Angst en hebzucht bepalen het humeur van beleggers. Wanneer de beurskoersen dag in, dag uit stijgen, wil iedereen kopen en in een beurscrisis rennen alle beleggers tegelijk naar de uitgang.
In de zomermaanden zat bij beleggers de angst er goed in. De vrees dat de Europese schuldencrisis de wereldeconomie ernstige schade zou berokkenen zat er goed in en joeg de koersen op de markten in hard omlaag. De laatste dagen varen zij op hoop. Als die stijging aanhoudt, doemt hebzucht op in het debat over de toekomst van de markt.
Emoties als angst en hebzucht vormen een negatieve spiraal die de heldere blik van beleggers vertroebelt. Ook die van hyperprofessionele klasbakken zoals vermogensadviseurs en fondsbeheerders.
De wisselwerking tussen angst en hebzucht is van alle tijden. Volgens de gedragseconomie zijn die psychologische valkuilen de oorzaak dat de markten minder efficiënt zijn dan wordt aangenomen.
Met name op de korte termijn kunnen beleggers profiteren van deze inefficiënties, op voorwaarde dat zij hun emoties uitschakelen. Dat is echter gemakkelijker gezegd dan gedaan.
Wanneer we een in vliegtuig stappen, vindt niemand het vreemd dat de besturing in handen is van de automatische piloot. Maar om onze beleggingsbeslissingen volledig uit handen te geven gaat misschien wat ver, maar doordat de computer emotieloos is, worden vaak betere besluiten genomen.
Emoties en marktgevoel kun je deels in modellen vangen, maar omdat computers niet tussen de regels door heen kunnen lezen, is niet elke computer zo geprogrammeerd dat het rendement gemaximaliseerd moet worden. Sommige computers richten zich op de beheersing van de risico's al dan niet in combinatie met een minimaal gewenst rendement.
De vraag van één miljoen is, genereren zogeheten quantfondsen een hoger rendement dan het beursgemiddelde?
Wanneer we het rendement van afgelopen maand in ogenschouw nemen, dan kunnen zij de markt niet bijbenen, terwijl het rendement van de voorbije drie maanden in lijn ligt met het beursgemiddelde. Naarmate de terugblikperiode groter wordt, blijkt dat kwantitatief georiënteerde beleggingsfondsen duidelijk beter presteren dan de markt.

In crisistijden presteren kwantitatieve beleggingsfondsen niet beter dan de markt. In het rampjaar 2008 ging Lingohr Systematic bijvoorbeeld 10%-punt harder omlaag dan de €uro STOXX 50-index, maar behaalde het jaar erna een dubbel zo hoog rendement als de Europese hoofdindex en hoewel het rendement op drie jaar positief is, is het rendement vijf jaar negatief.
Zo betracht, doet Deka Euroland Balance het beduidend beter. Het is echter ook wel een beetje appelen met peren vergelijken. Het is een gemengd beleggingsfonds dat zowel in aandelen als obligaties belegd. Zelfs in 2008 puurde het onderliggende computermodel een positief resultaat uit de markt. In volatiele tijden verdienen risicomijdende strategieën de voorkeur.



