Outperformance met strategie van gelijkwegen

De strategie van het gelijkwegen van aandelen werkt, maar waarschijnlijk alleen als het door niet al te veel beleggers wordt toegepast. Kleine beleggers hebben een luxepositie. Jammer dat ze die vaak verkwanselen.

Op Bloomberg stond op 5 december een bericht waarin stond dat er geen sprake was van een verloren decennium voor aandelen, tenminste als we naar waarde- of gelijkgewogen indices zouden kijken. De gelijkgewogen S&P500 zou 66% gestegen zijn in de laatste tien jaar. Je zou haast denken dat de betreffende journalist een van mijn oude columns had gelezen. Ik had eerder een namelijk een verhaal met vergelijkbare strekking.

Ik betoogde dat wie belegd had in een gelijkgewogen S&P500-index er veel beter had voorgestaan dan een belegger die 'gewoon' in de index van de vijfhonderd grootste Amerikaanse ondernemingen had belegd. Bij gelijkwegen wordt er relatief meer belegd in kleine dan in grote aandelen. Wat de betreft de AEX zou u bijvoorbeeld evenveel geld stoppen in Koninklijke Olie als in TomTom. Er wordt daardoor impliciet gebruikgemaakt van het 'small-firm-effect', een door de wetenschap vastgestelde wetmatigheid dat kleinere aandelen het op de langere termijn (iets) beter doen dan grote aandelen.

The Economist zou The Economist niet zijn als hier naar aanleiding van het bericht op Bloomberg geen intelligente beschouwing op zou zijn geschreven. Voor de verklaring van het succes van gelijkgewogen indices wees The Economist op de wetenschapper Robert Arnott, de bekendste voorstander van het anders wegen van aandelenindices. Hij propageert het wegen van aandelen op basis van fundamentele ratio's, zoals omzet en dividend, teneinde het grote nadeel van marktkapitalisatiegewogen indices te vermijden, namelijk het beleggen in de (te dure) populairste aandelen, die het hardst zijn gestegen.

De conclusie van The Economist is even eenvoudig als helder: leuk te weten dat gelijkgewogen indices beter presteren, maar niet iedere belegger kan de strategie van gelijkwegen volgen. Het probleem zit hem vooral bij de grotere beleggers die door eventueel de kleinere aandelen (met grote bedragen) uit de index te kopen daar een dermate koersopdrijvend effect zouden creëren, dat die relatief kleinere aandelen te veel zouden stijgen, waardoor het effect van gelijkwegen in de toekomst waarschijnlijk niet meer zou bestaan.

Het is hetzelfde euvel als we met passief en actief beleggen hebben. Passief beleggen heeft alleen zin als er voldoende beleggers actief beleggen. Het is als yin en yang. Fundamentele of gelijkgewogen indices hebben alleen waarde voor beleggers als er maar voldoende beleggers zijn die marktkapitalisatiegewogen beleggen. Verreweg de meeste indextrackers zijn overigens marktkapitalisatiegewogen, dus wat dit betreft zou het nog geen probleem zijn om wel een gelijkgewogen (of fundamentele) strategie te voeren.

Dat brengt ons op een interessante essentie van beleggen, namelijk het feit dat je als belegger in potentie een goed resultaat kunt neerzetten als je iets anders doet dan de 'mainstream' belegger. En echt anders doen is dan eigenlijk alleen weggelegd voor de kleinere belegger. Als je namelijk groot bent, kan je jezelf niet aan de mainstream onttrekken, omdat je dan 'marktverstorend' gaat opereren

De 'outperformance' van de strategie van gelijkwegen is het eerste voorbeeld van deze stelling. Deze strategie werkt, zoals gezegd, alleen als het door niet al te veel (grote) beleggers wordt toegepast. Maar er zijn meer voorbeelden. Kleinere hedgefondsen hebben bijvoorbeeld over het algemeen betere rendements-risicoverhoudingen dan grote. Hierover heb ik eerder geschreven en ik verwijs naar een artikel dat een collega van mij heeft geschreven met betrekking tot dit onderwerp.

Het is bij hedgefondsen namelijk zo dat als je klein bent je meer mogelijkheden hebt om gebruik te maken van de inefficiënties in de markt. Als iedere belegger op dezelfde trends zou inspelen wordt de kans dat je er rendement mee gaat halen per definitie kleiner. Daarbij speelt bij hedgefondsen dat, naarmate ze groter worden, er meer focus komt te liggen op risicomanagement. En door het (te veel) beheersen van de risico's gaat, zo blijkt uit onderzoek, rendement verloren.

Een ander voordeel van klein zijn is de flexibiliteit bij het beleggen in de assetcategorieën. Een grote belegger, of het nu een bank of pensioenfonds is maakt niet zoveel uit, kan niet zomaar zeggen dat hij niet meer in aandelen gelooft. Als bijvoorbeeld Credit Suisse of ABG zouden zeggen dat ze niet meer in aandelen willen beleggen - en daar ook naar zouden handelen - zou dat een groot marktverstorend effect hebben. Ze zouden in hun eigen staart bijten als ze en masse aandelen zouden verkopen. Ze kunnen hoogstens wat onder- of overwegen.

Ik snap ook niet dat er mensen zijn die hun vermogensbeheer laten uitvoeren door een grootbank. Daar kan het beheer namelijk per definitie niet objectief en flexibel zijn. Maar is klein altijd fijn? Nee, er zijn ook nadelen voor de kleinere belegger. Ten eerste zijn de kosten hoger. Maar waarschijnlijk nog belangrijker: je moet als kleine belegger wel de capaciteiten en discipline hebben om gebruik te maken van de inefficiënties in de markt. Getuige het feit dat onderzoek uitwijst dat 90% van de kleine beleggers structureel verlies maakt, blijkt dat de luxepositie van klein zijn door veel beleggers wordt verkwanseld.

Harry Geels is directeur Research en partner bij Inmaxxa Vermogensbeheer in Naarden. Daarnaast is hij hoofdredacteur van Traders Club Magazine (TCM). De informatie in deze opinie is niet bedoeld als individueel beleggingsadvies of als aanbeveling tot het doen van bepaalde beleggingen. De standpunten en vooruitzichten van Geels geven zijn persoonlijke mening weer.

LEES OOK

Alternatieve investeringsstrategieën

De 100% aandelen-strategie is onzinnig

Credit Suisse ziet outperformance Shell in 2013