Vijf redenen om nooit individuele aandelen te kopen

Ik ga (wederom) de bekende knuppel in het hoenderhok gooien. Mijn stelling: 'koop nooit een portefeuille die grotendeels bestaat uit individuele aandelen. Het is bij voorbaat voor meer dan 90% van de beleggers weggegooid geld.

Vorige week krijg ik van iemand, met een offensief profiel, twee portefeuilles onder ogen, een advies- en een beheerportefeuille. Zoals ik zo vaak zie bestonden deze portefeuilles grotendeels uit individuele aandelen. De beheerportefeuille had ook nog wat opties en enkele gestructureerde producten.

Het waren typische portefeuilles die je in de praktijk vaak tegenkomt. Er zit wat dit betreft in de meeste gevallen bovendien niet eens zo'n groot verschil tussen portefeuilles van doe-het-zelf-beleggers of beheerportefeuilles. De beheerportefeuilles bevatten vaak nog wat extra producten, omdat dat beter is voor de spreiding.

Ik wil voor eens en voor altijd afrekenen met deze praktijk. Dergelijke portefeuilles zijn een recept met een mislukkingskans van meer dan 90%. Ik ga vijf redenen geven waarom het beleggen in grotendeels individuele aandelen louter kul is. En dat beleggers (beleggers of vermogensbeheerders) die dat toch doen zichzelf op schromelijke wijze overschatten.

Let wel dit is geen pleidooi om niet in aandelen te beleggen. Het is evenmin een pleidooi om bearish te zijn op aandelen. Sterker nog, wie regelmatig mijn columns leest weet dat ik al meer dan twee jaar lang bullish ben op aandelen. En vorige brak de S&P500 weer eens uit (doorbraak door weerstand van de vorige top; zie onderstaande grafiek).

harry geels 3 mei

Echter, of ik nu bullish of bearish ben doet voor de stelling van deze column niet ter zake. Nu lijken aandelen er (technisch) goed op te staan, maar dat kan natuurlijk vroeg of laat weer anders worden. En dat brengt me meteen bij de eerste reden om nooit een portefeuille aan te brengen van grotendeels individuele aandelen.

1. Aandelenmarkten kunnen lange tijd in een bearish klimaat zitten

We weten het allemaal, degenen die eind jaren negentig met aandelenbeleggen zijn begonnen, staan grosso modo nog altijd op verlies. Een periode van meer dan tien jaar waarin niets verdiend is. Dit is geen uitzondering. Wie in 1901 was begonnen met Amerikaanse aandelen moest tot na 1942 wachten om rendement te maken.

Van 1966 tot en met 1982 (een periode van meer dan zestien jaar) werd er ook niets verdiend. En wat te denken van Japanse aandelen? Na het uiteenspatten van de aandelen- en vastgoedhype, zijn aandelen in het land van de Rijzende Zon alleen maar naar beneden gegaan. Ze zeggen wel dat aandelen op lange termijn altijd stijgen. Die uitspraak is gevaarlijk, want wat is lang, en naar welke regio kijk je?

2. De meeste beleggers kunnen het gewoon niet

Er zijn natuurlijk altijd aandelen die het zelfs in slechte perioden goed doen. Wie aan stockpicking doet zou in potentie de betere aandelen kunnen selecteren en het dan beter doen dan de index, of die index nu in een bearmarkt zit of niet. Maar de meeste beleggers kunnen dit niet. En dat is ook logisch, je moet het namelijk drie achtereenvolgende goede beslissingen nemen om geld te kunnen verdienen: 1/ het juiste aandeel selecteren, 2/ het op het juiste moment kopen en 3./ het op een juist moment verkopen.

Een schier onmogelijke taak, zo blijkt uit de praktijk. Bekend is wellicht het onderzoek dat professor Pennings van de Universiteit van Maastricht deed onder de klanten van Alex: meer dan 90% van hen verliest geld. Voor alle duidelijkheid: het ging om negatieve resultaten, minder overhouden dan waarmee je begint. Dit onderzoek staat niet op zichzelf. Vergelijkbare onderzoeken onder Amerikaanse brokers leverden dezelfde uitkomsten op.

3. De competitie (omgeving) is moordend

Stelt u zich eens voor dat u midden in de arena van het Colosseum van het oude Rome staat met tien andere mensen. De keizer laat honderd leeuwen die al een week niet gegeten hebben, in de arena los. Hij laat maar één van u leven. Beleggen is helaas niet veel anders. Een belegger moet vechten tegen brokers die (te hoge) provisies rekenen. Tegen topmannen die mooie verhalen vertellen.

