Aandelen en obligaties zijn de meest populaire
beleggingscategorieën met verschillende karakteristieken.
Aandelen zijn risicovoller dan obligaties. Ten eerste omdat
aandeelhouders bij een faillissement van het bedrijf pas worden
betaald nadat de obligatiehouders zijn afgelost. Ten tweede omdat
de dividendvergoeding op aandelen niet vast staat.
Uit dat oogpunt is het logisch dat aandeelhouders een hogere
rendementseis hanteren dan obligatiehouders.
Sinds de Griekse 'haircut' weten we inmiddels weer dat
staatsobligaties ook niet risicovrij zijn, waardoor beleggers ook
hiervoor hogere rentes vragen.
Dividend in belangstelling
Het dividend is de afgelopen jaren sterker in de belangstelling
komen te staan omdat aandelenkoersen over het algemeen gedaald zijn
en de rendementen op Nederlands en Duits staatspapier historische
dieptepunten bereikten.
De daling van de kapitaalmarktrente hangt enerzijds samen met een
vlucht naar veiligheid, maar zal ook het gevolg zijn van de lagere
economische groeiverwachtingen.
De obligatiemarkt kan daarmee een signaal afgeven dat
bedrijfswinsten onder druk kunnen komen te staan, wat zo zijn
gevolgen zal hebben op de hoogte van het dividend.
Tegenwoordig moeten beleggers eigenlijk vooral alerter zijn op
stijgende rendementen op staatsleningen. Dit illustreert niet
alleen de zorgen over de toekomst van de euro, het maakt het voor
overheden ook lastiger te herfinancieren en dwingt hen tot grotere
bezuinigingen.
Dat kan slecht uitpakken voor bedrijfswinsten en dividenden. Uit
portefeuille oogpunt zijn stijgende obligatierentes ongunstig voor
de aantrekkelijkheid van dividendaandelen.
Dividendrisico
Beleggers moeten bijzonder alert zijn of door de markt verwachte
dividenden uiteindelijk wel kans van uitkering hebben.
Grontmij verraste de markt bij de derdekwartaalcijfers door aan te
geven over 2011 helemaal geen uitkering te doen.
Vlak voor de koersval als gevolg van het dividendbericht en de
winstwaarschuwing leek bij er bij een politiek van
dividendstabilisatie een dividendrendement van circa 5% in te
zitten.
Het wordt dus 0%. Veel erger nog is de koersval van circa
40%. Grontmij zegt het niet hardop, maar waarschijnlijk hebben de
banken vanwege de hoge schuldenberg en de teruglopende resultaten
het bedrijf verboden een uitkering te doen.
Deze val zou meer bedrijven kunnen treffen. PostNL is een ander
voorbeeld van een bedrijf dat geen ruimte ziet voor een
cashdividend. Aandeelhouders krijgen hun vergoeding voorlopig in
nieuw uit te geven aandelen uitbetaald.
Volgens velen een sigaar uit eigen doos, omdat hierdoor de
toekomstige winst sterk verwatert.
Delta Lloyd is ook zo'n geijkt voorbeeld van een aandeel dat
beleggers koesteren vanwege het hoge dividendrendement dat mogelijk
wel 8% bedraagt.
De uitkering van een interimdividend ten spijt, indien de
financiële markten verder verslechteren en de solvabiliteit van
Delta Lloyd nog wat terugloopt, dan is de slotuitkering met grote
onzekerheid omgeven.
Een ander voorbeeld is Beter Bed. Keert het bedrijf weer net als
vorig jaar alle winst uit, dan valt het dividendrendement
waarschijnlijk hoog uit, mogelijk richting de 10%.
Vraag is alleen nog even hoeveel de retailer in het vierde kwartaal
gaat verdienen en of het toch niet liever wat geld achter de hand
houdt voor mindere tijden.
Geen enkel bedrijf wil het zo ver laten komen dat uiteindelijk de
banken het voor het zeggen krijgen. Dat is niet fijn voor de
rentelasten en evenmin voor de aandeelhouders.
Beleggers doen er goed aan zich niet blind te staren op hoge
dividendrendementen die ver uitstijgen boven het rendement op
Nederlands staatspapier.
Naast de economische ontwikkeling dient nadrukkelijk gekeken te
worden naar de kracht van de winstontwikkeling en de schuldpositie.
En vergeet niet de toelichting op het dividendbeleid te lezen in
het jaarverslag. Daar kleven vaak verrassend veel mitsen en maren
aan.
De theorie zegt niet voor niets dat hoge risico's een hogere
vergoedingseis rechtvaardigen. Dat wil niet zeggen dat u er perse
beter van wordt.
Hoe zeker is het dividend nog?
