Warren E. Buffett is één van (zo niet de) de meest succesvolle beleggers uit de hedendaagse geschiedenis. Hij staat aan het hoofd van Berkshire Hathaway en is met een vermogen van 50 miljard dollar de derde rijkste man op aarde. Buffett vergaarde zijn fortuin met langetermijnposities in spotgoedkope aandelen van ijzersterke bedrijven.
Volgens Buffett geeft de evolutie van de boekwaarde een goed idee hoe de intrinsieke waarde, naar zijn mening de echte fundamentele waarde van een aandeel, zich ontwikkelt. De boekwaarde loopt op naarmate een bedrijf meer winst kan reserveren en goed kan investeren. Op basis daarvan en de dividendbetalingen van de jongste tien jaar meet Buffett het succes van zijn langetermijnbeleggingen.
Berkshire Hathaway
Over de voorbije 46 jaar steeg de boekwaarde van
Berkshire Hathaway met een gemiddelde van 20,2 procent per
jaar. In de afgelopen tien jaar steeg de boekwaarde echter
aanzienlijk minder, namelijk met gemiddeld 9 procent.
Dividend komt er niet bij te pas, want op de 10 dollarcent van 1967
na keerde Berkshire Hathaway nooit een dividend uit. Dat
neemt niet weg dat hij een boontje heeft voor bedrijven die
consistente dividenden betalen.

Aandelen van bedrijven die een rendement van 15 procent in het vooruitzicht stellen, op jaarbasis wel te verstaan, zijn voor hem potentieel interessant. In de voorbije tien jaar presteerden 31 Nederlandse bedrijven beter dan Berkshire Hathaway en 16 daarvan overtroffen zijn persoonlijke doelstelling van 15 procent.
Wat opvalt is dat wanneer het succes van deze aandelen aan de hand van hun beurskoers wordt gemeten dat het totaalrendement ruim de helft kleiner is dan de onderliggende fundamentele waardecreatie.
Het totaalrendement van de tien aandelen met de grootste waardecreatie kwam over de periode 2001-2010 uit op een jaargemiddelde van 13 procent. Nochtans bedraagt de gemiddelde totaalsom van boekwaarde en dividend 25,1 procent. Dit neemt niet weg dat het beleggingsresultaat beduidend beter dan het indexgemiddelde. De AEX daalde de voorbije tien jaar 44,4 procent en dividend incluis 23,7 procent, oftewel op jaarbasis een daling van -2,7 procent.
Achteraf voorspellen
De tien best geplaatste fondsen met een koers/boekwaarde
van twee of lager blikken zelfs terug op een gemiddeld
totaalrendement 20,6 procent. Het is natuurlijk achteraf
voorspellen, maar het onderstreept wel het belang van de
aanschafprijs. Benadert of overschrijdt de koers de
intrinsieke waarde dan laat u het aandeel beter links liggen.
Over tien jaar zal bekend zijn welke bedrijven dan terugblikkend de grootste fundamentele waarde hebben gecreëerd. Onderstaande tabel somt alvast de aandelen op waarvan de waardecreatie in de voorbije vijf jaar minimaal 15 procent groot was. De tien fondsen die halfweg het proces de laagste koers/boekwaarde opvoeren, zijn groen gemarkeerd.




