Niet alle banken doen het, maar door de bank genomen worden beleggingsadviezen vergezeld met een koersdoel. Ondubbelzinnige adviezen zoals 'kopen' of 'verkopen' moeten hierdoor nog meer tot de verbeelding van beleggers spreken. Maar in twaalf maanden kan veel veranderen. Door een ingrijpende tussentijdse gebeurtenis kunnen de bedrijfsspecifieke randvoorwaarden drastisch veranderen of kan een klein lokaal probleem ontaarden in een wereldwijde economische crisis, waardoor de fundamentele onderbouwing op los zand komt te staan.

Het koersdoel van een advies is het prijsniveau van een aandeel
dat een analist of beleggingsinstelling op een bepaalde termijn
haalbaar acht. Het is overigens niet zo dat een koersdoel
altijd gehaald wordt, noch is het zeker dat een koersbeweging bij
het bereiken van het beoogde koersdoel stopt. Het koersdoel
is een richtsnoer en in enkele gevallen wordt het beoogde
koersniveau middels technische analyse bepaald, maar veelvuldig aan
de hand van fundamentele analyse. Dit kan door simpele
ratio-analyses onder branchegenoten. Maar elk zichzelf
respecterende analist maakt hiervoor gebruik van discounted
cashflow-analyses. Dit zijn geavanceerde bespiegelingen die
wel 10, zelfs 20 jaar vooruitkijken.
Academische studies tonen aan dat als analisten voor aandelen een
hoger koersdoel afgeven dit een positieve impuls is voor de
koersvorming van de onderliggende aandelen en diens
sectorgenoten. Het lijkt een logische strategie aandelen te
kopen met procentueel het hoogste koersdoel. De praktijk
leert echter dat de correlatie tussen aanbevelingen en het
berekende koersdoel gering is. Vaak komt van het verwachte
rendement weinig terecht doordat het positieve sentiment onverwacht
snel is omslagen of omdat de negatieve stemming langer aanhoudt dan
verwacht. Het koersdoel is vooral in turbulente tijden eerder
een achterophinkende dan een voorlopende indicator.
Meer nog: in turbulente tijden mijden beleggers volatiele
aandelen. Zij zijn herkenbaar aan hun hoge bèta.
De koersen van hoge bèta-aandelen (β > 1) stijgen sneller als
het beursgemiddelde omhoog gaat. Als de beurskoersen echter
over een breed front dalen, bezitten dit soort aandelen de
ongewenste eigenschap dat zij nog harder dalen.
En laat het nu net de aandelen met een hoge volatiliteit zijn die
doorgaans procentueel de hoogste koersdoelen meekrijgen. De
tien aandelen uit de eurozone waarvan analisten verwachten dat zij
63,4% zullen stijgen daarvan bedraagt de gemiddelde bèta
1,34.
Wetenschappelijk onderzoek heeft evenwel aangetoond dat het
verband tussen risico en rendement zwak is. In moelijke
beurstijden produceren aandelen met hoge bèta's zoals verwacht
grote verliezen, maar aandelen met een laag risico leveren niet per
definitie minder rendement op. Het zou dus zomaar kunnen dat
de tien eurozonale aandelen met het kleinste stijgingspotentieel
dankzij hun gemiddelde bèta van 0,64 beter zullen presteren dan de
door analisten vooropgestelde -3,1% die hun koersdoelen laten
uitschijnen.

Beleggers die het risico willen mijden en toch een strategie die gebaseerd is op de hoogste koersdoelen willen optuigen, kiezen dus voor aandelen met lage bèta's. Het verwachte rendement van de tien euro-fondsen met het grootste winstpotentieel en met een bèta van 1 of lager bedraagt nog steeds 50% en dit bij een gemiddelde bèta van amper 0,76.



