Het vertrekpunt voor de huidige euro was 'zoveel mogelijk landen erbij vanaf het begin'. Vandaar dat landen zoals Griekenland en Italie, die op dat moment aan meer dan een (van de in totaal vijf) criteria voor de invoering niet voldeden, mee mochten doen.
Kortom, de kwantiteit en niet de kwaliteit was belangrijker. Dat de kwaliteit nauwelijks een rol speelde, wreekt zich nu. En hoe! Beleggers vluchten sinds kort uit de eurozone als geheel, waar voorheen alleen vlucht uit de zwakke landen waar te nemen was. De conclusie ligt voor de
hand: steeds meer beleggers in de rest van de wereld zien de hele eurozone als zwak.
Maar even terug naar die 'neuro'. Daarbij zou in feite de kwaliteit van deelnemende landen doorslaggevend zijn. En alleen al daarom vind ik het een uitstekend concept.
Het is nu voor iedereen duidelijk mag ik hopen, dat verenigen van landen waar devaluatie van eigen munt een cruciaal onderdeel was van het economische model (Griekenland, Italië, Portugal, Spanje maar ook
Frankrijk) met landen waar niet devalueren juist een cruciaal onderdeel van het economische model is, nauwelijks mogelijk is.
In een noordelijke muntunie zou dat probleem niet bestaan, net als veel andere problemen waar de huidige euro wel mee te maken heeft.
Maar, zeggen de tegenstanders, dan vallen voor onze bedrijven ineens grote markten zoals Italië en Spanje weg. Een ramp! Inderdaad, een ramp, als de noordelijke euro louter uit de noordelijke lidstaten van de huidige muntunie zou bestaan.
Ik kan me heel goed voorstellen dat landen zoals Zweden, Denemarken, Polen en Tsjechië - allemaal landen die duidelijk aangeven niets te zien in de huidige gemeenschappelijke munt in Europa - heel graag mee zouden willen doen met een betere euro. Wie weet doet Groot-Brittannië ook ooit mee!
In mijn boekje uit 2009, 'Tien jaar euro: overleeft de euro de crisis?', heb ik een heel hoofdstuk gewijd aan een euro voor minder landen. Het ging mij niet per se om minder landen - hoe meer goede landen meedoen met een gemeenschappelijke munt hoe beter - maar je komt nou eenmaal op minder landen uit als je werkt met een aantal criteria zoals bijvoorbeeld historie van gezonde overheidsfinanciën en een stabiel economisch en monetair beleid.
Je komt dan inderdaad op landen in het Noorden en Oosten van Europa uit ofwel ongeveer hetzelfde gebied als dat van de Hanze vroeger (zoals de uitgever van het genoemde boek, de toenmalige hoofdredacteur en historicus Arne van der Wal, meteen zag). De naam voor die nieuwe munt en mijn hoofdstuk lag snel voor de hand: de Hanze-euro (vandaar dat ik de neuro zo en vreselijke term vind).
Voor mijn binnenkort uit te komen boek (www.detoekomstvandeeuro.nl) heb ik gedoken in handelsstatistieken van Nederland en de relevante Europese landen. Daaruit blijkt dat meedoen van de genoemde landen aan de Hanze-euro het wegvallen van Italië en Spanje goed kan maken. Uiteraard zullen er bedrijven, die veel naar die landen exporteren, zijn die veel schade oplopen. Maar zich aanpassen aan nieuwe omstandigheden, dan kan BV Nederland wel.
In 'De toekomst van de euro' toon ik aan dat zo een Hanze euro niet alleen economisch per saldo voordeliger kan zijn dan de euro die we nu hebben, maar ook sociaal en politiek. Bovendien blijkt een Hanze-euro juridisch te mogen, zelfs volgens de huidige Verdragen over de Europese Unie! Kortom, niets ligt de Hanze-euro in de weg, behalve de politieke wil.
De grote vraag is vervolgens of Frankrijk daarbij hoort. Volgende week ga ik in op die vraag, maar ik lees graag jullie mening daarover alvast onder dit stuk.
Edin Mujagic is monetair- en macro-econoom, publicist en promovendus aan de Universiteit van Tilburg. Hij is de auteur van het boek 'Tien jaar euro: biografie van een jonge wereldmunt' dat vorig jaar is verschenen en van Het Inflatiespook, dat begin oktober is uitgekomen. Ook richtte hij www.inflatieblog.nl op.



