Andersom gaat het door de schrikreactie misschien nog wel
harder. Citigroup houdt samen met Bloomberg een index bij die kijkt
hoe groot het verschil is tussen de verwachting van de cijfers en
de werkelijke uitkomt van deze cijfers.
De resultaten komen tot uiting in de Citigroup Economic Surprise
Indices. De grafieken van deze indices tonenniet de zigzagbeweging
die je zou verwachten,omdat cijfers soms mee- en soms
tegenvallen.
Gaat het steeds beter, dan worden de verwachtingen ook steeds
verder opgetrokken. Een blik op de Surprise-indices van de
afgelopen jaren laat echter zien dat als cijfers boven verwachting
uitkomen, de volgende keer de cijfers nog verder boven de (al
aangepaste) verwachtingen komen te liggen.
Dit betekent dat de analisten de afgelopen jaren dus tijdens een
opwaartse beweging nooit konden geloven dat het werkelijk zo goed
ging.
De afgelopen maanden tonen het spiegelbeeld van deze situatie. De
economische situatie verslechterde en de cijfers blijken nog veel
slechter dan de al naar beneden aangepaste verwachte cijfers.
Het is opvallend dat de Amerikaanse Surprise-index qua richting
precies overeenkomt met de S&P500. De Surprise- index is
weer terug op het dieptepunt van de ergste fase van de
kredietcrisis.

Ook de indices van andere landen presteren opvallend slecht,
waarbij Japan en het Verenigd Koninkrijk het zelfs extreem veel
slechter doen dan de verwachte uitkomsten. Ook Europa en de
opkomende markten zijn een stuk slechter dan verwacht.
Dit vraagt om verdere negatieve bijstelling en daardoor binnenkort
meer kans op opwaartse verrassingen.
Karel Mercx, 1 juli
2011



