China niet beter af dan de VS of de EU

Volgens Ian Brenner, President van de Eurasia Group, zijn de problemen in China minstens even groot als in de EU en de VS. Bovendien schuift China deze problemen zo mogelijk nog verder voor zich uit dan de andere economische grootmachten. 

Deze stelling bracht hij naar voren in een interview dat het blad "Foreign Policy"met hem en Nouriel Roubini hield. Ian Bremmer is President van de Eurasia Group een adviesbureau gespecialiseerd op het gebied van politieke risico's. Zijn mening is er één om serieus te nemen.

De Eurasia Group heeft onderzoek gedaan naar de structurele problemen van China en hoe deze in het komende vijfjarenplan plan worden geadresseerd. De conclusie? Er wordt te weinig gedaan om deze problemen op te lossen. Opvallende pijnpunten waar zij onvoldoende politieke slagvaardigheid zien, zijn de export-afhankelijkheid en de toenemende verschillen tussen arm en rijk.

Te afhankelijk van Export en Investeringen
Eén van de zwakheden die genoemd wordt, is de te sterke afhankelijkheid van export en investeringen. Consumptie is verantwoordelijk voor slechts 35% van het BBP van China. Internationaal gezien is dit een bijzonder laag cijfer. Het is het land nog altijd niet gelukt om de afhankelijkheid van export en investeringen te verkleinen. Dit maakt China kwetsbaar, zeker met een wereldwijde recessie voor de deur.

Verschillen tussen rijk en arm
Een tweede probleem is het toenemende verschil tussen arm en rijk. Dit beperkt de eerdergenoemde consumptie en kan als een katalysator werken voor sociale onrust. De Eurasia Group twijfelt of China voldoende in staat zal zijn om deze verschillen te verkleinen. Met name van grote staatsbedrijven verwacht de Eurasia Group verzet tegen hervormingen op dat vlak.

Inflatie niet onder controle
In het verlengde van de door de Eurasia Group geschetste problemen wordt het verschil tussen arm en rijk versterkt door de inflatie die de Chinese overheid maar niet onder controle lijkt te krijgen. De Chinese centrale bank verhoogt de rente steeds verder en verscherpt de kapitaalseisen. Herinnert u zich bovendien nog het akkefietje met Unilever? Hierbij werd Unilever simpelweg verboden de prijzen te verhogen. Al deze maatregelen ten spijt blijft de inflatie verder stijgen. Voor 2011 wordt de inflatie door het IMF op 5,5% geschat. Een jaar eerder lag deze nog op 3,3%.

Harde landing voor China
Deze situatie is op lange termijn niet houdbaar. Er wordt al langere tijd gevreesd voor oververhitting van de Chinese economie en een mogelijk 'harde landing'. Door de gestegen vastgoed- en de consumentenprijzen wordt het levensonderhoud voor de 'gewone man' onbetaalbaar. China zal tot een nieuw evenwicht moeten komen, maar historisch gezien blijkt het extreem moeilijk om de economie af te koelen zonder een recessie te veroorzaken.

De Chinese economie sputtert
Eén van de gevolgen van de pogingen van de overheid om de inflatie onder controle te krijgen en tegelijkertijd een teken dat het economisch minder gaat, is het dalen van de inkoopmanagers index. Volgens een voorlopig cijfer van HSBC is deze gedaald tot 49,4 voor de maand september; een cijfer onder de 50 duidt op krimp en is een indicator dat er economisch mindere tijden aankomen. De komende maanden zal moeten blijken of dit een voorteken van een harde, of een zachte landing is.

In het huidig debat dat gekenmerkt wordt door doemscenario's over met name Europa en in mindere mate de VS is het goed om te beseffen dat op lange termijn de vooruitzichten voor China niet veel rooskleuriger zijn. Sterker nog, het oplossen van structurele issues wordt daar zo mogelijk nog verder uitgesteld.

HIP
abonneer op de Nieuwsbrief

LEES OOK

Hoe profiteert u van China?

Volkswagen

China heeft nog steeds een muur