Hoe helpen we de Grieken en redden we de euro en onszelf?

Griekenland staat er beroerd voor. Het land heeft een primair begrotingstekort. De door Europa opgelegde bezuinigingen duwen het land de afgrond in, maar hoe vervangen we de stok door een wortel? Het kwijtschelden van schulden lost niets op. Een schuldherschikking heeft enkel zin als er zicht is op een structureel herstel.

Sinds 2008 groeide het leger werklozen er met 470.000 eenheden. Daarvan was geen enkele afkomstig van de overheid. Dit doet mij denken aan Nederland. De regering drukt de wet erdoor dat de AOW-leeftijd wordt verhoogd en de provinciale overheid in Zeeland ontslaat bij de eerstvolgende bezuinigingsronde oudere werknemers, maar dat terzijde. Er stromen nu miljarden naar Griekenland - in een bodemloze put. Dimitri en Helena zijn de besparingen en de bemoeienis uit Brussel meer dan beu.

Productiecentra

Zou het niet beter zijn om de helft van dat geld aan onze bedrijven te geven? Aan meneer Philips, Herr Siemens of herra Nokia? Op voorwaarde dat zij in Griekenland fabrieken bouwen.

Als gevolg van de welvaart transformeert de secundaire economie van China steeds meer naar een economie dat drijft op de verkoop van diensten en goederen. Het prijsvoordeel van zijn verwerkende industrie wordt steeds kleiner, mede door de toegenomen transportkosten. Zelfs Chinese bedrijven verplaatsen hun fabrieken naar het buitenland.

Voordeel voor de Grieken: zij krijgen weer zicht op een toekomst, waardoor de uittocht van geschoold personeel een halt wordt toegeroepen. Ook het Iberisch schiereiland kampt met dat probleem.

Voordeel voor onze bedrijven: lagere transportkosten, kortere doorlooptijden en betere bescherming tegen inbreuken op het eigendomsrecht met als bonus voor Nederlandse bouwbedrijven projecten waarmee hun internationale faam kun vergroten.

Voordeel voor de belastingbetaler: de winst die deze nederzettingen binnenrijven, vloeit terug naar het hoofdkantoor. Dus ook naar Nederland. Drie jaar geleden verklaarde de minister van Financiën dat Griekenland elke cent met rente zou terugbetalen, nu is de politiek zover dat zij de helft van de schulden wil kwijtschelden.

Ausstieg

Wellicht moet hiervoor de Europese regelgeving worden aangepast. Het is immers een verkapte vorm van overheidssteun. Het Verdrag van Maastricht verbiedt echter ook bail-outs van overheden, begrotingstekorten die groter zijn dan 3%, et cetera.

Griekenland uit de euro zetten is voor de Grieken geen oplossing, noch worden wij als Europa er beter van. En de gemiddelde Nederlander al helemaal niet. Ons pensioenstelsel drijft op de tweede pijler en dat zijn voornamelijk beleggingen in risicovolle activa. Al jaren hebben pensioenfondsen een probleem met de dekkingsgraad, al vanaf het uiteenspatten van de internetzeepbel. Het heeft dus niets te maken met Griekenland, maar de situatie met Griekenland maakt het er niet makkelijker op. Sommige analisten prijzen nu de markten dat zij Europa tot actie dwingen, maar de markten faalden daarvoor jammerlijk. Zij gaven Griekenland jarenlang dezelfde kredietstatus als Duitsland.

Ein Ausstieg lokt niet alleen speculatie uit richting Portugal, het zet een tijdbom onder de Europese muntunie. Als die uit elkaar valt, herrijzen monetaire ijzeren grenzen. Hierdoor komt er een einde aan de binnenlandse Europese handel. Op zich logisch, maar het risico bestaat dat de Fransen geen zaken meer willen doen met Duitsers of Italianen met Nederlanders.

De euro blijft

Tot op heden zijn er geen signalen waargenomen dat computerbedrijven maatregelen nemen om de herinvoering van nationale munten voor te bereiden. De invoering van de euro nam destijds jaren in beslag. Het omgekeerde heeft verregaande gevolgen en tijdrovend. Mocht men dit al stiekem in het grootste geheim voorbereiden, dan was dit al lang uitgerekt. Er is altijd een gozer die op een blog, twitter of Wikileaks interessant wil doen.

Naar mijn mening blijft de euro bestaan. Maar tot groot ongenoegen van Duitsland en eigenlijk ook Nederland, zal het een zwakke euro zijn. Wel goed voor de export, maar zeer slecht voor de inflatie. Een zwakke munt is niet leuk, maar op zich niet erg zolang zij voorspelbaar deprecieert.

Het grappige is, nou ja grappig, Duitsland stelt zich star op ten aanzien van inflatie, maar door die houding wakkert zij juist de inflatie aan. Wij helpen de Grieken niet als zij dit of dat niet doen, dat verzwakt de positie van de euro en met een zwakke munt sijpelt inflatie in een land doordat geïmporteerde goederen duurde worden. Het mooiste voorbeeld daarvan is de benzineprijs die door de eurodaling fors oploopt.

Meervoudig probleem

Europa worstelt echter met meerdere problemen tegelijk. Naast Griekenland is er de kwestie met het kernvermogen van de bankensector en de verdieping van het interne groeiverschil.

