Deutsche Bank ziet - in een beschouwing over de persectieven voor Europese aandelen - in 2012 een herhaling van 1993. In dat jaar kromp de Europese economie met 0,8% en de groei in de opkomende landen was een gematigde 3,3%.
In de VS was de bijdrage van het export-importsaldo aan het bbp negatief en de overheidsuitgaven namen af. Toch groeide de economie met 2,9%, dankzij een toenemende kredietverlening en een forse vraag vanuit de particuliere sector. Ook in 2012 is er volgens de bank sprake van een uiteenlopende economische gang van zaken tussen de VS en Europa.
De Amerikaanse economie kan blijven groeien (met naar schatting 2,5%), ondanks dat de Europese met 0,5 à 1% inzakt. In de VS stijgen ook nu de consumptie en de kredietverlening.
In Europa daalt de kredietgroei juist, wat wel eens een grotere negatieve uitwerking op de economie kon krijgen dan nu in de markt verondersteld wordt.
Op wereldniveau zal de expansie volgens de bank 3,25% bedragen. De bank rekent op een gemiddelde winstgroei van 4% en ziet voor eind 2012 een stand van de S&P Europe600 van 275.
Begin deze week was de notering 227. Deutsche Bank schrijft niet naïef te zijn en onderkent dat het macro-economische klimaat kwetsbaar blijft. Toch meent de bank dat er voldoende ruimte is om onderscheid te maken tussen bedrijfstakken en bedrijven, onder andere op grond van de uiteenlopende economische ontwikkelingen in de diverse regio's.
De bank mijdt onder meer bedrijven met een zwaar accent op Latijns-Amerika en Oost-Europa (een strakkere kredietverlening) en bedrijven die het nu al moeilijk hebben, maar bijvoorbeeld ook de Europese kapitaalgoederenindustrie, omdat de investeringen onder druk staan vanwege de verzwakkende consumentenbestedingen.
De top-10 voor 2012 bestaat uit Royal Dutch Shell, SAP, SKF, Linde, William Demant, Telenor, Reckitt Benckiser, AMEC, Swatch en UBM.