De ontwikkelingen op de financiële markten
dwingen zowel kleine als grote beleggers nadrukkelijk actief met de
beleggingsportefeuille om te gaan. Veel aandelen lijken op deze
koersniveaus aantrekkelijke dividenden uit te betalen, maar schijn
bedriegt vaak.
Aandelen en obligaties zijn de meest
populaire beleggingscategorieën met verschillende
karakteristieken.
Aandelen zijn risicovoller dan obligaties.
Ten eerste omdat aandeelhouders bij een faillissement van het
bedrijf pas worden betaald nadat de obligatiehouders zijn afgelost.
Ten tweede omdat de dividendvergoeding op aandelen niet vast
staat.
Uit dat oogpunt is het logisch dat
aandeelhouders een hogere rendementseis hanteren dan
obligatiehouders.
Sinds de Griekse 'haircut' weten we
inmiddels weer dat staatsobligaties ook niet risicovrij zijn,
waardoor beleggers ook hiervoor hogere rentes vragen.
Dividend in belangstelling
Het dividend is de afgelopen jaren sterker
in de belangstelling komen te staan omdat aandelenkoersen over het
algemeen gedaald zijn en de rendementen op Nederlands en Duits
staatspapier historische dieptepunten bereikten.
De daling van de kapitaalmarktrente hangt
enerzijds samen met een vlucht naar veiligheid, maar zal ook het
gevolg zijn van de lagere economische
groeiverwachtingen.
De obligatiemarkt kan daarmee een signaal
afgeven dat bedrijfswinsten onder druk kunnen komen te staan, wat
zo zijn gevolgen zal hebben op de hoogte van het
dividend.
Tegenwoordig moeten beleggers eigenlijk
vooral alerter zijn op stijgende rendementen op staatsleningen. Dit
illustreert niet alleen de zorgen over de toekomst van de euro, het
maakt het voor overheden ook lastiger te herfinancieren en dwingt
hen tot grotere bezuinigingen.
Dat kan slecht uitpakken voor
bedrijfswinsten en dividenden. Uit portefeuille oogpunt zijn
stijgende obligatierentes ongunstig voor de aantrekkelijkheid van
dividendaandelen.
Dividendrisico
Beleggers moeten bijzonder alert zijn of
door de markt verwachte dividenden uiteindelijk wel kans van
uitkering hebben.
Grontmij verraste de markt bij de
derdekwartaalcijfers door aan te geven over 2011 helemaal geen
uitkering te doen.
Vlak voor de koersval als gevolg van het
dividendbericht en de winstwaarschuwing leek bij er bij een
politiek van dividendstabilisatie een dividendrendement van circa
5% in te zitten.
Het wordt dus 0%. Veel erger
nog is de koersval van circa 40%. Grontmij zegt het niet hardop,
maar waarschijnlijk hebben de banken vanwege de hoge schuldenberg
en de teruglopende resultaten het bedrijf verboden een uitkering te
doen.
Deze val zou meer bedrijven kunnen
treffen. PostNL is een ander voorbeeld van een bedrijf dat geen
ruimte ziet voor een cashdividend. Aandeelhouders krijgen hun
vergoeding voorlopig in nieuw uit te geven aandelen
uitbetaald.
Volgens velen een sigaar uit eigen doos,
omdat hierdoor de toekomstige winst sterk verwatert.
Delta Lloyd is ook zo'n
geijkt voorbeeld van een aandeel dat beleggers koesteren vanwege
het hoge dividendrendement dat mogelijk wel 8% bedraagt.
De uitkering van een interimdividend ten
spijt, indien de financiële
markten verder verslechteren en de solvabiliteit van Delta Lloyd
nog wat terugloopt, dan is de slotuitkering met grote onzekerheid
omgeven.
Een ander voorbeeld is Beter Bed. Keert
het bedrijf weer net als vorig jaar alle winst uit, dan valt het
dividendrendement waarschijnlijk hoog uit, mogelijk richting de
10%.
Vraag is alleen nog even hoeveel de
retailer in het vierde kwartaal gaat verdienen en of het toch niet
liever wat geld achter de hand houdt voor mindere
tijden.
Geen enkel bedrijf wil het zo ver laten
komen dat uiteindelijk de banken het voor het zeggen krijgen. Dat
is niet fijn voor de rentelasten en evenmin voor de
aandeelhouders.
Beleggers doen er goed aan zich niet blind
te staren op hoge dividendrendementen die ver uitstijgen boven het
rendement op Nederlands staatspapier.
Naast de economische ontwikkeling dient
nadrukkelijk gekeken te worden naar de kracht van de
winstontwikkeling en de schuldpositie. En vergeet niet de
toelichting op het dividendbeleid te lezen in het jaarverslag. Daar
kleven vaak verrassend veel mitsen en maren aan.
De theorie zegt niet voor niets dat hoge
risico's een hogere vergoedingseis rechtvaardigen. Dat wil niet
zeggen dat u er perse beter van wordt.