China gaat een beslissende fase in, meent Robert Parbrook, hoofd
Aziatische (exclusief Japan) aandelen bij het Britse
Schroders. In zijn ogen wordt de komende vijf jaar duidelijk of het
land het imposante groeipad kan vasthouden of een oplopende
inflatie en problemen in de banksector het mooie groeitempo
overschaduwen.
Slechte leningen
De banksector kampt met een flinke berg slechte leningen, die hun
oorsprong vinden in de periode vlak na de kredietcrisis. Volgens
officiële cijfers komt alleen al de schuld aan lokale overheden op
10.700 miljard renminbi. Dat is ruim 1.100 miljard euro, wat
neerkomt op ongeveer een kwart van het bbp van China. Onder meer
Merrill Lynch, Credit Suisse, Fitch, Moody's en HSBC hebben
geprobeerd om de problemen in kaart te brengen en volgens Parbrook
zijn deze onderzoeken uitgemond in een verzameling weinig
opbeurende rapporten. Het is bijvoorbeeld heel zorgwekkend dat
grofweg 40% van de partijen een rendement op het eigen vermogen
heeft dat lager ligt dan de officiële rentestand van 5,3%.
Inflatiegevaar
Daarnaast is inflatie een groter probleem dan overheidscijfers doen
vermoeden. Een groot deel van de inflatiecijfers wordt berekend aan
de hand van producten en diensten waarvan de prijs bepaald wordt
door de Chinese regering. En in de ogen van Parbrook zijn er meer
dan genoeg voorbeelden, variërend van elektriciteit tot shampoo en
van tolwegen tot luchthavens, waar prijzen kunstmatig laag worden
gehouden. Een groei van de investeringen in vaste activa van 25% en
een toename van vastgoedinvesteringen van 35% wijzen er volgens hem
bovendien niet op dat de monetaire teugels ver genoeg zijn
aangehaald om de inflatoire krachten ook maar enigszins te
remmen.
Problemen aanpakken
Parbrook benadrukt echter dat de problemen niet onoverkomelijk
zijn. De Chinese staatsschuld is niet hoog, zodat er financiële
ruimte is om de problemen bij de banksector aan te pakken en om de
staatsgeleide economie om te bouwen tot een model waarin
consumenten de drijvende kracht zijn. Een voorwaarde is wel dat
China het bittere medicijn slikt in de vorm van pijnlijke
maatregelen die de economie in balans brengen. Als de Chinese
overheid de problemen opnieuw voor zich uitschuift, gaat daar
volgens Parbrook een zeer negatief signaal van uit.



