vingerwijzing dat beleggers ernstig rekening houden met een wanbetaling.
Tunnelvisie
Als Griekenland de maatregelen die door Europa worden opgelegd naast zich neer blijft leggen, krijgt het van de trojka geen cent. Zonder de tweede schijf van het financiële noodplan kan de Griekse overheid nog dit voorjaar niet meer aan zijn betalingsverplichtingen voldoen en is het land failliet. Na het faillissement zou Griekenland de eurozone kunnen verlaten, de drachme opnieuw invoeren en op drie jaar tijd orde op zaken kunnen stellen.
Luisteren naar Brussel zou anderzijds verantwoordelijk zijn voor een lange pijn van 10, 20 wellicht 30 jaar. De Griekse bevolking kreunt nu al onder Europa en grieft zijn ongenoegen in protesten.
In Brussel zit de hele discussie over de eurocrisis vast in een soort van tunnelvisie. Als de zwakke eurolanden snoeihard bezuinigen en de lonen fors verlagen, komt het allemaal weer goed.
Zo betracht, is een faillissement van Griekenland voor alle betrokken partijen de beste oplossing. Hoewel de overeenkomsten (verouderde economie en torenhoge staatschulden) tussen Griekenland en Portugal treffend zijn, hebben fiscale wantoestanden de gevolgen van de structurele problemen in de Griekse economie verergerd.
Quarantaine
Het lijkt erop dat de problemen in Griekenland dermate uniek zijn, dat zij op zich staan. Mede gelet op de omvang van de Griekse economie, zouden de gevolgen van een faillissement voor de rest van Europa beperkt moeten blijven.
Griekenland zit aan de onderkant van de landen waar het minst belasting wordt opgehaald en van de minst corrupte landen. Maar in negatieve zin schittert ook Italië dat van meet af aan kampt met een te grote staatsschuld.
De Italiaanse staatsschuld lag al in 1999 ver boven de grens van 100 procent van het bruto nationaal product en is ondanks toezeggingen in al die jaren niet gedaald. Italië heeft totnogtoe geen hulp aangevraagd, maar het is een kwestie van tijd dat ook zij aanspraak zullen maken op een garantstelling.
Als de crisis in Griekenland iets duidelijk maakt, is dat de aanpak niet deugt. De ECB, de EU en het IMF kijken alleen maar naar de schulden. Alsof het begrotingstekort of de staatsschuld de bron van alle ellende is.
De trojka heeft nauwelijks oog voor de onderliggende problemen in de zwakke eurolanden. Het aanpakken van corruptie en belastingontduiking is daarbij van primordiaal belang, maar ook het perspectief op een toekomst. De neerwaartse spiraal in de Griekse en Portugese economie zorgt er de facto voor dat de middenklasse in een ras tempo verdwijnt, terwijl een omvangrijke middenklasse juist het kenmerk en de kracht van een goed ontwikkelde economie is.



