De beursgang van LinkedIn vormde vorige week donderdag een
wonderlijk schouwspel voor iedereen die minder dan tien jaar actief
is met beleggen. De introductiekoers van de netwerksite was
vastgesteld op $45 - ruim boven de oorspronkelijke bandbreedte van
$32 tot $35 - en vlak na de handelsgong schoot de koers al door de
grens van $90. Het aandeel noteerde zelfs even $122,70. Dat was een
koerssprong van 172% en de slotprijs van $94,25 betekende een
rendement van 109% ten opzichte van de introductieprijs.
De indrukwekkende beursstart van LinkedIn roept bij ervaren
beleggers meteen herinneringen op aan het hoogtepunt van de
internethype tussen 1998 en 2000. Op dat moment kwamen elke dag wel
een aantal technologiebedrijven naar de beurs en tegen de
koerswinsten die indertijd geboekt werden, steekt de verdubbeling
van LinkedIn bleek af.
Forbes vond een mooie lijst met de meest succesvolle
beursintroducties uit deze periode.
Een vergelijking met de internethype van twaalf jaar geleden gaat
echter op twee belangrijke punten mank. Hoewel beide periodes zich
kenmerkten door een zeer lage (Amerikaanse) rente en volop
liquiditeit, is het wisselvallige beurssentiment van de afgelopen
maanden niet te vergelijken met de euforiestemming in 1999 en 2000.
Bovendien komen er dit jaar gemiddeld veertien bedrijven per maand
naar de beurs, terwijl dat er tijdens de internethype meer dan
dertig waren.
Een tweede verschil is dat LinkedIn vergeleken mag worden met veel
van de internetbedrijven die twaalf jaar geleden naar de beurs
gingen. LinkedIn heeft een omzet van honderden miljoenen dollars en
is winstgevend. TheGlobe.com - een social network dat met een
koerssprong van ruim 600% op de eerste handelsdag in 1998 model kan
staan voor de internethype - maakte bijvoorbeeld grote verliezen,
boekte nauwelijks omzet en had wereldwijd 2 miljoen gebruikers.
Alleen al in Nederland zijn er zoveel mensen ingeschreven bij
LinkedIn en wereldwijd komt dat aantal op circa 100 miljoen.
Toch is het de vraag of aan het bedrijf een prijskaartje van$8 tot
$9 mrd geplakt moet worden, zoals beleggers in de eerste
handelsdagen hebben gedaan. Op basis van de winst van vorig jaar
komt de k/w op ongeveer 600. En voor het lopende jaar rekent de
onderneming er zelfs op dat er als gevolg van grote investeringen
helemaal geen winst gemaakt wordt. De enorme koerssprong is eerder
een gevolg van het schaarse aanbod van beschikbare aandelen, dan
een goede weerspiegeling van de onderliggende waarde.
In totaal heeft LinkedIn 7,84 miljoen aandelen uitgegeven en
alleen al op de eerste beursdag werden 30 miljoen stukken
verhandeld. Elk aandeel wisselde dus gemiddeld vier keer van
eigenaar. Het aanbod gaat echter flink groeien, want 180 dagen na
de beursgang eindigt de 'lock-up' en mogen insiders in totaal 85,7
miljoen aandelen verkopen. Dan wordt de beurskoers meer een
weerspiegeling van de onderliggende waarde dan een resultante van
de scheve verhouding tussen vraag en aanbod. En als de groei en
waardering dan vergelijkbaar zijn met andere snelgroeiende
technologie- en internetbedrijven, ligt die waarde dichter bij de
introductiekoers van $45 dan bij de huidige koers van bijna
$90.



