Op 27 september h van dit jaar schreef ik een column
met daarin een pleidooi om de banken van de beurs te halen. Tevens
schreef ik dat het een goed idee was om de activiteiten van
investment banking los te koppelen van de traditionele banktaken.
Nu had ik al betrouwbare bronnen binnen het bankwezen die het
roerend met deze stellingen eens zijn, als je het ze eerlijk op de
man af vraagt.
Dat vandaag Lense Koopmans, president-commissaris van de Rabobank,
in Het Financieele Dagblad ook liet optekenen dat banken niet op de
beurs horen (of anders met hoge beschermingswallen tegen
opdringerige aandeelhouders), is een eindejaarsgeschenk waar ik
niet meer op had gerekend. Ik ga, denk ik, nog verder dan Koopmans,
ik geloof stellig dat het van de beurzen halen van de banken een
wezenlijk onderdeel is van de oplossing van de systeem- en
vertrouwencrisis.
Er zijn meerdere redenen waarom ik vind dat banken niet op de
beurs thuishoren. In de column van 27 september noemde ik dat een
bank die niet op de beurs staat, minder snel de kans loopt speelbal
te worden van sentiment en het feit dat het managen van de
beurskoers en -notering veel te veel tijd eist van de
bankdirecteuren, tijd die ze veel beter aan belangrijke zaken
kunnen besteden.
Verder, veel analisten kunnen niets met de waardering van een
bank. Een bank is in wezen een hedgefonds. Ze trekken één euro aan
en lenen die weer in een veelvoud uit. Bovendien zijn er binnen een
bank bijna altijd belangen die door elkaar heen lopen, vooral als
er sprake is van een bank die meerdere activiteiten heeft: zoals
bankieren, investment banking, brokagere en verzekeringen. Niet
zelden subsidieert de ene afdeling de andere. Wat een bank waard
zou moeten zijn op de beurs is daarom bijna altijd gissen, of op
zijn positiefst een veredeld soort gissen.
Koopnams noemde ook het opdringerige kortetermijngedrag van
aandeelhouders om liever niet op beurs te zijn. Sterker nog, dit is
waarschijnlijk de primaire reden waarom het zo mis is gegaan de
laatste jaren. Banken zijn - in hun streven naar nog meer winsten -
veel te veel dure producten gaan verkopen en hebben te veel aan
kredietverlening gedaan. Het ging toch goed, de economie groeide,
de rente daalde en huizenprijzen stegen, dus wat kon er
misgaan?
Totdat het wel mis ging. Nu geven banken, als je wat wilt lenen,
niet meer thuis. Een hypotheekverhoging regelen is een ware
lijdensweg (ik kan hier persoonlijk over meepraten). Sterker nog,
vorige week konden we in de kranten lezen dat banken iedere
hypotheekbezitter, vooral zij met aflossingsvrije hypotheken, gaan
vragen af te lossen.
Juist nu de economie gebaat is bij wat extra kredieten worden die
uit de markt gehaald! Let wel, ik begrijp dat we met zijn allen te
veel schulden hebben opgebouwd. Maar het probleem zit hem er in dat
we dit hadden moeten bedenken toen alles goed ging. Tijdens de
hoogtijdagen was het met de handen voor de ogen, hopen dat het
allemaal goed zou blijven gaan. Niet dus, de bomen groeien niet tot
in de hemel. Hebben ze nooit gedaan en zullen ze ook nooit
doen.
Een oud gezegde luidt: banken geven je een paraplu als het goed
gaat en nemen hem weer af als het slecht gaat. Precies dat gebeurt
nu weer. Zijn banken hier alleen schuldig aan? Nee, de
toezichthouders treft net zoveel blaam. Zij hebben dit laten
gebeuren. Ze vragen nu van de banken hun buffers zodanig op peil te
brengen dat banken (en dus de economie) lam worden gelegd.
In de wetenschappelijke editie van Financial Investigator (nr. 3,
2011) had ik een gesprek met professor Kocken en apart ook nog een
interview met de Duitse professor Thorsten Hens.
http://issuu.com/financialinvestigatornl/docs/financial-investigator-3-speciale-uitgave#download
Beiden wijzen erop dat banken en toezichthouders met hun gedrag de
cyclus (naar boven en naar beneden) versterken. In een ideale
situatie zou het beleid juist anticyclisch moeten werken. Daarvoor
bieden ze interessante inzichten.
Banken zijn door hun kortetermijngedrag (al dan niet aangezet door
aandeelhouders, bedrijven en consumenten) in de problemen gekomen.
Ze kunnen zich nu alleen uit de problemen werken door hun buffers
op peil te brengen, en snel ook, door de kredietverlening stil te
leggen, door mensen aan te zetten hun schulden af te lossen en door
mensen te laten sparen.
Ik ga hier zelf vol tegenin. Ik ga mijn hypotheek niet aflossen en
weiger te sparen om de banken te helpen (dit is overigens in mijn
persoonlijke situatie gerechtvaardigd, bij iemand anders kan de
situatie natuurlijk anders liggen). En over sparen gesproken:
Koopmans zegt in het FD 'zich mateloos te ergeren aan banken die op
de spaarmarkt onder dekking van het garantiestelsel te hoge
rentevergoedingen betalen.' Eindelijk een bankman die waarheid
spreekt!
Hoe zwaar banken het hebben (ik denk dat de meeste mensen zich
niet realiseren hoe precair de situatie is) blijkt wel uit twee
situaties. Eind november moesten alle belangrijke centrale banken
in de wereld de rente op de dollarliquiditenswaps met een half
procent verlagen. Vorige week kregen banken onbeperkt toegang tot
min of meer gratis geld (1%) van de ECB.
Ruud Lubbers zei vorige week bij Nieuwsuur volkomen terecht dat
banken die gunstige condities in de vorm van gunstige
kredietverlening zouden moeten doorgeven aan consumenten en
bedrijven, zodat de economie weer een beetje in gang kan worden
gezet. Ik ben bang dat dit ijdele hoop is. Banken gaan die goedkope
ECB-kredieten gebruiken voor nog meer marketinggeld om nog meer
campagnes te bedenken om u aan het sparen te krijgen. En van wat ze
overhouden (nog heel veel hoor) kopen ze obligaties die drie
procent of meer opleveren. Dat is gratis geld verdienen.
Zo kan het altijd nog veel te hoge salarisgebouw bij de banken
onderhouden blijven en kunnen de nog altijd veel te hoge bonussen
aan de topbankiers in stand worden gehouden. Op het punt van de
bonussen blijft Koopmans natuurlijk nog wel een echte bankier. Hij
gebruikte helaas de drogreden dat bonussen nodig zijn om de beste
handelaren en bankiers aan zich te kunnen binden.
Maar goed, zijn ideeën zijn een goede stap vooruit. Helaas moet er
nog veel water door de Rijn vloeien voordat de bankensector, en in
het kielzog daarvan ook een beetje de toezichthouders, zich weer
opnieuw ten positieve hebben uitgevonden. Het lezen van de ideeën
van de professoren Kocken en Hens zouden in dit opzicht
verhelderend kunnen werken.
Harry Geels is directeur Research en partner bij Inmaxxa met
kantoor in Naarden (www.inmaxxa.nl). De informatie in
deze opinie is niet bedoeld als individueel beleggingsadvies of als
aanbeveling tot het doen van bepaalde beleggingen.
De standpunten en vooruitzichten van Geels geven zijn mening weer
in zijn hoedanigheid als directeur Research. Geels heeft op het
moment van schrijven geen positie in genoemde fondsen.



