Toegegeven, de staatsschuld van Wenen is met iets meer dan
70% van het bbp (verwachting aan het eind van 2011) lager dan
die van Frankrijk (ruim boven 80%). Hetzelfde geldt voor het
begrotingstekort (minder dan 4% in Oostenrijk en bijna 6% in
Frankrijk). In de nabije toekomst kan dat wel eens snel
veranderen en dat heeft alles te maken met het bankwezen.
De belangrijkste reden waarom de laatste tijd gespeculeerd werd
dat de Franse kredietwaardigheid verlaagd zou worden, is het
feit dat de blootstelling van de Franse banken aan de
probleemlanden in de eurozone relatief groot is. Het zou de
Franse overheid heel veel geld kosten de Franse banken
overeind te houden in geval van nood.
De Oostenrijkse banken hebben echter ook hun Achilles hiel:
Centraal- en Oost-Europa. Die regio is van oudsher het
Oostenrijkse achtertuin. Toen de financiële sector daar
geliberaliseerd werd, in de jaren negentig, sprongen de
Oostenrijkse banken er dan ook als eerste in en doken ook het
diepst. Zij kenden de regio en de regio kende Oostenrijk en
zijn banken.
Het gevolg is dat de Oostenrijkse banken bijzonder kwetsbaar zijn
voor eventuele problemen in die regio. De kans op problemen is
groot omdat in loop der jaren huishoudens en bedrijven daar
heel veel geleend hebben van die Oostenrijkse banken maar in
Zwitserse franken. In landen als Polen en Hongarije luidt meer
dan de helft van de hypotheekleningen in franken (overigens
hebben veel Oostenrijkers zelf ook leningen opgenomen in
franken om zo te profiteren van de lage Zwitserse rente).
Nu de frank veel sterker is geworden en nog sterker lijkt te
worden in de toekomst door de toegenomen geopolitieke
spanningen in de wereld, het aanhoudend roekeloze monetaire
beleid van vooral de Fed, angst voor inflatie onder beleggers
en het besef dat ook Westerse landen failliet kunnen gaan,
levert enorme problemen op in Centraal- en Oost-Europa.
Oostenrijkse banken kunnen daardoor te maken krijgen
met zeer veel oninbare leningen. In totaal hebben ze voor 230
miljard euro uitgeleend in de regio, ofwel ca. 70% van het
Oostenrijkse bruto binnenlands product (bbp). Wanneer als
gevolg van problemen bij huishoudens de economische groei
daalt, zouden de begrotingstekorten in Centraal- en
Oost-Europa stijgen en leiden tot oplopende CDSen en spreads
tussen de
langetermijnrentes in die landen en Duitsland.
De Oostenrijkse overheid kan in
dat geval een behoorlijke rekening krijgen, zeer
waarschijnlijk een hogere dan in geval van Franse overheid en
Franse banken (als percentage van het bbp).
Daar komt nog iets anders bij. Terwijl de Franse banken hulp
krijgen doordat de ECB staatsobligaties van de zwakke
eurolanden opkoopt en die landen noodleningen en garanties
krijgen van de andere eurolanden, zullen de Oostenrijkse
banken die steun niet hebben mocht Centraal- en Oost-Europa in
problemen komen.
Gezien de tegenstand binnen de ECB tegen het opkopen van Grieks,
Italiaans of Spaans schatkistpapier, is het nauwelijks voor te
stellen dat de centrale bank staatsobligaties van landen als
Polen, Hongarije of Kroatië zou opkopen.
De Europese mechanismen om landen in problemen te helpen, richten
zich vooral op de eurolanden. De mechanismen om de niet-euro
landen te helpen zijn veel beperkter. Hetzelfde geldt
waarschijnlijk voor de wil van Europese overheden, zeker nu de
economische groei ook in Duitsland gedaald is.
De Oostenrijkse banken kunnen hooguit rekenen op hulp van de
Zwitserse centrale bank, maar die vecht tegen de bierkaai met
haar pogingen de frank structureel te verzwakken.
Edin Mujagic is monetair- en macro-econoom, publicist
en promovendus aan de Universiteit van Tilburg. Hij is de
auteur van het boek 'Tien jaar euro: biografie van een jonge
wereldmunt' dat vorig jaar is verschenen en van Het
Inflatiespook, dat begin oktober is uitgekomen. Ook richtte
hij www.inflatieblog.nl op.