Duitsland heeft net zoals Nederland een open economie, terwijl in Frankrijk, Italië en Spanje de dynamiek meer op de interne markt gericht is. De combinatie van lage(re) economische groei en bezuinigingen zorgt evenwel ervoor dat het verschil almaar toeneemt. In plaats van besparen om het begrotingstekort aan te pakken, zouden regeringsleiders beter kijken naar oplossingen om de groei te stimuleren. Het is zaak om een evenwicht te vinden tussen bezuinigen en stimuleren. Als de Griekse economie met 3,5% zou groeien en de Italiaanse met 2,5%, dan lossen de problemen zich als het ware vanzelf op, maar zonder groei worden de problemen alleen maar groter.

Daarnaast is er het probleem met het kernvermogen. Het eigen vermogen van banken staat al sinds 2007, toen in de Verenigde Staten de hypotheekcrisis losbarstte, onder druk. Aanvankelijk zaten Amerikaanse banken in de hoek waar de klappen vielen. Nu delen Europese banken in de klappen. Men kan hen veel verwijten. Zoals het kopen van herverpakte woonkredieten, maar niet dat zij staatspapieren kochten. Wat is er veiliger dan staatsobligaties? Vooral als die zoals die van Portugal, Ierland, Griekenland of Spanje voorzien waren van een hoge kwaliteitsstatus. Als banken en andere grote beleggers geen staatspapieren meer kopen, waar moeten overheden dan hun geld vandaan halen? Zij leven op krediet en moeten dus geld kunnen lenen.

Dat werd de banken fataal. Om de problemen bij de wortel aan te pakken, worden ze nu verplicht om hun kernvermogen op te hogen van 6 naar 9%. Dat komt uiteindelijk het incasseringsvermogen ten goede, maar is op de korte termijn nefast voor de kredietverlening. Banken staan zwaar op de rem. Vooral nieuwe klanten krijgen nog nauwelijks een lening.

Testcase

De Europese Centrale Bank springt de banken bij. Zij koopt de staatsleningen van de geplaagde perifere landen op. Waarna die banken het geld weer bij de ECB stallen. Dat schiet natuurlijk niet op. Net zo weinig als de onderhandeling over de Griekse schuldherschikking. De partijen die nu nog in het bezit zijn van Griekse staatspapieren weten dat ze met vuur spelen, maar gaan voor de hoofdprijs. Als het niet snel tot een deal komt, dreigt er een bankroet. Wat funest is voor de financiële sector. Hoewel de ketel recent onder constante hoogdruk staat, is er nog tijd tot maart om een gepaste oplossing te vinden. Mogelijk worden de schulden ondergebracht in een depotbank en vindt er een jaarlijkse aflossing plaats zonder dat er sprake is van een faillissement.

Griekenland is een testcase voor andere landen. Als Portugal, Spanje en Italië zien dat het Europa menens is, zullen zij sneller hervormen. Ook fiscaal. Het kan niet zijn dat de Griekse overheid door belastingfraude jaarlijks 22 miljard euro misloopt. Griekenland zou goed bij kas zitten als haar burgers gewoon belasting hadden betaald. Dit geldt ook voor Portugal. Als de bedrijven er gewoon belasting zouden betalen - in plaats van te kiezen voor een Dutch Sandwich. Een fiscale constructie waarbij Nederland als schakel dient in de belastingontwijkingscontructie. Nederland heft geen vennootschapsbelasting over de winst die in het buitenland behaald is en verdient aan deze rol geen geld, maar het berooft buitenlandse overheden wel van inkomsten.

Eén Europa

Europa ontbeert fiscale eenheid. Het is echter een misvatting dat in de VS de belastingstarieven uniform zijn. Elke staat, elke gemeente mag lokale belastingen heffen. Noch hebben alle regio's en steden dezelfde vorm van overheid. Ook de milieuwetgeving verschilt van staat tot staat en ook in de VS is er sprake van een economische tweespalt tussen noord en zuid en tussen de Oost- en de Westkust.

Wel is het zo dat de financiële markten er minder gefragmenteerd zijn. Dat betekent niet dat lokale overheden geen obligaties mogen uitgeven. In tegenstelling tot de gangbare opvatting waren tot voor kort de creditspreads er hoger dan in Europa. Wall Street mag dan wel de grootste beurs ter wereld zijn, in relatieve termen is de Europese obligatiemarkt groter. Of een centraal financieringssysteem de huidige problemen zouden voorkomen, valt te betwijfelen. De problemen zijn ontstaan doordat de staatsschulden ten aanzien van het verdienmodel te hoog zijn opgelopen. Eurobonds veranderen daar weinig aan.

Het kernprobleem is de structureel lage economische groei. Het lijkt op dweilen met de kraan open, maar investeren in duurzame economische groei is in combinatie met de nauwgezette beheersing van overheidsuitgaven de uitweg uit de crisis. Een maatregel die sneller effect sorteert als grote bedrijven productiecentra zouden openen. De term duurzaam verwijst hierbij niet naar het modewoord milieu, maar naar investeringen in infrastructuur, gezondheidszorg en onderwijs. Een dergelijke herstructurering vraagt tijd en geld, veel geld. Het langdurig ondersteunen van probleemlanden vereist politieke moed. Het zijn investeringen die iedereen ten goede komen, ook de euro.

LEES OOK

Fed achter het stuur, ECB heeft het nakijken

Tip uit Griekenland

Fed kan sterke dollar nu wél gedogen