Tegen bedrijven die balansen mooier voorstellen dan ze zijn, of als het hen uitkomt, ineens weer veel slechter. U wordt verleid door mooie verhalen over aandelen door vermogensbeheerders, vermeende goeroes, tips van mensen die in veel te dure auto's rijden. En dan zijn er nog uw medestrijders, types als Warren Buffett, die veel meer en vooral betere informatie of beleggingsmethodes (lees wapens) hebben dan u. Het is een ongelijke strijd.

4. Aandelen hebben een ongunstige rendements-risicoverhouding

Zelfs als u een heel goede belegger bent - u behoort tot de ene van de tien die de strijd in de arena overleeft -, vergelijkbaar met het niveau Warren Buffett, dan blijkt uit onderzoek dat u met heel veel tijd en moeite wellicht gemiddeld 10% per jaar kunt maken. Maar dit gaat, ook bij de goede beleggers, gepaard met een enorme beweeglijkheid.

Aandelen kennen een volatiliteit die rond de 20% per jaar ligt. Dat betekent dat we rekening moeten houden met schommelingen van 20% per jaar. Maar het kan ook nog meer zijn, de maatstaf van volatiliteit is namelijk gebaseerd op 68% betrouwbaarheid. En met zo'n 20% praten we nog over (Europese) indices. Individuele aandelen of opkomende landen schommelen nog veel meer. Over het algemeen leveren individuele aandelen - zelfs als u het heel goed doet - te weinig rendement voor de risico's die u loopt.

5. De beste aandelen zijn de saaiste aandelen

Een van de grote problemen waarom veel beleggers geld verliezen met aandelen is dat ze op zoek gaan naar de 'glamour stocks', aandelen die veel aandacht trekken in de media, aandelen met een mooi verhaal dat iedereen kent. Over het algemeen zijn dit de aandelen die u juist niet moet kopen. Ze zijn door al die aandacht doorgaans te duur.

Uit onderzoek blijkt dat aandelen waarover media en analisten weinig schrijven het op langere termijn beter doen dan aandelen die veel aandacht krijgen. Er zijn talloze zogeheten anomaliestudies die bijvoorbeeld duiden op outperformance van (kleinere) waardeaandelen. Het gaat hier meestal om saaie aandelen, die u langere tijd in portefeuille moet houden. Laat dat nu een eigenschap zijn (kopen en niets doen) die veel beleggers niet hebben.

Conclusie: geen individuele aandelen in de portefeuille. Natuurlijk, het kan een jaar (of twee) goed gaan (bijvoorbeeld als alles omhoog gaat, want dan is iedereen ineens expert). Maar neem gewoon even 2008 mee in deze conclusie. Dan is iedere discussie over de stelling overbodig. Nogmaals, deze column is geen pleidooi om niet in aandelen te beleggen.

Sterker nog, aandelen zijn - onder andere vanwege hun volatiliteit - juist interessant. Alleen we moeten er op een goede manier mee omgaan, en wat mij betreft (en ook wat betreft de beheerder waar ik voor werk, Inmaxxa) door een combinatie van: 1/ goed gespreide beleggingsfondsen van de allerbeste beheerders ter wereld, 2./ individuele aandelen gecombineerd met (beschermende) optieconstructies en 3/ alternatieve beleggingen die in alle aandelenmarkten (ook in dalende) geld kunnen verdienen.

Ps. De inspiratie voor dit verhaal vond ik in een column van James Altucher. Hij schreef recent over tien redenen waarom je niet in aandelen moet beleggen: http://www.jamesaltucher.com/2011/04/10-reasons-you-should-never-own-stocks-again/

Harry Geels is directeur Research en partner bij Inmaxxa met kantoor in Naarden ( www.inmaxxa.nl). De informatie in deze opinie is niet bedoeld als individueel beleggingsadvies of als aanbeveling tot het doen van bepaalde beleggingen. De standpunten en vooruitzichten van Geels geven zijn mening weer in zijn hoedanigheid als directeur Research. Geels heeft op het moment van schrijven geen positie in genoemde fondsen.

LEES OOK

Analisten verdeeld over Rusland

Absoluut duur, relatief goedkoop

‘Never fight the ECB’