Warren Buffett en Peter Lynch groeiden de afgelopen decennia uit
tot ware beursiconen door met groot succes te investeren in
concerns die zijzelf van binnen en buiten kenden. Dankzij deze
eminente successen groeide het adagium 'Koop wat je kent' uit tot
een beurswijsheid pur sang.
In de academische wereld werd 'Koop wat je kent' in 1987 door de
latere Nobelprijswinnaar Merton met behulp van asymmetrische
informatie (= kwalitatief dan wel kwantitatief betere informatie
hebben dan de ander/de markt) als outperformance-strategie
geformaliseerd. Door meer dan wel betere informatie te hebben dan
de markt kan de belegger buitengewone resultaten behalen. De
rationale voor onderzoeksafdelingen binnen financials.
Als individuele belegger hebt u echter niet de middelen om
dergelijke intensieve analyses marktbreed uit te voeren en zult u
keuzes moeten maken. De meest intuïtieve start is dan om u te
richten op de sector waarmee u de meeste affiniteit hebt: úw
industrie. Hoewel u hier 'verstandig' gezien inderdaad het best in
kunt beleggen, is dit in de praktijk echter sterk af te raden,
aldus een onderzoek van Trond Døskeland en Hans Hvide in de Journal
of Finance van juni 2011.
Deze Noorse wetenschappers onderzochten op basis van uitvoerige
tienjaars-data en in samenwerking met de Oslo Stock Exchange of
particuliere beleggers in staat zijn asymmetrische informatie te
verwerven en daardoor - structureel - buitengewone resultaten
neer te zetten. Om deze vraag te kunnen beantwoorden, bekeken de
onderzoekers of individuele investeerders hun eigen professionele
sector overwegen in portfolioselectie én (indien ja) of deze
'overweights' wijzen op asymmetrische informatie ('abnormal
returns' = bovengemiddeld rendement) of slechte hedging.
Beleggers' eigen professionele sector wordt als uitgangspunt
genomen, omdat hier (1) asymmetrische informatie het meest te
verwachten valt en (2) 'overweighting' het best waarneembaar is. De
rationale achter punt (2) is als volgt: Beleggers' 'human capital'
is per definitie geïnvesteerd in de eigen professionele sector en
is nauw gecorreleerd met de aandelen uit deze sector ¬- dat wil
zeggen de conditie van bijvoorbeeld Shell beïnvloedt zowel
werknemers als aandeelhouders. Portfoliotheorie schrijft derhalve
voor geen extra gewicht in deze sector te leggen. Een particulier
zou een dergelijke keuze alleen kunnen verdedigen wanneer hij een
gegrond vermoeden - lees: asymmetrische informatie - heeft dat deze
investering leidt tot een bovengemiddeld rendement.
In de praktijk blijkt de particuliere belegger allesbehalve een
portfolio-theoreticus. U - de auteur zelf heeft geen positie in
Reed Elsevier, TMG, Wolters Kluwer e.d. - belegt met
31,6% van uw aandelenportefeuille in de 'eigen' sector
gemiddeld 26,8% boven op hetgeen een indexportfolio rechtvaardigt.
Op zich geen probleem, behalve dan dat u niet beloond wordt voor
dit extra risico (extra ei in hetzelfde mandje).
Sterker nog, het 'bovengemiddelde' rendement op deze 'overweights'
is negatief. Op de korte termijn (tot 4 maanden) verliest u - op de
benchmark - gemiddeld 1,28% . Ook voor de middellange en lange
termijn geldt dat deze 'abnormal returns' negatief zijn.
Kanttekening hierbij is echter dat niet alle resultaten significant
zijn.
Op basis van deze twee resultaten concluderen Døskeland en Hvide
dat beleggingen van particuliere investeerders in de eigen
professionele sector vaak onvoldoende gegrond zijn. Wanneer u als
'ouwe rot in het vak', universitair opgeleide of 'lokale expert'
nog steeds denkt immuun te zijn voor bovenstaande
overgewichtproblemen - deze gelden evengoed voor u.
De oorzaken voor deze 'slechte hedging' worden door de twee Noren
gezocht in behavioural finance. Zij suggereren 'overconfidence' en
'familiarity'. Het eerste is de neiging om de precisie van de eigen
analyses te overschatten. Dit leidt tot bovenmatig actief handelen,
omdat de 'zolderkameranalist' het constant oneens is met de markt.
Volgens het 'familiarity'-principe zouden beleggers liever aandelen
kopen waarmee zij bekend zijn (u koopt ook liever Ahold dan
Sopheon?), bijvoorbeeld via het werk.
Advies voor de particuliere belegger: volg (hier) de conventionele
portfoliotheorie en laat uw professionele sector buiten uw
aandelenportefeuille. Hedge uzelf tegen uw
'human'-kapitaalinvestering - schommelingen in uw
arbeidsinkomsten.
'Koop wat je kent'-goeroe Peter Lynch ging u overigens voor: zijn
succesvolste investeringen waren in Dunkin' Donuts en Taco Bell.
Uiteraard zonder hier zelf in de keuken te hebben gestaan.
Koop wat je - onbevooroordeeld -
kent!
Job Boerma, 21 juli 2011
*De getallen zijn ontleend aan het artikel Do Individual
Investors Have Asymmetric Information Based on Work Experience?,
Journal of Finance, juni 2011, en slaan derhalve op de Noorse
belegger.
*Uitkomst wanneer een periode van 1 maand na aankoop wordt
geanalyseerd.



