Japan wordt door de doemdenkers en onheilsprofeten vaak als het pad gezien dat wij als aandelenbeleggers te bewandelen hebben. Onderstaande grafiek waarin de MSCI Japan (rode lijn) wordt vergeleken met de MSCI VS (groene lijn), maar de eerste dan met 11 jaar voor uitgeschoven, zodat de top van 1989 in Japan in de grafiek gelijk valt met de top van 2000 in de VS.

In de grafiek lijkt zo een opvallende parallel te ontstaan tussen hoe Japanse aandelen het hebben gedaan in de jaren tijdens de hype, maar vooral ook in de langjarige bearmarkt daarna en Amerikaanse (westerse) landen. De vraag is dan of wij in het westen hetzelfde pad gaan bewandelen. Laten we voorop stellen dat alles mogelijk is in de financiële wereld. Toch zijn er, ondanks de opvallende parallel in de koersbeweging tot nu toe, een aantal opvallende verschillen.
Voorafgaande bubbles zijn verschillend
De bubble in Japan in de jaren tachtig had als rationale
dat het land van de rijzende zon in sneltreinvaart zich ontwikkelde
van ontwikkelingsland naar een industriële natie. Het bedrijfsleven
ontwikkelde zich in enorm tempo, waarvan de hele maatschappij
profiteerde, vooral de vastgoedsector. Zowel aandelen als vastgoed
stegen sterk in waarde. Met het knappen van de bubble in Japan
werden alle sectoren naar beneden getrokken, bedrijfsleven,
vastgoed en in het kielzog darmee ook de consumenten.
De bubble in het westen was in de jaren negentig vooral gedreven door technologie. De vastgoedmarkten kenden zo hun eigen dynamiek, daar knapte de bubble eigenlijk pas halverwege 2007. Het is natuurlijk de vraag wat erger is (voor de psyche): het dubbelnekschot dat de Japanners kregen of eerst een schot in 2000 en later nog één in 2007 zoals wij in het westen hebben gekregen. Persoonlijk denk ik dat de problemen voor de economie (en dus de beurs) niet per sé korter zullen duren in de het westen, maar door de spreiding van het knappen van de bubbles wel minder heftig zullen zijn.
Vastgoedbubble in Japan was veel groter
Voortbordurend op de vastgoedbubbles kunnen we stellen dat
die in Japan nog veel verder werd opgeblazen dan in het westen
voordat deze knapte. In een recent researchrapport van Nomura over
dit onderwerp lezen we dat in de tweede helft van de jaren tachtig
in Japan landprijzen in de zes grootste stedelijke regio's met 169%
stegen. Ze zakten daarna met 66,5% voordat er een bodem werd
neergezet in 2005. Commerciële landprijzen stegen 275% en
zakten daarna met 87,2% voordat ze bodemden.
Ter vergelijking de Case-Shiller Composite-20 (een bekende indicator voor de Amerikaanse huizenprijzen) steeg in de vijf jaar voorafgaand aan de piek in april 2006 met 'slechts' 78% en zakte in de vijf jaar daarna met 'slechts' 31,8% (een definitieve bodem is echter mogelijk nog niet gezet in de VS). Zie ook onderstaande figuur (bron: Nomura).

Eerste (monetaire) reactie in het westen was veel
sneller
In het westen zijn we, toen de crisis ontstond, veel
sneller begonnen met het monetair en fiscaal verruimen dan Japan.
Er zijn enorme hoeveelheden liquiditeiten in de economie en het
bankwezen gepompt. Banken zijn adequaat geholpen overeind te
blijven, door onder andere ze in staat te stellen slechte schulden
en beleggingen, al dan niet gedeeltelijk, te verkopen. Het
bankwezen in Japan heeft heel lang in de problemen gezeten. Pas de
laatste jaren zijn analisten optimistisch geworden over het Japanse
bedrijfsleven, het bankwezen incluis.
Japan heeft te maken met krimpende bevolkingsgroei
Een van de belangrijkste drijvers achter economische
groei is bevolkingsgroei. Meer mensen betekent simpelweg meer
economische activiteit. In een groot gedeelte van het Westen en dan
vooral de VS is nog steeds bevolkingsgroei. Wikipedia biedt een
fantastisch overzicht van waar in de wereld de bevolkingsgroei het
grootst is en waar die nog krimpt.
http://en.wikipedia.org/wiki/List_of_countries_by_population_growth_rate
Crisis in Japan trof initieel vooral het
bedrijfsleven
Het knappen van de zeepbel heeft vooral het Japanse
bedrijfsleven enorm geraakt. Vele sectoren hadden op de balansen
grote problemen met schuldposities. Het westerse bedrijfsleven
heeft zich heel snel hersteld na de eerste recessie van 2001/2002.
Sterker nog, de balans van het westerse bedrijfsleven staat er
eigenlijk beter op dan ooit te voren. De Duitse export bloeit als
nooit te voren, mede dankzij de ontwikkelingen in de opkomende
markten. De problemen zitten hier vooral bij de consumenten, die
niet durven te besteden omdat ze hun huizenprijzen, pensioenen en
aandelen achteruit zien gaan, en overheden die schulden hebben
gemaakt en maar niet tot een oplossing kunnen komen.
De vijf verschillen tussen Japan en het westen zijn geen rechtvaardiging dat we nu maar vol in aandelen moeten zitten. De problemen van te hoog opgebouwde schulden bij de overheid (en gedeeltelijk ook bij consumenten) blijven nog jaren dooretteren. Het blijft dus verstandig portefeuilles goed te blijven spreiden, vooral internationaal en voorlopig voorzichtig te blijven, onder andere door niet al te veel aandelen in portefeuille op te nemen (of deze - op basis van een contraire langetermijnvisie) in stappen op te bouwen; daar over volgende week meer).
Harry Geels is directeur Research en partner bij Inmaxxa Vermogensbeheer in Naarden. Daarnaast is hij hoofdredacteur van Traders Club Magazine (TCM). De informatie in deze opinie is niet bedoeld als individueel beleggingsadvies of als aanbeveling tot het doen van bepaalde beleggingen. De standpunten en vooruitzichten van Geels geven zijn persoonlijke mening weer.



