Euroliefde koelt af ook buiten de eurozone

Dat er  hier en daar geluiden te horen zijn uit sommige eurolanden om uit de muntunie te stappen, is niet net enige probleem voorbeeld van afkalvende steun voor de euro in Europa. Dat de niet-euro lidstaten van de Europese Unie (EU) de gezamenlijke munt de rug toekeren, is ook een prima voorbeeld en een minstens zo ernstige ontwikkeling voor de levensvatbaarheid van de Europese muntunie op de middellange termijn.

De landen uit Centraal- en Oost-Europa  wilden het allemaal zo graag, toen ze lid werden van de EU in 2004: de euro invoeren. De euro invoeren was een soort certificaat dat de voormalige communistische landen de transformatie naar een Westerse economie voltooid hebben.

Afzien

Toen Slowakije in 2009 toetrad tot de eurozone bijvoorbeeld (de design van de Slowaakse euromunten was al in 2005 vastgesteld) , vierden de Slowaken een groot feest. Deels doordat ze de genoemde ' certificaat' in handen hadden, voor het grootste deel omdat zij daar eerder in waren geslaagd dat de voormalige landgenoten, en grote rivalen, de Tsjechen.

Hoe anders is de situatie nu. Polen kan ergens in 2019 de euro invoeren, aldus onlangs de Poolse minister van Financiën. Als dat überhaupt gebeurt.
Niet alleen omdat de euro er in 2019 er niet meer zal zijn volgens sommigen, maar omdat Polen er helemaal van de toetreding af kan zien.

Opt-out

Net als Tsjechië overigens. De minister-president van dat land vraagt zich openlijk af of zijn land überhaupt mee moet doen met de muntunie. Velen in Tsjechië willen hetzelfde bedingen als Denemarken en Groot-Brittannië, namelijk de zogeheten opt-out: die twee landen zijn de enige EU-landen die niet mee hoeven te doen met de euro.

Alle andere EU-landen zijn verplicht de euro in te voeren zodra ze voldoen aan de voorwaarden daartoe (die hebben betrekking op onder meer de hoogte van de langetermijnrente, wisselkoersstabiliteit en inflatie).

Regel

Polen en Tsjechië zijn geen uitzonderingen; ook veel andere Centraal- en Oost-Europese landen staan niet te springen de euro te omarmen, zoals ze enkele jaren geleden maar wat graag wilden doen.

Dit is een probleem voor de muntunie, omdat die zulke landen juist hard nodig heeft om op de middellange en lange termijn levensvatbaar te kunnen zijn. Doorgaans zijn de Centraal- en Oost-Europese landen namelijk landen met hoge economische  groei en gezonde overheidsfinanciën.

Lobby

Geen wonder dat de Duitse Bondskanselier Angela Merkel achter de schermen hard lijkt te lobbyen om Polen en Tsjechië de eurozone zo snel mogelijk binnen te halen.

Behalve de bovengenoemde feiten en het feit dat een duidelijke boodschap uit Warschau en Praag zo snel mogelijk aan de euro te willen een geweldige motie van vertrouwen zou zijn in de muntunie,  staan die landen ook bekend om hun anti-inflatie gevoelens, waardoor het anti-inflatie deel van het ECB-bestuur flink versterkt zou worden.

Voorlopig wijzen de Centraal- en Oost-Europese landen echter die avances resoluut af. Wie het laatst lacht, lacht het best, denken de Tsjechen nu als ze aan het Slowaakse feest uit 2009 terugdenken.

Edin Mujagic is monetair- en macro-econoom, publicist en promovendus aan de Universiteit van Tilburg. Hij is de auteur van het boek 'Tien jaar euro: biografie van een jonge wereldmunt' dat vorig jaar is verschenen en van Het Inflatiespook, dat begin oktober is uitgekomen. Ook richtte hij www.inflatieblog.nl op.

GERELATEERD

Nu in het blad

thumb shade
Verder: opinie, analyses en meer
Nu proberen

LEES OOK

Neergang van buitencategorie

Eurozone stevent op ijsberg af

Hebzucht echte probleem Eurozone